De dagen in het oerbos smaken naar aarde. Dildar Dukany graaft met zijn handen een gat in de koude bosgrond. Zodra er zich water in verzamelt, geeft hij het aan Jwanko, zijn zesjarige zoon, om te drinken. Er is geen andere bron van water. Jwanko zwijgt. Hij huilt niet, hij spreekt nauwelijks nog. Dukany geeft hem koekjes en drukt de jongen tegen zich aan. Hij trekt een slaapzak over zijn magere lichaam.

Het is de vijfde nacht op rij die Dukany en zijn gezin hebben doorgebracht in het Białowieża-woud, het laatste oerbos van Europa, vlak bij de Pools-Belarussische grens. De temperaturen zijn net boven het vriespunt, de lucht is vochtig. Dukany observeert de groepen jonge mannen en gezinnen die om hem heen staan; sommigen zijn hier al veel langer dan hij. Ze zitten allemaal vast tussen de Poolse prikkeldraadversperringen en de Belarussische soldaten.

Met het vooruitzicht op een land vol mogelijkheden en een beetje zin in avontuur verlieten de Dukany’s enkele dagen eerder hun miljoenenstad in Noord-Irak. Korte tijd later bevinden ze zich tussen de honderden mensen die zich niet laten verjagen langs de vierhonderd kilometer lange grens tussen Belarus en Polen. De Poolse soldaten laten hen niet passeren, de Belarussische soldaten laten hen niet teruggaan. Als de temperaturen dalen, wordt hun situatie nijpender. Op 22 oktober vinden politieagenten het lichaam van een man in het grensbos. Het is de negende bevestigde dode.

Dildar Dukany weet het: hij moet zijn gezin hier weg zien te krijgen voordat er iemand ziek wordt en voordat de Polen meer soldaten naar de grens sturen. Het gezin kan nog steeds een stuk onbewaakt grenshek vinden en de EU binnen klimmen. Zes dagen geleden waren ze er eindelijk in geslaagd om op deze manier Polen binnen te komen. Ze zouden al lang in hun land van bestemming, Duitsland, zijn geweest, meent Dukany, als die Poolse vrouw met haar hond hen niet had opgemerkt. ‘Ze wilde helpen, maar leverde ons uit aan de grenspolitie’, zegt hij. De politie bracht het gezin terug naar de grens.

Op TikTok, Telegram en YouTube beschrijven Arabischtalige advertenties de route via Minsk naar Duitsland als een wandeling van enkele kilometers. De grootste uitdaging zijn de lage temperaturen, die hooguit een week kunnen worden verdragen. Misschien moet je door een rivier zwemmen. Vergeleken met de routes over de Middellandse Zee, die een maand duren en eindigen in overvolle Italiaanse en Griekse kampen, klinkt dat goed.

Op die manier lokt de Belarussische heerser Alexander Loekasjenko duizenden mensen via Belarus naar de buitengrens van de EU, als wraak voor de sancties. Het lijden van de migranten is bedoeld om de EU te verdelen. Sinds het voorjaar werken Belarussische bureaus samen met bureaus voor toerisme in het Midden-Oosten, Turkije of Afghanistan, en bieden visa en vluchten naar Minsk aan. Volgens de Poolse autoriteiten bevinden zich momenteel ongeveer veertienduizend migranten en vluchtelingen in Belarus die op zoek zijn naar bescherming of een beter leven, en daarom de oostelijke buitengrens van de EU willen overschrijden.

Dildar Dukany wilde ook een nieuw leven voor zijn gezin, ook al hadden ze het niet slecht in Irak. Dukany vertaalde voor een Zweeds bedrijf, en later werkte hij in de fastfoodsector. Hij komt uit Sulaimaniya, een universiteitsstad met 1,6 miljoen inwoners, een intellectueel en artistiek centrum met twee dozijn musea en een staatstheater. De burgers van de stad worden beschouwd als politiek geëngageerd en hebben in het verleden te maken gehad met repressie. Saddam Hoessein ontbond de universiteit bijvoorbeeld in 1981. Vandaag de dag wordt Sulaimaniya beschouwd als een van de veiligste steden in de Koerdische gebieden van Irak.

Op de vraag hoe het leven in Irak was, antwoordt Dukany snel en zonder na te denken: ‘Niet veilig.’ Dan verschijnt er een onzekere glimlach op zijn gezicht. Waaróm het niet veilig was, zegt hij niet. Ongeveer 1,5 miljoen Irakezen en Syriërs zijn de afgelopen jaren naar de Koerdische gebieden van Irak gevlucht, ook naar Sulaimaniya. Tot de dag van vandaag leven velen in vluchtelingenkampen. De meesten kunnen er een veilig leven leiden, maar sommigen vrezen de cellen van de terreurmilitie Islamitische Staat, die zich in sommige dorpen in de regio schuilhoudt.

In het begin verliep alles volgens plan voor Dildar Dukany’s familie. Dukany ging naar een reisbureau en kocht vluchten naar Minsk en visa. Vanuit Erbil vlogen Dukany, zijn vrouw, zijn zoon, zijn twee broers en hun gezinnen naar Dubai en verder naar Belarus. ‘We bleven tien dagen in Minsk en zagen de stad’, zegt Dukany. ‘We vonden Minsk erg leuk.’ Daarna, zegt hij, regelde hij een taxi om zijn gezin aan de grens met Polen af te zetten.

De Dukany’s wandelden ongeveer 28 uur door het bos. Ze bereikten Polen ongemerkt op een vroege avond. Slechts een autorit scheidde hen nog van Duitsland. Het gezin wilde even uitrusten op de bosgrond voordat ze verder gingen. Te laat merkte Dildar Dukany de vrouw met de hond op, die met snelle tred op hen af kwam lopen. ‘Jullie kunnen hier niet blijven’, zei ze. ‘Kom naar mijn huis, daar zullen jullie te eten krijgen.’ Dukany was bang: wat als ze de grenspolitie zou inlichten? Hij weigerde. Ze bleef aandringen. Hij ging akkoord.

Renata Malinowska’s stem beeft als ze vertelt over de avond waarop ze gewoon een korte wandeling wilde maken en het Iraakse gezin tegenkwam. ‘Kicki is onze held, ze heeft al twee keer vluchtelingen gevonden’, zegt Renata Malinowska en neemt haar hond, een shih tzu, in haar armen. Ze streelt hem om zichzelf te kalmeren, en gaat dan verder. ‘Ze vroegen me om water. Ik leidde ze door het bos naar mijn huis, zodat ze konden douchen en iets konden eten.’ Op haar mobiele telefoon staan video’s en foto’s van die avond. Dildar Dukany lacht naar de camera.

‘Toen ze ons bij het grenshek uit de auto lieten, zei de politie: “Aan de andere kant ligt Duitsland.” Maar ik ben geen idioot’

In de kelderflat waar de foto’s zijn genomen, is Malinowska ’s middags aardappelen, salade en gehaktballetjes aan het inpakken in piepschuimen bakjes. Haar huis staat aan de rand van een dorp, ongeveer zeven kilometer van de grens. Op gewone herfstdagen verhuurt ze gastenkamers. Dit jaar blijven de toeristen weg. Malinowska’s huis ligt in een zone waarvoor de regering de noodtoestand heeft afgekondigd. Alleen bewoners mogen de zone nog betreden. Journalisten en hulporganisaties worden niet binnengelaten. Om de eindjes aan elkaar te kunnen knopen, kookt Renata voor arbeiders die in de buurt treinrails aan het leggen zijn.

‘Ik was bang om iets te doen wat verboden was, omdat ik me geen boete kan veroorloven’, zegt ze. Zorgen voor eten en een douche, dat kon toch niet verboden zijn? ‘Als mens heb ik toch het recht een ander te helpen?’ vraagt Malinowska. Terwijl de Dukany’s in haar keuken aan het koken waren, besloten Malinowska en haar zoon Maciej om activisten en journalisten in te lichten. Ze wilden voorkomen dat de grenspolitie de Dukany’s terug naar Belarus zou brengen. Dergelijke pushbacks zijn verboden door het internationaal recht, maar Maciej Malinowski had gehoord dat ze niettemin werden toegepast.

Grensbewoners als Renata Malinowska en Maciej Malinowski komen door deze crisis voor een dilemma te staan. Zij kunnen het niet aanzien dat mensen in hun Białowieża-woud doodvriezen, maar zij vrezen een misdaad te zullen begaan als ze hen helpen. Sommigen negeren de berichten en doen alsof ze niets gemerkt hebben van de migranten. ʻNiemand steekt hier de grens over, want de bossen zitten vol moerassen’, zegt een oude man uit het buurdorp van Malinowska. Anderen worden activisten en laten hun kinderen ’s nachts alleen thuis om te helpen met thee, dekens en gevulde weckpotten.

Activisten zijn deze dagen overal in het grensgebied aan het werk. Ze communiceren met behulp van gedoneerde telefoons en simkaarten, en met behulp van codenamen en de berichtendienst Signal. De angst dat de Poolse autoriteiten meeluisteren is groot. Vluchtelingen en migranten die het Poolse prikkeldraadhek passeren, geven elkaar hun nummer. Als ze in nood zijn, sturen ze hun locatie naar de activisten. De activisten gaan op elk uur van de dag of de nacht op zoek naar gestrande mensen. Ze leggen de migranten uit hoe de asielprocedure werkt en noteren hun persoonlijke gegevens. Pas daarna nemen ze contact op met de grensbeambten. ʻOngeveer veertig procent van de mensen die wij vinden wordt nog steeds teruggebracht naar de grens’, schat een plaatselijke inwoner in, die al twee maanden hulp biedt.

Piotr Bystrianin helpt een gezin. Bystrianin rijdt met een auto vol eten, water, dekens en kleren langs de Pools-Belarussische grens om vluchtelingen bij te staan. Polen, 2 oktober © Maciek Nabrdalik / NYT / ANP

Zo ging het ook in het geval van Dildar Dukany en zijn twaalf familieleden. Een grensbeambte beloofde Maciej Malinowski dat hij het gezin naar een opvangcentrum voor asielzoekers zou brengen. De grensbeambten vroegen Dukany en zijn gezin achter in een vrachtwagen te gaan zitten. Malinowski hoorde toen een grenswacht tegen een andere zeggen: ‘Verderop in het bos gaan we rechtsaf.’ De weg naar rechts, wist Malinowski, leidde naar Belarus.

‘Ik sprong in de auto en reed achter hen aan, maar vlak voor de grens hielden ze me tegen’, vertelt hij. Hij moest toezien hoe de vrachtwagen in de duisternis verdween. Zes uur later kwamen er berichten binnen op zijn mobiele telefoon: de Dukany’s stuurden foto’s van de grensstrook tussen het Belarussische grenshek en het Poolse prikkeldraadhek: ze zaten ineengedoken rond een kampvuur, de zesjarige Jwanko was in een slaapzak gewikkeld. Malinowski voelde zich schuldig. Hij moest het gezin daar weg zien te krijgen, dacht hij. Zijn moeder Renata barstte in tranen uit toen ze hoorde dat het gezin in Belarus terecht was gekomen.

‘Toen ze ons bij het grenshek uit de auto lieten, zeiden de politiemannen: “Aan de andere kant ligt Duitsland”’, zal Dildar Dukany later vertellen. ‘Maar ik ben geen idioot. Ik wist dat dat Duitsland niet was.’ Er was echter geen uitweg. Het gezin liet zich naar de andere kant van de prikkeldraadomheining duwen. Dildar Dukany voelde zich machteloos toen hij de ijskoude migranten zag die hier al dagen lagen te wachten en te slapen.

Dukany is een trots man. Op oude foto’s poseert hij met zonnebril en pak, hij heeft gel in zijn haar, zijn wenkbrauwen zijn geplukt, zijn baard heeft nauwkeurige contouren. Maar in zijn wanhoop doet hij in de eerste dagen aan de grens iets wat hem later in verlegenheid zal brengen. Hij stuurt hulpverzoeken naar journalisten die erbij waren toen de grenspolitie zijn gezin en hem beval in de vrachtwagen te stappen: ‘Alsjeblieft, alsjeblieft, help ons!’ smeken hij en de andere gezinsleden in de video’s. Zijn vrouw jammert.

De Poolse grenspolitie laat op haar Twitter-kanaal herhaaldelijk weten dat zij illegale grensoverschrijdingen over de grens met Belarus verhindert. In augustus alleen al werden er 3500 mensen tegengehouden, in september ruim zevenduizend en in de eerste elf dagen van oktober nog eens zevenduizend. Maar de grenswachten en soldaten pakken ook mensen op die over het hek zijn gekomen en brengen ze terug. Die zogenoemde pushbacks zijn in strijd met de EU-wetgeving en het Vluchtelingenverdrag van Genève. Niettemin heeft het Poolse parlement deze procedure eind oktober gelegaliseerd: een wetswijziging geeft grensbeambten het recht om migranten die illegaal de grens zijn overgestoken terug te sturen en hun verzoeken om bescherming te negeren.

‘Ik ben niet naïef. Als er een man voor me knielt die eigenlijk mijn meerdere is en me smeekt de politie niet te bellen, is dat geen act’

Vluchtelingen en migranten melden dat zij verschillende keren zijn teruggestuurd. Zij maken deel uit van een kat-en-muisspel tussen Belarussische en Poolse soldaten. Belarussische soldaten zoeken plaatsen langs het hek waar geen Poolse grenswachten zijn en brengen de migranten daarheen. Soms knippen ze de omheining door, soms gooien de migranten zelf dekens over het prikkeldraad en klimmen naar de andere kant. Tijdens de pushbacks zoeken de Poolse soldaten op hun beurt naar plaatsen waar geen Belarussische soldaten zijn.

Sinds Maciej Malinowski achter de vrachtwagen van de grenspolitie is aangereden, draait zijn leven om de mensen aan de grens. Hij rijdt elke dag het bos in en wandelt door het grensgebied, altijd in de buurt van de plaats waarvandaan de Dukany’s hem het laatst hun locatie hebben gestuurd. Thuis houdt hij zich bezig met de geschiedenis van het gezin, neemt contact op met hun familieleden en vrienden via Facebook. ‘Ze komen uit een metropool’, zegt hij. ‘Ik zeg tegen onze mensen: “Jullie denken dat ze nergens vandaan komen, en hooguit schapen hoeden, toch?” Terwijl wij in feite degenen zijn die zich voor hen moeten schamen omdat wij zo weinig hebben.’

Op zijn tochten door het bos vindt hij vliegtickets en kledingstukken. Het zijn de kleren van mensen die niet door de grenspolitie zijn opgepakt en het bos schoon achter zich wilden laten. ‘Ik weet niet wat ik van dit alles moet denken’, zegt Malinowski, ‘maar als ik door dit bos loop, ben ik bang dat ik een grote ramp zal aantreffen.’ Dagenlang is er geen contact meer tussen hem en de Dukany’s. Dan, na zes dagen, krijgt hij hun nieuwe locatie door. ‘Eerst dacht ik dat mijn netwerk niet werkte. Toen begreep ik dat ze in Berlijn waren’, zegt hij. Hij klinkt opgelucht.

Een supermarkt in het noorden van Berlijn, het is negen uur ’s avonds. Duitsers in joggingbroeken en militaire jassen, vrouwen met hoofddoeken en met Berlijnse dialecten duwen grote winkelwagens door de automatische deuren. Iedereen heeft haast om thuis te komen. Sommigen hebben hun werkkleren nog aan. Tussen hen in stappen Dildar Dukany, zijn vrouw en zijn zoon Jwanko uit de supermarkt in het neonlicht van de parkeerplaats. Dukany ziet er anders uit dan op de foto’s aan de grens. Zijn baard is getrimd, zijn contouren zijn als op de foto’s van voorheen. Maar bovenal zien zijn gelaatstrekken er beheerst uit.

Naast hem begint Jwanko te pirouetten, steeds maar door, de armen ver van zich af gestrekt. ‘Het gaat weer goed met hem, maar hij is bang voor de jungle’, zegt Dukany, en zijn toon klinkt bitter. ‘Toen we met de trein door het bos reden, werd hij bang.’ Dukany wordt steeds bitterder als hij terugdenkt aan zijn tijd aan de grens. ‘Het was een vreemde wereld’, antwoordt hij op de vraag hoe hij de tijd in het Białowieża-woud zou omschrijven.

Na vijf dagen in het bos was de familie de Poolse omheining gepasseerd. Ze hebben het aan niemand verteld, noch aan de activisten, noch aan Maciej Malinowski. ‘Ik vertrouw niemand meer’, legt Dukany uit. Kennissen stuurden hem het nummer van een ‘taxi’. De smokkelaar eiste vijfduizend dollar per persoon voor de weg door Polen naar de Duitse grens. Dukany onderhandelde: hij betaalde zestigduizend dollar voor zijn dertien familieleden. De chauffeur bracht het gezin naar Frankfurt an der Oder. Dukany, zijn vrouw en zoon stapten op de trein naar Berlijn. Daar gingen ze naar de politie. Pas na de eerste nacht in Duitsland stuurde Dukany hun locatie door naar Malinowski.

Op de tweede dag in Berlijn heeft het gezin asiel aangevraagd. Sindsdien wonen ze in een opvangcentrum in het noorden van de stad. ‘Ik ben blij om hier te zijn’, zegt Dukany.

Deskundigen schatten dat slechts een klein percentage van de Iraakse staatsburgers die deze dagen via Minsk in Duitsland aankomen het recht zal krijgen om te blijven. Maar Dukany maakt zich daar nu geen zorgen over. Hij wil eerst en vooral de reis achter zich laten. De video’s en foto’s die hij vanuit de grensstrook heeft verstuurd, staan niet meer op zijn mobiele telefoon, zegt hij. ‘Dus je hebt ze gezien?’ vraagt hij me, en zijn gelaatsuitdrukking verhardt. ‘Toon ze alsjeblieft niet.’

Ondertussen wachten er zó veel migranten en vluchtelingen in Belarus dat de autoriteiten het aantal verstrekte visa hebben ingeperkt. Het reisbureau Aneks heeft onlangs meegedeeld dat op de luchthaven van Minsk geen visa meer zullen worden afgegeven voor Afghanen, Egyptenaren, Pakistani, Syriërs, Jemenieten, Iraniërs en Nigerianen. Maar voor de Belarussische autoriteiten is de route ook een manier om geld te verdienen. Zodra meer mensen door kunnen reizen naar Polen is het in het belang van Loekasjenko om weer meer mensen naar Belarus te laten komen.

‘Er zullen meer migranten naar onze bossen komen, omdat deze route de beste is naar Europa, ook al sterven er hier mensen’, meent Maciej Malinowski. Hij kan de geschiedenis niet achter zich laten. Hij brengt voedsel naar de grensstrook en neemt contact op met artsen als hij gewonde of zieke mensen aantreft. ‘Als ik een groep jonge mannen zie, stop ik gewoon even en vraag of ze iets nodig hebben’, zegt Malinowski. Hij roept de grenspolitie er alleen bij als iemand te zwak is om alleen verder te gaan.

Het ergert hem wanneer vrienden of kennissen tegen de migranten en vluchtelingen tekeergaan. ‘Ik ben niet naïef’, zegt hij, ‘als er een man voor me knielt die eigenlijk mijn meerdere is en me smeekt de politie niet te bellen, is dat geen act.’ Hij vertelt van vrouwen wier voeten vol etterblaren zitten en van gezinnen die hij inmiddels huilend in het bos heeft aangetroffen. Soms neemt hij een paar uur vrij. ‘Als ik binnenkort weer aan het werk moet, zijn er mensen die het van mij kunnen overnemen’, zegt hij. ‘Ik ben erin geslaagd een klein netwerk van gelijkgestemden op te bouwen.’


Olivia Kortas is een Duits-Poolse onderzoeksjournalist en is als freelancer werkzaam voor diverse Europese media. Vertaling: Menno Grootveld