Varkentjes

‘Sex is anything that can end in orgasm - if you’re lucky, that is.’ LE:

Wat kan de Engelse taal toch mooi zijn. En zo precies. En alsof ze voor de ironie geschapen is.
Vergelijk dat eens met het Duits.
‘So schwer auch die Darstellung von Sexuellem der kommerziellen Spekulation und der auch ungewollten Bestätigung unserer unguten Lebensverhältnisse entkommt, scheint mir dennoch “hocherotische” Literatur dort gelungen, wo sie tendentiell Gegenrede gegen das Faktische ist, gegen das Konventionelle, das Erzwungene oder allzugern Mitgemachte, wo sie Organ…’
Ja, hou maar op.
Aan precisie geen gebrek in dit citaat. Maar wie heeft na het lezen van zulke zinnen nog trek in erotiek?
Met dat gebeitelde proza legt Dr. Hermann Kinder verantwoording af voor zijn keuze uit de erotische literatuur door de eeuwen heen, verzameld onder de titel Die klassische Sau: Das Handbuch der literarischen Hocherotik.
De Engelse dichteres en schrijfster Fiona Pitt-Kethley maakte het zich bij haar keuze uit de erotische wereldliteratuur (The Literary Companion to Sex) een stuk makkelijker. Na seks op de simpelste manier - zie boven - te hebben gedefinieerd, noemt ze drie criteria die haar bij haar keuze hebben geleid: 'realisme, humor en het ongewone - bij voorkeur alle drie tegelijk’.
Geen wonder dat er niet één tekst is, en slechts een enkele auteur, die in allebei de bloemlezingen voorkomt.
Eigenlijk zegt Pitt-Kethley nog te veel als ze haar drie criteria noemt. Ze kunnen gemakkelijk worden samengevat in één woord: smaak.
En dat is precies wat Dr. Hermann Kinder ontbeert. Kinder is - dat proef je in elke zin van zijn verantwoording - een oude marxist. Erotiek is voor hem pas echt erotiek als ze ook maatschappijkritiek is. Maar als je naar zijn keuze kijkt, is hij gewoon een oude geilaard.
Zijn bloemlezing opent met Goethe, 'Seid säuisch!’ Het eerste hoofdstuk, getiteld 'Gott Schwanz’, begint met het anonieme 'Drei steife Lieder’…
Ja, hou maar op.
Okee, ik ben niet helemaal eerlijk. De daarop volgende tekst is van Marguerite Duras. Want politiek en intellectueel correct is de man wel.)
En waarom, o waarom moet die bloemlezing per se zo koddig worden gepresenteerd? Er prijken twee neukende varkentjes op de voorkant, ieder hoofdstuk begint met een cartoon, de hoofdstukken hebben titels als 'Das Erstemal’, 'Nichts gegen Masturbation’ en ga zo maar door.
Nee, dan The Literary Companion to Sex (nu voor een prikkie te koop in Van Genneps antiquariaat). Geen opsmuk, prachtig zetwerk en geen overbodige commentaren. En ook geen rare indeling in thema’s. Anders leest de luie lezer alleen de afdeling van zijn voorkeur, schrijft Pitt-Kethley. 'Als je alleen maar in onderbroeken bent geïnteresseerd, zul je goed moeten zoeken om aan je gerief te komen.’
Zo zie je maar weer, inzake erotica is smaak een betere leidraad dan diepzinnige theorieën over de 'existentiële metafysica van het obscene’.
Maar smaak is toch persoonlijk, smaak is toch willekeur?
Jazeker. Daarom hangt het er erg van af hoe je ermee omgaat. 'Ik verafschuw sadisme’, bekent Pitt-Kethley. 'Maar juist als je niets met sadisme hebt, kan het ongelooflijk grappig zijn. Je kunt vreselijk lachen om een potje victoriaans flagelleren.’
Ik bedoel maar, zelfs in haar afkeer is Fiona Pitt-Kethley smaakvol.