24 maart 1921 - 27 maart 2010

Vasily Smyslov

Voor ‘Winterkoning’ en wereldkampioen Vasily Smyslov was schaken niet zozeer sport of wetenschap als wel een vorm van kunst, ‘een zoektocht naar harmonie’. Ook kon hij mooi zingen.

Elke wereldkampioen schaken in de tweede helft van de vorige eeuw heeft wel iets waarmee hij wordt geassocieerd. Botwinnik was de wetenschapper onder de kampioenen, Tal de tovenaar, Petrosian de pessimist, Spassky de levensgenieter, Fischer het raadselachtige genie, Karpov de sluipmoordenaar en Kasparov de extraverte avonturier. Het is minder eenvoudig om Vasily Smyslov te duiden, de onlangs op 89-jarige leeftijd overleden Rus die zich in de tweede helft van de jaren vijftig een klein jaar de wereldkampioen mocht noemen. Misschien kan hij het best worden omschreven als de gentleman onder de schakers. Met zijn vriendelijkheid, elegantie en subtiele gevoel voor humor zou Smyslov, een eeuw eerder, niet hebben misstaan in Simpson’s-in-the-Strand, de Londense sociëteit waar Anderssen en Kieseritzky in 1851 hun ‘onsterfelijke schaakpartij’ speelden. Voor Stanley Kubrick stond Smyslov symbool voor de typische geleerde schaker, en hij noemde een personage in 2001: A Space Odyssey naar hem.
Smyslov zat altijd stoïcijns achter zijn bord. Bij hem geen wanhoop na een slechte zet of grimassen bij een blunder van de ander. Dat hij in 1958 zijn net veroverde wereldtitel verloor vond hij jammer, maar het was niet het einde van de wereld. Voor de Moskoviet was schaken niet zozeer sport of wetenschap als wel een vorm van kunst, 'een zoektocht naar harmonie’, wat tevens de titel van zijn autobiografie is. Dit gold niet alleen op de 64 velden maar ook voor het leven buiten de speelzaal. Zijn speelstijl weerspiegelde deze levenshouding. Samen met collega-wereldkampioenen José Capablanca, Anatoly Karpov en Vladimir Kramnik behoort Smyslov tot de apollonianen van de schaakwereld. Geen woeste gevechten of speculatieve offers, maar een positionele, heldere en intuïtieve benadering met oog voor kleine voordeeltjes om die in het eindspel te verzilveren. Volgens Kramnik stond de waarheid centraal in het spel van Smyslov.
Vasily Vasilevich Smyslov werd op 24 maart 1921 in Moskou geboren. Op z'n zesde leerde hij schaken van zijn vader, zelf een verdienstelijke speler die in 1912 de latere wereldkampioen Alexander Aljechin had verslagen. Aljechins My Best Games of Chess 1908-1923 was een van de boeken uit zijn vaders schaakbibliotheek die de jonge Vasily verslond. Schaken werd, naast zingen, zijn grote passie en op z'n dertiende wist hij zijn vader te verslaan. Anders dan in de naoorlogse Sovjet-Unie werd een carrière als schaker toen niet als respectabel beschouwd, zelfs niet door zijn schaakminnende vader, die economisch ingenieur was, een 'onromantische betrekking’, zoals zijn zoon het later zou omschrijven. Ondanks de vaderlijke afkeuring zette Smyslov door en in 1938 werd hij juniorenkampioen van de Sovjet-Unie. Zijn internationale doorbraak kwam in 1946, toen hij tijdens een toernooi in Groningen derde werd achter Michail Botwinnik en Max Euwe. Twee jaar later werd hij uitgenodigd voor een vijfkamp om de vacante wereldtitel, gehouden in Den Haag en Moskou. Hij werd tweede, achter Botwinnik. Zijn rivaliteit met Botwinnik zou een rode lijn in zijn schaakloopbaan worden. In 1954 speelde hij zijn eerste tweekamp met de titelverdediger, nadat hij het kandidatentoernooi had gewonnen. Hardnekkig zijn de geruchten dat deze overwinning deels was voorgekookt omdat de Russen wilden voorkomen dat de Amerikaanse Pool Samuel Reshesvky de uitdager zou worden. De tweekamp eindigde gelijk, wat betekende dat Botwinnik wereldkampioen bleef. Drie jaar later won Smyslov wel, waarna Botwinnik meteen gebruik maakte van de revancheclausule en een grieperige Smyslov versloeg. Deze korte 'regeerperiode’ leverde hem de bijnaam 'De Winterkoning’ op. Pas in 1984 zou Smyslov weer een kandidatenfinale bereiken, ditmaal tegen Botwinniks bekendste leerling, de toen 21-jarige Gary Kasparov. Hij verloor eervol. Eerder in de cyclus had hij Robert Hübner op bijzondere wijze verslagen. Na veertien partijen in het casino van het Oostenrijkse Velden am Wörther See was de score gelijk, waarna de roulettetafel uitsluitsel moest brengen. Het balletje rolde gunstig voor de Russisch-orthodoxe Smyslov, die sprak van goddelijk ingrijpen, aangezien zijn Duitse opponent zich incorrect had gedragen tijdens de partijen. In de tussenliggende jaren won hij vele toernooien en gouden medailles op schaakolympiades. Smyslov werd de eerste seniorenwereldkampioen en zijn laatste officiële toernooi speelde hij in 2001. Hij nam toen deel aan het Klompendans-toernooi, waar de beste veteranen het opnamen tegen de beste damesschakers. Niet gehinderd door zijn bijna-blindheid bleef hij schaakproblemen componeren en boeken schrijven, met name over moeilijke eindspelen, zijn specialiteit.
Zijn eeuwige rivaal Botwinnik merkte ooit op dat Smyslov meer uit zijn talent had kunnen halen als hij zich nog fanatieker op het schaakspel had gestort. Maar Smyslov had nog een andere passie. Hij was een knappe bariton, die in 1950 tot de laatste auditieronde was gekomen voor een plek bij de Bolsjoi-opera. Twee jaar eerder zong hij ten tijde van de genoemde WK-vijfkamp voor de Zwitserse radio en op 75-jarige leeftijd bracht hij een plaat uit met Russische liefdesliederen. Die zong hij regelmatig tijdens schaaktoernooien, soms op de piano begeleid door collega-grootmeester Mark Taimanov. Onder meer bezoekers van de Interpolis-toernooien in Tilburg konden genieten van Smyslovs stem. In mei 2001 stond hij, ruim een halve eeuw na zijn auditie aldaar, eindelijk op de bühne van het Bolsjoi, waar hij zong ter gelegenheid van Karpovs vijftigste verjaardag. In schril contrast met deze glamour verliepen Smyslovs laatste dagen. Samen met zijn vrouw leidde hij een sober bestaan in een Moskous appartement. Eerder dit jaar werd zij na een val in het ziekenhuis opgenomen. De blinde Smyslov moest zichzelf zien te redden. Hij stierf drie dagen na zijn verjaardag aan hartproblemen.