Opera: Der Zwerg

Varkenspootjes

Der Zwerg, De Nationale Opera © Marco Borggreve

De korte opera Der Zwerg uit 1922 van de Oostenrijkse componist Alexander Zemlinsky (1871-1942) is pas één keer eerder in Nederland gespeeld, in 1985. Filmregisseur Nanouk Leopold en beeldend kunstenaar Daan Emmen geven hem nu bij De Nationale Opera een opvallende en tegendraadse vorm. We zien weinig uiterlijke handeling in deze op een sprookje van Oscar Wilde gebaseerde opera. De dwerg (de Amerikaanse heldentenor Clay Hilley), die de Spaanse infante Clara (Lenneke Ruiten) op haar achttiende verjaardag van een sultan ten geschenke krijgt, is hier helemaal geen dwerg en ziet er ook op een andere manier niet speciaal lelijk of mismaakt uit. Hij is in projectie zelfs een enorme vogel, die zijn gekleurde vleugels uitslaat.

Op het toneel geen weelderige tuinen of paleiszalen, maar zes naast elkaar geplaatste open hokjes. In elk hokje zit een van de personages en ze komen er niet uit. De hokjesgeest aan het hof? Maar het lijkt ook gemaakt voor coronatijd: niemand kan een ander aanraken. Net als drie maanden geleden bij Die ersten Menschen zit het Nederlands Philharmonisch Orkest in vol ornaat achter op het toneel, ook het koor zit daar, bijna onzichtbaar. Muzikale leiding heeft de nieuwe Zwitserse chef-dirigent van orkest en opera Lorenzo Viotti, die de mooie, aansprekende, eerder expressieve dan expressionistische muziek van Zemlinsky met grote, elegante gebaren dirigeert.

Boven het orkest hangen enorme projectieschermen, waarop we de hofdames door het gras zien lopen of dansen. Is de dwerg een vogel geworden, de prinses en haar hofhouding, inclusief kamerheer Don Estoban (bariton Derek Welton) hebben uitbundig roze tule rokken aan waar soms varkenspootjes onderuit steken of ze hebben roze varkensmaskers als hoedjes op.

Wie is hier mooi, en wie is hier lelijk? Het thema van de uitsluiting van het vreemde, dat zeker voor de joodse, zij het christelijk gedoopte Zemlinksy een rol moet hebben gespeeld, valt hier helemaal weg. De tegenstelling mooi en lelijk is omgekeerd (Alma Schindler, later -Mahler, met wie Zemlinsky een korte verhouding had, vond hem ‘ongelooflijk lelijk’, staat in haar dagboek). De gedachte kwam bij me op dat in deze versie bedoeld wordt dat je jezelf en je eigen uiterlijk moet kunnen accepteren om iemands liefde te kunnen opwekken.

De kamenier Ghita (sopraan Annette Dasch) is ontroerend als zij als enige wordt ontroerd door de dwerg en zijn onvermogen zichzelf in zijn ware gedaante te zien. Maar ook zij blijft in haar hokje opgesloten en in projectie ligt zij op meters kunstgras dat zij ruw kapot trekt. Ghita is een gevoelsmens, maar voor de Spaanse infante is de dwerg alleen een speeltje. Als hij uit liefde voor haar sterft is haar commentaar alleen maar: ‘Gekregen en nu al stuk, het speelgoed voor mijn achttiende verjaardag…’

Terwijl in projectie de dwerg in vogelvorm opstijgt in de lucht wroeten de hofdames in de zwarte modder en gaan erin ten onder. Je mag er bij denken wat je zelf wil. Maar de beloofde wisselwerking tussen toneel en film blijft wat mij betreft te mager.

Der Zwerg is t/m 18 september te zien in Nationale Opera & Ballet, Amsterdam. Meer informatie: operaballet.nl