In Myanmar schrijft de bevolking geschiedenis

Vastberaden en solidair

De burgeroorlog in Myanmar intensiveert. Analisten maken de vergelijking met Syrië. Maar in Myanmar is het regime de controle kwijt en maakt de samenleving indrukwekkende veranderingen door.

Demonstranten tegen de militaire coup dragen schilden met daarop de juntaleider Min Aung Hlaing. Yangon, 2 maart © Hkun Lat / Getty Images

Experts hebben hun handen vol aan analyses over Myanmar nu het land na de coup van 1 februari al weer weken wereldnieuws is. In blinde razernij maaien soldaten burgers neer met wapens die in een frontlinie thuishoren. Sluipschutters mikken op charismatische jongeren. Veiligheidstroepen vallen medisch personeel, ziekenhuizen en ambulances aan en sleuren mensen uit hun huizen naar gevangenissen of beruchte ondervragingscentra. Het regime laat zelfs de doden niet met rust. Vermoorde demonstranten worden opgegraven om hen te verdoemen tot vergetelheid. Ver buiten de steden, in gebieden van etnische minderheden, intensiveren de gevechten nu verschillende de rebellenlegers zich achter de protesten scharen. Luchtaanvallen doodden en verwondden daar al tientallen dorpsbewoners en joegen tienduizenden op de vlucht.

De taferelen zijn inmiddels zo grimmig dat de vergelijking opduikt met Syrië, waar massale burgerprotesten vermorzeld werden en het regime na een verwoestende burgeroorlog het grootste deel van het land weer onder de knoet heeft gebracht. Het dreigement ‘Assad or we burn the country’ lijkt op vele plaatsen waargemaakt.

De situatie in Syrië drukt haar stempel op de optiek van analisten: burgerprotesten zijn gedoemd te mislukken. In De Groene Amsterdammer van 8 april neemt Rutger van der Hoeven Myanmar onder de loep. Hij waarschuwt om de blik niet te laten vertroebelen door de ontroerende beelden van moedige ongewapende burgers tegenover militairen. Dry-eyed beschouwen luidt het devies, en via de conservatieve historicus Pipes en de politicoloog Wait komt hij tot de conclusie dat het regime vrijwel zeker als winnaar uit de bus zal komen. Westerse landen kunnen dan kiezen om daar maar het beste van te maken of het land aan China over te laten.

In het radioprogramma EenVandaag informeert Rob de Wijk op 29 maart de luisteraar in sweeping statements over de tandeloze internationale opties. Die komen erop neer dat westerse landen slechts symbolische strafmaatregelen kunnen nemen; voor grootschalig militair ingrijpen vormen China en Rusland het struikelblok in de Veiligheidsraad. Een heel vervelend verhaal, maar de magische knop om de zaak te resetten ontbreekt, besluit hij. Ook redacteur Ben van Raaij citeert op 8 april in de Volkskrant analisten die een bloedige oorlog zoals in Syrië in het verschiet zien. Hij meent dat de conservatieve Birmaanse meerderheid zich dan als vanouds achter het nu zo verguisde leger zal scharen en dat het verzet zonder hulp van buitenaf geen enkele kans maakt.

Leunstoelanalyses hebben hun waarde, maar zonder grondige kennis over de situatie ter plekke, een breed scala van contacten en maatwerkdenken kunnen ze de plank ook behoorlijk misslaan. Nihilisme en cynisme lijken de overheersende grondhouding geworden. Een attitude die de blik net zo zeer vertroebelt als een visie waarin geëmotioneerd ontzag voor burgermoed domineert.

De afgelopen weken sprak ik geen Myanmarees die zich er niet van bewust is dat het land langdurig een donkere tijd te wachten staat. Het geweld tegen burgers gaat door en er zullen nog veel meer levens verloren gaan dan de ruim 750 waarop de teller eind april staat. De economie is in een vrije val geraakt en zal miljoenen nog dieper in armoede en zelfs honger doen belanden. De gezondheidszorg staat op instorten. De burgeroorlog intensiveert. Maar wie goed naar hun verhalen luistert weet dat er genoeg redenen zijn waarom de vergelijking met Syrië even simplistisch als voorbarig is en voorbij gaat aan essentiële verschillen tussen de twee landen.

Toen in Syrië demonstraties steeds harder werden neergeslagen formeerde zich uit deserteurs en nieuwe rekruten het Vrije Syrische Leger plus talloze andere gewapende organisaties, waaronder ook extremistische groepen. De militaire tegenmacht van Myanmar heeft een geheel andere oorsprong. Deze bestaat uit legers van etnische minderheden die al rond of na de onafhankelijkheid van 1948 werden opgericht om te strijden voor autonomie en gelijke rechten binnen een federale staat. Decennialang draait de samenleving in een deel van die gebieden sowieso al op een eigen overheidsstructuur.

Af en aan waren er wapenstilstanden, maar de meeste van deze legers hielden hun troepen paraat of breidden uit. Met uitzondering van enkelen die milities vormden en in ruil voor een akkoord met de junta hun drugsimperiums runnen. Terwijl Syrië met honderden verschillende gewapende groepen verbrokkeld raakte, is in Myanmar een omgekeerd proces gaande nu een steeds groter aantal van de gewapende groepen de burgerprotesten steunt. Zo heeft een nee tegen de junta en de aanvankelijke eis van erkenning van de verkiezingsoverwinning van de partij van Aung San Suu Kyi, haar vrijlating en die van alle andere gearresteerden, zich uitgebreid tot een vrijwel landelijke roep om een federale democratische staat. Een interim-regering, geformeerd uit gekozen volksvertegenwoordigers die door de coup opzijgeschoven werden, overlegt daarover met etnische minderheden.

Enkele van de leiders in de nieuwe regering maken openlijk excuses aan de minderheden

Dit nieuwe leiderschap heeft de door de junta geïnstalleerde grondwet van 2008, die het leger tot in lengte van dagen grote politieke macht toekent en de etnische minderheden hun autonomie grotendeels ontzegt, ongeldig verklaard en toegezegd een regering van nationale eenheid te gaan vormen. Die kwam half april tot stand en nieuwe benoemingen zijn nog gaande. Ik was aangenaam verrast door de vele namen van oude bekenden met een lange staat van dienst op de ministerslijst. Enkele prominente posities voor jonge vrouwen, een minister van Mensenrechten met internationale ervaring die openlijk gay is, en een vicepresident van de Kachin-minderheid die tevens jurist is en gemeenschapswerker in hart en nieren. Deze regering wordt geadviseerd door een Nationale Raad van allerlei groepen uit de samenleving. Het is een opmerkelijk brede vertegenwoordiging die aanknopingspunten biedt voor internationale steun. Er wordt zelfs gesproken over de oprichting van een federaal leger of op z’n minst meer coördinatie tussen de legers van de minderheden.

Natuurlijk is al deze samenwerking in de praktijk complex. De grieven van de talloze minderheden over de onderdrukking van het Birmaanse gezag gaan diep. Ze voelen zich ook verraden door de regering van Aung San Suu Kyi die de afgelopen vijf jaar beloofde vrede hoog op de agenda te zetten maar daar niet in slaagde en ook verder te weinig deed om bruggen te bouwen. Het vertrouwen dat het deze keer beter zal gaan is broos. Tegelijkertijd is er ook een opmerkelijk proces van verzoening gaande nu steeds meer Birmanen, inclusief enkele van de leiders in de nieuwe regering, openlijk excuses maken aan de minderheden omdat ze nooit oog hadden voor de onderdrukking van hun landgenoten.

Vooralsnog is een historisch verbond ontstaan waarbij het regime er voor het eerst in de geschiedenis niet in slaagt de Birmaanse overwegend boeddhistische meerderheid en de etnische en religieuze minderheden tegen elkaar uit te spelen. Niet voor niets heeft de Tatmadaw (het leger van Myanmar) altijd alles in het werk gesteld om een oorlog op meerdere fronten te voorkomen. In de volksopstand van 1988 kon het gevechtstroepen uit de jungle naar de steden sturen omdat enkele etnische legers met elkaar slaags raakten en de andere geen boodschap hadden aan het overwegend Birmaanse protest in Centraal-Myanmar. Datzelfde was mogelijk in latere protesten.

Het leger oogt als een tot de tanden toe bewapende gevechtsmachine. In werkelijkheid draait het vooral op enkele geharde bataljons uit de burgeroorlog die nu op burgers worden losgelaten. De aantallen van 350.000 à 450.000 zijn overdreven en een groot deel van de soldaten bestaat uit arme sloebers die geen andere opties hadden. In eerdere crises wist de legertop splitsingen altijd te voorkomen. Maar dat garandeert nog niet dat het deze keer in een zo veel complexere situatie ook zal lukken. Enkele militairen uit lagere rangen deserteerden al en het is veelzeggend dat ook binnen het leger op de partij van Suu Kyi wordt gestemd. Vrees voor overname door extremistische groepen, waardoor voor sommige groepen in Syrië het regime van Assad de minste van twee kwaden leek, speelt onder de bevolking van Myanmar niet. De Tatmadaw wordt al decennia vrijwel unaniem gehaat. Een uitzondering vormde de periode na 2017 toen grensposten in het westen door moslimstrijders werden aangevallen en de bevolking door leger en extremistische monniken werd opgehitst om te geloven dat islamitische overheersing aanstaande was. Die populariteit van de Tatmadaw als onmisbare hoeder van de staat was van korte duur. Ook de monsterzege van de partij van Suu Kyi in de verkiezingen van afgelopen november valt te lezen als een referendum tegen het leger. De coup heeft die grondige afkeer alleen maar verder verdiept en een gemeenschappelijke vijand gecreëerd.

Ook de regionale en internationale context van beide landen verschilt. De gewapende oppositiegroepen in Syrië werden actief gesteund door rivaliserende landen in de regio die zo hun eigen oorlog uitvochten. De Myanmarese rebellenlegers hebben banden met de buurlanden om te kunnen overleven, maar verder gaat die bemoeienis niet.

Toen het regime van Assad in het nauw raakte, kon het rekenen op de cruciale steun van de Russische luchtmacht. Hoewel Rusland voor het leger van Myanmar een belangrijke wapenleverancier is en het al decennia officieren traint, is Myanmar niet belangrijk genoeg voor zo’n rechtstreeks ingrijpen. China, voorheen de grootste steunpilaar van de junta, heeft in de afgelopen jaren juist geïnvesteerd in de relatie met het civiele deel van de regering onder leiding van Aung San Suu Kyi. De grote noorderbuur wil vooral stabiliteit om economische belangen, waaronder een gaspijplijn dwars door het land, en strategische invloed naar de zuidelijke wateren te beschermen. Het schaart zich in internationale fora niet zoals vroeger vanzelfsprekend achter de militaire top van Myanmar en zoekt achter de schermen contact met de vertegenwoordigers van de protesten.

Het is belangrijk om te beseffen dat de opstand al lang niet meer alleen bestaat uit de openlijke demonstraties die de internationale spotlights halen. Het is een beweging van burgerlijke ongehoorzaamheid die met stakingen de controle van de junta saboteert en op lokaal niveau eigen bestuursstructuren opzet. Deze initiatieven komen voort uit een samenleving die vanwege een falende overheid al decennialang gewend is door onderlinge solidariteit en inventieve financiering de eindjes aan elkaar te knopen. ‘We overleven niet dankzij, maar ondanks onze regering’, hoorde ik talloze keren. Een van de sterkste voorbeelden was de hulp aan de honderdduizenden slachtoffers van de tropische cycloon in 2008. Toen westerse humanitaire steun wekenlang geweigerd werd, was het de bevolking zelf die massaal hulp verleende. Vrijwel geen familie die niet aan het inzamelen geslagen was en ook restaurants en andere bedrijven hielpen mee en stuurden mankracht naar het rampgebied.

Voor de zoveelste keer in de geschiedenis blijkt dat de militaire top, geïsoleerd in het hoofdkwartier in de hoofdstad Naypyidaw, geen flauw idee heeft wat er onder de bevolking leeft. De junta dacht na wat korte stevige machtsingrepen tot business as usual over te kunnen gaan. In plaats daarvan is het regime in heel wat woeliger vaarwater beland dan het ooit had kunnen vermoeden.

Er zijn zorgen over hoe de campagne van burgerlijke ongehoorzaamheid vol te houden valt. Twijfels over strategie. Er klinken stemmen dat de offers te groot worden. Angst, wanhoop en paniek jagen bij vlagen rond. Maar er is vooral vastberadenheid en het besef dat het nu of nooit is om af te rekenen met de militaire dictatuur. Terwijl het regime de controle kwijt is, maakt de samenleving indrukwekkende sociale en politieke veranderingen door. Daardoor staat de uitkomst van de krachtmeting tussen de junta en de rest van het land nog lang niet vast.

De meeste analyses laten onvermeld hoezeer in Myanmar deze dagen geschiedenis wordt geschreven. Het is veelzeggend dat in alle beschouwingen op afstand de aanduiding failed state heel wat vaker valt dan die van failed coup.