‘vanwaar de weerhaan kraait…’

DAT IN 2006 de 250ste geboortedag van Willem Bilderdijk uitbundig herdacht zal worden, is niet erg waarschijnlijk. De 150ste sterfdag, in 1981, van de man die door veel tijdgenoten werd gezien als de Nederlandse Goethe, ging ook al nagenoeg onopgemerkt voorbij. Eigenlijk is het al heel lang zeer stil rond Bilderdijk. Volgens Marita Mathijsen, eminent kenner van de negentiende-eeuwse letterkunde van vóór de Tachtigers, is Bilderdijk ‘de grootste niet-gelezen dichter van Nederland, maar dan ook de allergrootste’.

Hoe komt het dat Bilderdijk niet meer gelezen wordt? Ter gelegenheid van de 200ste sterfdag van Bilderdijk, in 1956, somde een nog jeugdige Jan Blokker een groot aantal bezwaren op. Bilderdijk was volgens hem ‘een geboren collaborateur’, wiens 'formidabele woordkunst’ volstrekt dienstbaar was geweest aan ’s mans maatschappelijke ambities. Het ergste was in de ogen van Blokker nog dat de man zo veel had geschreven - dat toonde immers zijn grootste gebrek: 'hij miste de gave van te kunnen zwijgen’. Volgens de even briljante als reactionaire historicus Gerretson, die wat betreft Blokker een zeker profetisch vermogen niet ontzegd kan worden, zou het moeilijk zijn 'groter arrogantie te paren aan grover onkunde’.
Maar de particuliere belangstelling en poëtische voorkeur van Gerretson was al niet meer 'van deze tijd’ toen hij in 1910 zijn eerste essay over Bilderdijk schreef. Reeds decennia eerder was Bilderdijk door de Tachtigers als dichter 'dood’ verklaard, en als historische figuur was hij reeds lang gemonopoliseerd door de orthodoxe protestanten rond Groen van Prinsterer en Abraham Kuyper.
'ZIJN GEDICHTEN worden alleen nog gelezen door vakmensen, door literatoren met een wat bizarre smaak en wetenschappers met veel doorzettingsvermogen (…). Zijn opstellen en boeken zijn in de vergetelheid geraakt, zijn omvangrijke taalkundige arbeid is volkomen overbodig gebleken, de Geschiedenis des vaderlands altijd al onbruikbaar geacht, de brieven alleen nog geraadpleegd vanwege de achtergrondinformatie die zij verschaffen over correspondentienetwerken en uitgevers. Een grotere diskwalificatie van Bilderdijk als intellectueel is nauwelijks denkbaar.’
Dit schrijft Joris van Eijnatten - na zevenhonderd bladzijden! - in zijn onlangs verschenen studie Hogere sferen: De ideeënwereld van Willem Bilderdijk (1756-1831). Hier lijkt iets van ontgoocheling door te klinken. Zo veel werk verzet voor een onderwerp dat nauwelijks de moeite waard is. Als zo vaak is het hier de schijn die bedriegt. Want uit het vuistdikke boek van Van Eijnatten blijkt dat Bilderdijk, ondanks alle dichterlijke, intellectuele en menselijke tekortkomingen, een ongemeen boeiende figuur is geweest, een man die in de decennia rond 1800 met kop en schouders boven het intellectuele maaiveld uitstak.
Bilderdijk werd in 1756 in Amsterdam geboren als zoon van een vooraanstaand medicus, die later gemeente-inspecteur werd. Tot zijn 24ste kreeg de jonge Bilderdijk, die door een ongelukkig been jaren aan bed gekluisterd was, huisonderwijs en bekwaamde hij zich in een onwaarschijnlijke hoeveelheid vakken. In 1780 ging hij eindelijk rechten studeren, om deze studie binnen twee jaar met een promotie af te sluiten. Binnen het kleine wereldje van geletterden had hij toen reeds een behoorlijke roem verworven met verschillende bekroonde gedichten.
Ook als advocaat deed hij van zich spreken, onder meer door vrijspraak te verkrijgen voor de Oranjegezinde visvrouw Kaat Mossel. Evenals zijn vader koos Bilderdijk in het conflict tussen prins en patriotten de zijde van de eerste. Nadat de inval van de Franse legers, begin 1795, was gevolgd door de vlucht van Willem V en het uitroepen van een voorlopige regering, weigerde Bilderdijk de eed af te leggen op de nieuwe machthebbers. Hierop werd hij verbannen, waarna hij via Groningen en Hamburg uiteindelijk in Londen belandde.
Bilderdijks Werdegang tijdens de eerste jaren van deze ballingschap, waaraan pas een einde zou komen in 1806, kunnen we uitstekend volgen in het onlangs verschenen Privédomein-deeltje Liefde en ballingschap. Marita Mathijsen heeft uit de wetenschappelijke editie van Bilderdijks brieven uit de jaren 1795-1797 een selectie gemaakt en deze 'hertaald’ in modern en toegankelijk Nederlands. We ontmoeten in dit boek een onvoorstelbare egotist die, vol vage plannen en alleen door hemzelf serieus genomen ambities op politiek en letterkundig terrein, de benen heeft genomen en zijn vrouw heeft achtergelaten met de kinderen en torenhoge schulden. Met zijn woest kolkende gemoedsleven wordt hij al snel verliefd op de twintig jaar jongere Wilhelmina Schweickhardt. Bilderdijk denkt zijn driften te kunnen temmen als zijn vrouw zich bij hem voegt, maar deze voelt daar niets voor. Uiteindelijk zal in 1802 de scheiding worden uitgesproken.
Bilderdijks nieuwe geliefde heeft hem dan reeds drie kinderen geschonken. Bilderdijks bewonderaars en biografen hebben zich veelal in merkwaardige bochten moeten wringen om de manier waarop hij zijn eerste vrouw heeft behandeld goed te praten. Volgens Van Eijnatten is echter 'elke mantel der liefde te kort gesneden; er vallen te veel smoezelige feitjes te bedekken’.
KORT NADAT Bilderdijk en zijn tweede vrouw in Nederland waren teruggekeerd, werd de republiek een monarchie. Bilderdijk was altijd al een groot voorstander van deze staatsvorm geweest, en de voormalige Oranjeklant begon nu dan ook snorkende lofdichten te schrijven op Lodewijk Napoleon, die zich in zijn rudimentaire Nederlands 'Konijn van Olland’ noemde. Als hofdichter leverde dit Bilderdijk een niet onaanzienlijk jaargeld en een zeker prestige op. Uiteraard lokte deze propaganda voor de Franse bezetter ook de nodige kritiek uit: 'Is dit van Bilderdijk? Hij draait met alle winden:/ Nu hoort hij tot het volk - dan tot de Oranjevrinden,/ Straks tot den Franschen Vorst. Vanwaar de weerhaan kraait,/ Steeds ziet men dat dees fielt zich naar die zijde draait.’
Als in 1810 Napoleon zijn broer van zijn functie ontheft en Nederland simpelweg inlijft bij het keizerrijk, is het uit met de pret. Bilderdijk begroet daarom drie jaar later de uit Engeland terugkerende koning Willem I met ongeremde geestdrift en brallende verzen. Zijn uit de mottenballen gehaalde orangisme leverde Bilderdijk wel een bescheiden jaargeld maar niet het felbegeerde hoogleraarschap op. Omdat een leerstoel in een van de talloze vakgebieden waarop Bilderdijk zich bekwaam achtte, uitbleef, vestigde hij zich in 1817 als privaatdocent te Leiden. Vanaf deze zelfgefabriceerde 'leerkruk’ oefende hij grote invloed uit op talrijke studenten die later de voormannen zouden worden van het orthodox-calvinistische Réveil en van de nieuwe romantische letterkunde. Mateloos bewonderd én genadeloos verguisd stierf Bilderdijk in 1831.
DE LAATSTE volwaardige Bilderdijk-biografie, geschreven door R.A. Kollewijn, dateert alweer van 1891. Het wordt dus hoog tijd dat er een biograaf opstaat die zich aan deze immense klus waagt. Het boek van Van Eijnatten is namelijk een puur intellectuele biografie, waarin Bilderdijks levensloop alleen aangestipt wordt wanneer dit noodzakelijk is om de ontwikkeling van zijn denkbeelden te schetsen.
Van Eijnatten laat echter duidelijk zien dat het beeld dat van Bilderdijk bestaat hard aan revisie toe is. Na zijn dood is Bilderdijk immers ingelijfd door de orthodoxe calvinisten. Door hen werd hij gezien als de 'vader van het Reveil’, leermeester van Groen van Prinsterer en Isaac da Costa, en inspirator van Abraham Kuyper. Voor anderen is deze excentrieke, aan opium verslaafde dichter de enige echte Nederlandse romanticus. Ook wordt hij soms gezien als de vaderlandse evenknie van Edmund Burke, de man die met de Reflections on the Revolution in France geldt als de grondlegger van het moderne conservatisme.
Omdat Bilderdijks oeuvre zo oeverloos en zo bizar is, zijn deze interpretaties zo hardnekkig. Want vrijwel niemand kan het opbrengen alle geschriften van Bilderdijk te lezen, zodat de meeste oordelen over hem gebaseerd zijn op onvolledig en selectief onderzoek. Bovendien is zijn taalgebruik voor ons zo vreemd en lijken zijn denkbeelden zo merkwaardig dat misverstanden bijna onvermijdelijk zijn.
Het is een grote verdienste van Joris van Eijnatten dat hij zich door dit vrijwel ondoordringbare oerbos van wild slingerende en overdadige poëzie heeft geworsteld, en bovendien de daarin verscholen denkbeelden in de juiste context heeft geplaatst. Van Eijnatten toont aan dat het beslist onjuist is om Bilderdijk te zien als voorloper van het neo-calvinisme of van de Romantiek. Bilderdijk was helemaal geen voorloper of bruggenbouwer, hij was de hekkensluiter van een aantal achttiende-eeuwse intellectuele stromingen.
OM TE BEGINNEN stond Bilderdijk in de traditie van het augustinianisme, waarin hevig geworsteld wordt met de spanning tussen zonde en genade. Ten tweede was Bilderdijk een aanhanger van de achttiende-eeuwse, christelijke variant van de theosofie. Naast deze esoterische trek speelde ook de romeins-aristocratische ethiek, met haar grote nadruk op 'eer’, een grote rol in Bilderdijks denkwereld. Het is vooral deze classicistische, aan de Romeinen ontleende levenshouding die duidelijk maakt dat Bilderdijk ver afstond van de Duitse romantici, die zich veel meer op de Griekse levenskunst oriënteerden.
Een levensbeschouwing waarvan de kern werd gevormd door deze drie, zeer verschillende, tradities, moest wel spanningen en paradoxen opleveren. Inderdaad ontbreekt het daar bij Bilderdijk niet aan. Zo liet de door Cicero geïnspireerde zucht naar glorie zich lastig combineren met de afwijzing van hoogmoed in zowel de augustiniaanse als de theosofische traditie.
Deze contradicties vormen een van de oorzaken van de zeer uiteenlopende visies op Bilderdijk. Ze maakten een steil-gereformeerde Bilderdijk-interpretatie mogelijk, terwijl ze ook toelieten hem als representant van de Romantiek te zien. Nogal wat auteurs trachtten dit probleem op te lossen door Bilderdijk een gespleten persoonlijkheid toe te dichten en ’s mans geestesleven te beschouwen als een slagveld waarop calvinistische orthodoxie en romantisch levensgevoel elkaar naar het leven stonden. Volgens Van Eijnatten is dat grote onzin omdat, zoals hij op even uitputtende als zorgvuldige wijze laat zien, Bilderdijk calvinist noch romanticus was. Als denker mocht Bilderdijk dan soms inconsistent zijn, een gespleten ziel kan hem moeilijk worden toegedicht.
ALS ER OP Bilderdijk al een etiket moet worden geplakt, is volgens Van Eijnatten dat van 'christelijk conservatief’ het enige dat de lading enigszins dekt. Als student leek hij te behoren tot wat ook wel het 'verlicht conservatisme’ wordt genoemd. Zo verdedigde de Oranjegezinde Bilderdijk het erfelijke stadhoudersschap als het belangrijkste bolwerk van de burgerlijke vrijheden tegen machtsbeluste aristocraten. Maar al spoedig kreeg het begrip 'vrijheid’ bij Bilderdijk een uiterst negatieve klank. Vrijheid is een illusie, en de Franse Revolutie liet zien tot welke gruwelen zo'n hersenspinsel kon leiden. Zijn felle, apocalyptisch getoonzette tirades tegen de 'met dierbaar Koningsbloed bedropen’, revolutionaire hordes doen sterk denken aan de magistrale en inktzwarte evocaties van Joseph de Maistre.
Bilderdijks conservatieve denkbeelden werkten ook door in de vele vakgebieden waarop hij zich bijzonder bekwaam achtte, zoals daar onder meer waren: logica, metafyscica, wiskunde, geneeskunde, boekhoudkunde, mechanica, astronomie, geografie, geschiedenis, scheikunde, theologie, recht, esthetica, retorica, bouwkunde, heraldiek, krijgskunde, de klassieke en moderne talen, benevens Arabisch, Perzisch en Hebreeuws. Als natuurkundige was hij een van de vele bestrijders van Newton, wiens gravitatietheorie uitging van het bespottelijke idee dat God zo achterlijk was geweest om tegengestelde krachten te scheppen.
HET IS uiteraard heel gemakkelijk om zich vrolijk te maken over de talloze ridicule opvattingen die Bilderdijk verkondigd heeft. Ook valt er op zijn levenswandel heel wat af te dingen en kenschetst zelfs de uiterst serieuze Van Eijnatten hem als 'kamergeleerde’ en 'dromerige pantoffelheld’. Maar is daarmede alles over de man gezegd?
Als we naar de intrinsieke waarde van Bilderdijks ideeën kijken lijkt het er inderdaad op dat deze volstrekt achterhaald en onzinnig zijn geworden. Omdat dit natuurlijk ook geldt voor heel veel van Bilderdijks tijdgenoten 'spiegelt’ Van Eijnatten zijn 'held’ aan enkele Nederlandse intellectuelen uit de late achttiende, vroege negentiende eeuw. Ook dat belooft weinig goeds. Hiëronymus van Alphen en Rheinvis Feith zijn volgens Van Eijnatten als christelijke denkers veel belangrijker, en vooral veel integerder, dan Bilderdijk. Ook een in zijn tijd vermaarde intellectueel als Johannes Kinker was als geleerde veruit de meerdere van Bilderdijk. Zelfs Bilderdijks vriend Hendrik Tydeman, een academisch jurist, was als wetenschapper van aanzienlijk groter kaliber.
Maar na deze bijkans verwoestende kritiek neemt Van Eijnatten zijn onderwerp toch in bescherming. Bilderdijk mocht dan in wetenschappelijk opzicht vaak bekrompen zijn, hij was wel zeer veelzijdig. Hij mocht dan hooglijk irrationeel zijn, zijn denkkracht was enorm en onvermoeibaar. En hoewel hij een typische boekenwurm was, kan men hem toch moeilijk anders dan als hoogst origineel beschouwen. Vergeleken met een van de meest aanzienlijke coryfeeën van die tijd, de ongelooflijk redelijke en verstandige en daardoor buitengewoon saaie Johannes van der Palm, was Bilderdijk een fonkelende en bruisende denker.
Het belang van Bilderdijk schuilt niet in zijn denkbeelden zelf, maar in het feit dat zijn ideeënwereld een brandpunt vormt van tal van intellectuele tradities en stromingen. Veel schrijvers van intellectuele biografieën besluiten hun boek met te wijzen op de 'actualiteit’ van hun held, op de waarde die zijn opvattingen ook nog voor ons kunnen hebben. Van Eijnatten doet dat niet. Nuchter constateert hij dat je bij Bilderdijk geen 'brug naar de toekomst’ moet zoeken. Bilderdijk wilde ook helemaal geen bruggenbouwer zijn. Zijn denkbeelden waren bedoeld als een poort naar het verleden. Veel geïnteresseerden trekt die met dichterpracht en woordenpraal versierde poort niet meer, maar wie wel een blik werpt door dit hoogst curieuze bouwwerk, krijgt zicht op het uitgestrekte, voor ons exotische want vrijwel vergeten landschap van het achttiende-eeuwse denken. Van Eijnatten heeft laten zien dat dat landschap de moeite van het bekijken meer dan waard is.