Vasthouden aan een simpel Midden-Oosten

‘Als Iran kernwapens krijgt, zou dit catastrofale gevolgen hebben; niet alleen voor het Midden-Oosten, maar voor de hele mensheid’, baste Israëls premier Benjamin Netanyahu plechtig tot de verzamelde leden van het Amerikaanse Congres.

Medium ihn

En hij waarschuwde: ‘De deadline komt extreem dichtbij.’ We schrijven het jaar 1996. Destijds zei Netanyahu dat Iran binnen ‘drie tot vijf jaar’ atoomwapens zou hebben; zo rond de eeuwwisseling werd dat ‘twee tot drie jaar’. In 2012 begon Netanyahu te reppen over ‘slechts enkele maanden’. En dat terwijl de Mossad, zo bleek later, Netanyahu herhaaldelijk had verteld dat dit niet waar was, en in 2012 zelfs zwart op wit verklaarde dat Iran ‘niet de activiteiten uitvoert die nodig zijn voor de productie van een kernwapen’. Uit via WikiLeaks gelekte documenten bleek dat Amerikaanse inlichtingendiensten er net zo over dachten.

Om curieuze redenen wordt Netanyahu in deze kwestie nog altijd serieus genomen. Om even onheldere redenen blijven er niet alleen in de VS maar ook in Nederland nog twijfels leven over de vraag of een deal met Iran wel een goed idee is. Maar Henry Kissinger, Moshe Dayan en anderen zeiden het veertig jaar geleden al: over vrede onderhandel je niet met je vrienden, maar met je vijanden. Als je de track record van Iran bekijkt, lijdt het geen twijfel dat het hier een vijand betreft die zich in allerlei oorlogen roerde en terroristische groepen en meedogenloze regimes steunde. Maar twee dingen zijn duidelijk: daar hebben economische sancties niet tegen geholpen, en van onze ‘vrienden’ in de regio hoeven we het ook niet te hebben. Pakistan steunde schaamteloos de Taliban, Saoedi-Arabië steunde IS en verspreidt een destructieve vorm van islam, Israël doet niets om de spanningen in het Midden-Oosten te verlichten en Turkije laat opzichtig IS zijn gang gaan. Om maar een greep te doen.

Liefhebbers van ‘lange geschiedenis’ memoreren tot vervelens toe dat de opkomst van China eigenlijk het herstel van de ‘normale’ historische verhoudingen betekent. In dat licht is de opkomst van Iran heel gewoon, als afsluiting van een intermezzo waarin een piepkleine joodse staat en een hete zandput op het Arabisch schiereiland belangrijker waren. Van echt herstel is overigens nog lang geen sprake, maar Iran heeft de afgelopen jaren zijn invloed sterk uitgebreid en staat niet in alles (denk aan IS) tegenover het Westen. Het is pure misleiding om te doen alsof die opkomst te danken is aan het voorlopige akkoord van vorige week; nog vreemder is het om te suggereren dat Iran hierdoor (voor de zoveelste maal) dichter bij een atoombom komt.

Droog beschouwd is het akkoord een knieval van Iran: het moet een hele zwik legaal nucleair materiaal wegdoen en zich voortdurend laten doorlichten, in ruil voor normaal economisch verkeer. Omdat Iran dit kennelijk belangrijk vindt, is het niet zo gek om te verwachten dat het zich onder dit akkoord constructiever zal opstellen als het om Hezbollah, Syrië, Irak, ja zelfs Israël gaat. Helaas blijft de partij van de domheid, zoals de Republikeinen in de VS zich steeds meer profileren, vooralsnog een struikelblok. In die partij – en ook daarbuiten – proberen nogal wat mensen krampachtig vast te houden aan het beeld van een simpel Midden-Oosten met een helder goed en kwaad en simpele keuzes voor de toekomst. Voor hen is het al heel lang tijd om eens wakker te worden.