Kunst

Vastleggen is niet genoeg

Beeldende kunst: Groeps-tentoonstelling ‹LAB› in beeldentuin Kröller-Müller

In 1958 veroorzaakte de Franse kunstenaar Yves Klein een kleine rel. In de Parijse galerie Iris Clert organiseerde hij een expositie. Langs een blauw gordijn wandelde het bezoek naar binnen. Daar wachtte een onaangename verrassing. Want wat was dat nou? Kale wanden, lege vloeren: de expositieruimte was leeg. Daar hadden ze niet voor betaald.

Wie LAB, een groepstentoonstelling van acht buitenlandse kunstenaars in de beeldentuin van het museum Kröller-Müller bezoekt, kan een soortgelijke ervaring verwachten. Op het evenementenveld staat een omheining, gebouwd door de architecten van Gruppo A12. Van buiten is onmogelijk te zien wat er aan de andere kant gebeurt. Alleen een brug aan de achterzijde biedt toegang. Al wandelend fantaseer je over wat er binnen te zien is. Prachtige sculpturen, indrukwekkende installaties. Dat valt tegen. Net als de galerie van Yves Klein is de binnenplaats vrijwel leeg. Er ligt een grasveld, met hier en daar een bankje, dat is het wel.

Gelukkig is de kunst niet helemaal afwezig. Zij bevindt zich alleen op een andere plaats dan je verwacht: in de vijf zaaltjes, die via een nauwe gang tussen de binnenste en de buitenste schutting zijn te bereiken.

Aan ambitie geen gebrek bij de makers van LAB. De tentoonstelling moet fungeren als laborato rium waarin, zoals de folder meldt, «het publiek kan reflecteren op hedendaagse vraagstukken die te maken hebben met het leven in de metropool».

Reflecteren op vraagstukken die te maken hebben met het leven in de metropool — je krijgt er een onbehaaglijk voorgevoel van. Het klinkt te vrijblijvend. Ook in de beeldende kunst geldt: hoe algemener de beschrijving, hoe groter de kans op nietszeggendheid.

Door nauwe gangen beweeg je je van de ene expositiezaal naar de volgende. Het vochtige hout kraakt onder je voeten.

In de eerste zaal wacht een installatie van Simon Starling. Er staat een fiets waarop Starling een motorzaag heeft gemonteerd. Als beeld is het niet bijzonder, als idee kan het van alles betekenen. Enig leeswerk leert dat Starling «de cycli van productie en economie op zeer omslachtige dan wel absurdistische wijze» wil blootleggen. Heel goed, maar uit de installatie valt dit met de beste wil van de wereld niet af te leiden.

Even verderop projecteert Lara Almarcegui, in een slecht verduisterd zaaltje, dia’s op een muur. De kwaliteit van de beelden is belabberd. De dia’s tonen ruïnes en bouwvallen die in de buurt van het museum staan en stonden. Bouwval volgt op bouwval volgt op bouwval volgt op bouwval. Wat de kunstenares met de afbeeldingen wil, blijft onduidelijk. Ze zijn niet mooi, niet grappig, niet uitdagend, ze zetten je niet aan het denken, noch leggen ze iets bloot. Het is enkel een droge opsomming. Slaapverwekkend, nietszeggend, saai.

Aan het eind van de tentoonstelling wacht toch nog een aardige verrassing. De reislustige Heman Chong heeft een ansichtkaartenwinkeltje nagebouwd, compleet met toonbank, kassa én kassajuffrouw. 550 ansichtkaarten staan langs de wanden. Los kosten ze tachtig cent, maar wie er meer dan vijf koopt krijgt korting.

Chong maakte de foto’s tijdens zijn reizen naar verschillende metropolen. Hij fotografeerde details die hij kenmerkend acht voor het leven in de grootstad. Waar de foto’s zijn gemaakt, blijft onduidelijk. Er zijn kaarten met afbeeldingen van politieke leuzen op muren, naakte etalagepoppen in slecht verlichte ruimtes, een filmposter van Penelope Cruz waar iemand een snorretje op heeft aangebracht.

Naarmate de tentoonstelling vordert, zal de winkel steeds leger raken. De kaarten vinden een nieuw onderkomen. Daar zullen ze worden bewaard, verstuurd, weggegeven, op zolder belanden of gebruikt worden om de open haard mee aan te steken. Zo waait Chongs werk langzaam uit over de wereld. Het ontstaansproces herhaalt zich, maar dan omgekeerd.

Helaas heeft ook Chong niets méér gedaan dan voorwerk. Wie een paar honderd woorden bij elkaar zet heeft nog geen verhaal, wie een paar honderd beelden achter elkaar plaatst heeft nog geen film, en wie vijfhonderd foto’s bij elkaar brengt heeft nog geen geslaagd kunstwerk. Vastleggen is niet genoeg. De kunstenaar zal moeten ingrijpen, kiezen, schiften, ordenen.

Museum Kröller-Müller, Hoenderloo

Tot 26 september