De Amerikaanse congresverkiezingen

Vast in de partijpolitiek

De Republikeinen hoopten dat de tussentijdse verkiezingen over lokale onderwerpen zouden gaan. Maar met een slepende oorlog in Irak en een onpopulaire president is dat niet gelukt. Bericht vanaf het verkiezingsfront in Connecticut.

STAMFORD – ‘Martelen! Martelen! Martelen moet je. Hoe kun je anders aan goede informatie komen?’ Het is een winderige maandagochtend op een bedrijventerrein in een provinciestad in Connecticut en de stemming zit er al aardig in.

Even later duwt een jonge vader schreeuwend een met ballonnen en affiches behangen kinderwagen richting de entree van het Marriott Hotel, waar de drie belangrijkste kandidaten voor de Senaatsverkiezingen van 7 november op het punt staan met elkaar in debat te treden.

De vader steunt kandidaat Ned Lamont, die in augustus bij de voorverkiezingen van de Democratische Partij onverwacht de zittende senator Joe Lieberman versloeg. Lieberman, die in 2000 nog vice-president probeerde te worden, werd afgestraft voor zijn steun aan de Irak-oorlog. Na drie opeenvolgende termijnen als senator moet hij het nu zonder de officiële steun van zijn partij doen. Hij probeert het als onafhankelijke kandidaat alsnog.

De Lamont-campagne portretteert hem als een trouwe Bush-volgeling. ‘Lieberman’, verklaart de jonge vader zich nader, ‘steunde niet alleen de oorlog in Irak, maar stemde vorige maand ook met de Republikeinen mee inzake de nieuwe martelwet. Zo’n man is het niet waard namens de staat Connecticut in Washington te dienen.’

Televisieploegen maken dankbaar gebruik van de door de Lamont-campagne voorgekookte ‘zichtbaarheidsactie’. De Lamont-aanhangers mogen tijdens het debat niet eens naar binnen, maar ze staan er nu, voor het plaatje in de media. Als de camera’s snorren, schreeuwen ze om het hardst: ‘Anti-oorlog, anti-Joe!’ Ze dragen buttons waarop president Bush senator Lieberman innig omhelst.

‘De kus’, zegt vader Chris, ‘heeft Lieberman de das omgedaan. Met deze president wil je niet gezien worden.’

De kandidatuur van Alan Schlesinger, namens de Republikeinse Partij, is bijkans voor spek en bonen. Toen hij werd voorgesteld aan de geregistreerde leden van zijn partij klonk er van de achterste rijen zachtjes kippengetok. De man wordt geofferd, want in de ‘blauwe’ staat Connecticut gaat het tussen de Democraat Lamont en de ex-Democraat Lieberman. Hij probeert het nog en opent het debat door te beweren dat ‘deze verkiezingen niet over Irak, maar over de staat Connecticut gaan’. Lange tijd lijken Lieberman en Lamont deze suggestie van hun Republikeinse uitdager ter harte te nemen. Ze praten honderduit over onderwijs, over zorg en over de hoeveelheid geld die vanuit Washington jaarlijks naar Connecticut vloeit. Dat zou veel meer kunnen zijn, meent Lamont.

Lieberman probeert, nadat hij heeft uitgeweid over zijn roots in Stamford en zijn carrière in Washington (‘Ik ben de Amerikaanse droom’), van de opvallend verlopen voorverkiezing bij de Democraten zijn sterke punt te maken. ‘De mensen in dit land zitten volkomen vast in partijpolitiek’, zegt hij. ‘Ik heb de laatste achttien jaar in de Senaat juist geprobeerd door de grenzen tussen partijen heen te breken om voor Connecticut dingen gedaan te krijgen.’

Als frappant voorbeeld noemt hij zijn goede verstandhouding met de Republikeinse senator John McCain uit Arizona, die populariteit geniet onder Democraten. Maar, zegt Lieberman, hij is niet hoopvol over deze verkiezingscampagne: ‘Ned Lamont valt steeds maar aan. Het wordt tijd daarmee te stoppen.’ Lamont: ‘Deze verkiezingsrace gaat over goed en kwaad. En wat de regering doet, is niet goed.’

Als de presentator een vraag stelt over de Amerikaanse aanpak van het kernwapengevaar in Noord-Korea verschuift het debat toch richting de oorlog tegen terrorisme en uiteindelijk Irak. Het zwartepieten kan beginnen. Maar Lieberman kiest de gulden middenweg: ‘Waar hebben we het over? De Democraten geven Bush de schuld, de Republikeinen geven oud-president Clinton de schuld. Maar Kim Jong-il heeft die kernproef gedaan!’

Zonder enige moeite praat Joe Lieberman zijn zeventien minuten vol. Hij gaat zelfs nog even door als de dames van de klok al verscheidene keren hebben gewaarschuwd dat zijn spreektijd er echt opzit. Ned Lamont slaagt er bij lange na niet in om zijn tijd te benutten. Zijn arsenaal is sowieso vrij beperkt. Hij wil dat de Amerikaanse troepen zich terugtrekken uit Irak en hij heeft ideeën over de privatisering van de sociale zekerheid. Maar daar blijft het bij. Ook als door de andere kandidaten inmiddels over heel andere onderwerpen wordt gesproken, blijft hij maar over deze twee thema’s doorpraten. Naarmate het debat vordert gaat de door de wol geverfde Lieberman derhalve steeds triomfantelijker kijken. Zijn besluit om zich als onafhankelijke kandidaat toch weer beschikbaar te stellen voor de Senaat was misschien zo slecht nog niet.

Dat blijkt inmiddels ook uit de peilingen. Hoewel een meerderheid van de Amerikanen het Irak-beleid van president Bush afwijst, en zeker in Connecticut, wordt Lamont als te beperkt ervaren. Hij staat ver achter op Lieberman, en de kans dat hij op 7 november de zittende senator van de troon stoot, begint steeds verder te slinken. Dat is deels te danken aan de Republikeinse kiezers. Die hebben in vrij groten getale aangegeven de ex-Democraat Lieberman te steunen. Toch heeft Lieberman, de man die naar eigen zeggen net als McCain boven de partijen staat, aangegeven zichzelf in de Senaat wel weer als een Democraat te zien. Hij zal bij wezenlijke besluiten over bijvoorbeeld de kandidatuur voor de presidentsverkiezingen van 2008 meestemmen met de Democratische caucus. De echte Republikeinse kandidaat, de arme Schlesinger, piept dat de stem van de Republikeinse stemmer verloren gaat.

George Zoghbi luistert niet. Hij wandelt pontificaal heen en weer met een bord met de tekst ‘Ik ben een Republikein en ik steun Joe’. ‘Joe is gewoon de beste kandidaat. Hij is niet zo partijgebonden en beslist gewoon wat het beste is voor Amerika en voor Connecticut.’ Zoghbi heeft, zegt hij, al veel Republikeinse kennissen en familieleden ertoe overgehaald om voor de ex-Democraat Lieberman te stemmen.

Met zulke vrienden hebben de Republikeinen geen vijanden meer nodig.

Echt belangrijk is de Senaatsrace in Connecticut niet. Maar tekenend is ze wel. Het gaat om Irak. Bovendien is nergens beter zichtbaar in welke verwarrende toestand de Democraten verkeren. Terwijl Joe Lieberman waarschijnlijk wordt herkozen, verschijnt anti-oorlogskandidaat Ned Lamont op campagnebijeenkomsten met Democratische kopstukken als Hillary Clinton en John Kerry – die beiden wél de oorlog in Irak steunden.

Als het debat in het Marriott Hotel voorbij is, staan Ned Lamont en Joe Lieberman nog even de pers te woord. Spindoctors van Lamont delen in de haast geproduceerde stenciltjes uit waarop de ‘leugens van Lieberman’ breed worden uitgemeten, en spindoctors van Lieberman hebben vergelijkbare formuliertjes over de uitspraken van Lamont tijdens het debat. Rond drie uur ’s middags spoeden de twee kandidaten zich naar het parkeerterrein van het hotel. Er moet vandaag nog veel worden gefolderd en gespeecht. Lieberman vertrekt richting Stamford om in een winkelstraat ‘de kiezer te ontmoeten’.

Als zijn chauffeur de Interstate 95 opdraait, ziet hij hoog boven de snelweg een immens billboard met daarop een schokkende foto van een naakte Irakees die in Amerikaanse gevangenschap wordt gemarteld. Naast de foto de tekst: ‘Zij stemden om martelen mogelijk te maken.’ Liebermans naam prijkt boven aan het lijstje.


Tussentijdse verkiezingen

Op 7 november gaan de Amerikanen naar de stembus om te kiezen voor enkele gouverneurs, 33 senatoren en alle 435 zetels van het Huis van Afgevaardigden. Op dit moment zijn 231 zetels van het Huis in handen van de Republikeinen. De Democraten bezetten 201 zetels; één is van een onafhankelijk lid en twee zijn er vacant. De Democraten moeten vijftien zetels winnen om de controle over het Huis te krijgen. Om ook de Senaat te domineren, die honderd leden telt, zullen de Democraten daarin zes zetels van de 33 te kiezen zetels moeten winnen. Vooral de verkiezingen in de staten Pennsylvania, Montana en Ohio zijn van belang. Daar is, afgaande op de peilingen, de kans het grootst dat Democraten een zittende Republikein van de troon stoten. In Missouri, Rhode Island, Tennessee en Virginia is het een dubbeltje op zijn kant.

Radicale Democraten willen bij een meerderheid in het Congres een impeachment-procedure starten, zoals destijds de Republikeinen bij Clinton deden. Ook Bush heeft immers gelogen: over de motieven voor de oorlog en het binnenlandse afluisterprogramma. Maar een afzettingsprocedure lijkt politiek niet verstandig. Na alle hoorzittingen over het Lewinksy-schandaal werd Clinton populairder dan ooit. De president mocht dan een schuinsmarcheerder zijn, zijn iets te volhardende tegenstanders waren in de ogen van de gemiddelde Amerikaan gewoon irritant.