Inferno

Vasthouden aan waanzin film

Een geïnterviewde mijmert in Inferno: ‘Je moet tot aan het einde aan je waanzin blijven vasthouden.’ En dat deed Henri-Georges Clouzot in de zomer van 1964 - totdat Romy Schneider en Dany Carrell voor zijn camera op een bootje op een meer bij het Garabit-viaduct in Frankrijk zaten te zoenen en zij, seksbom Carrell, de borsten van Schneider betastte en Clouzot, zijn pijp rokend, een hartaanval kreeg, waarna het project dat bekend stond als L'enfer d'Henri-Georges Clouzot in één klap een van de beroemdste nooit voltooide films uit de geschiedenis werd.

Ik weet niet meer precies wie van de vele geïnterviewden in Serge Brombergs documentaire Inferno, over de ontstaansgeschiedenis van Clouzots film, het idee van waanzin als kernelement in het creatieve proces te berde brengt. Maar dát is niet alleen het thema van de documentaire, maar mogelijk ook de bron van de mysterieuze obsessie van Clouzot, regisseur van Le Corbeau (1943), over paranoia en begeerte, The Wages of Fear (1953), de beste actiefilm uit de geschiedenis, en Les Diaboliques (1955), een schitterende thriller. Regisseur Bromberg kreeg het idee voor zijn documentaire toen hij een aantal jaren geleden per toeval in een lift kwam vast te zitten samen met Ines de Gonzalez, Clouzots tweede vrouw. Tijdens dat gesprek ontdekte Bromberg dat er zo'n vijftien uur aan materiaal bestond van scènes van L'enfer die Clouzot min of meer had voltooid voordat hij ziek werd. Bromberg kreeg toestemming om het materiaal te gebruiken. In zijn film combineert hij dat met interviews en nieuwe scènes waarin twee acteurs dialogen voorlezen ter aanvulling van de gevonden scènes.
In de film die Clouzot had willen maken, speelt Romy Schneider de rol van de vrouw van een jaloerse hoteleigenaar (Serge Reggiani). Dat is min of meer het enige wat over het verhaal valt te zeggen. Maar wat precies was het object van Clouzots obsessie? Misschien toch de combinatie begeerte en Romy Schneider? Bromberg toont eindeloze beelden van haar zoals ze nog nooit eerder te zien was. Bijvoorbeeld een onwaarschijnlijk mooie scène: Schneider, naakt, vastgebonden op een spoorlijn met een trein die vanuit de verte op haar afkomt. Of het erotische spel op het bootje. Of Schneider in verleidelijke lingerie, in bizarre kleuren, met een paarse of blauwe mond, en dan weer normaal, maar met haar tong, lang en nat, levensgroot in beeld, bijna de lens van de camera likkend.
Was Clouzot dus simpelweg aan het experimenteren met vreemde vormen, een psychedelisch design, om het thema jaloezie door beeld- en geluidsmanipulaties te creëren? Misschien wist hij het zelf niet en maakte hij daarom eindeloos plannen waardoor de grens tussen slagvaardigheid en creativiteit verdween. Immers, zijn beroemde, precieze storyboards werden keer op keer gewijzigd; soms stonden drie verschillende hoofdcamerateams, en geen zogeheten ‘second-unit-teams’, hele dagen klaar om te draaien - zonder dat de maestro, maker van het tot in de puntjes perfecte Wages of Fear, ook maar een enkele aanwijzing gaf.
Zo kun je het zien: de twijfelende artiest aan het einde van zijn carrière. Maar misschien is er nog iets aan de hand, iets wat te maken had met obsessie en waanzin. Het krampachtig vastklauwen aan waanzin als een drijvende creatieve kracht. De kostbare waanzin van Henri-Georges Clouzot, daar gaat Inferno over. Aan het begin van de film zegt hij in een zeldzaam interview: ‘Ik dramatiseer in film een angstgevoel dat ik iedere avond heb. Ik lijd aan slapeloosheid. Ik denk niet dat ik een pathologisch geval ben. Dat wás ik wel. Maar niet meer. Ik had een depressie, ja. Een echte.’

Serge Bromberg, Inferno. Te zien vanaf 1 april ¡in het Filmmuseum te Amsterdam