Romeinse meesterspion of joodse mysticus

Vechten om Paulus

Met het boek ‹Paulus bij Berendse & Van der Stadt› reageert de Nijmeegse theoloog Patrick Chatelion Counet op de in boekvorm uitgegeven scriptie ‹Alias Paulus› van de Groningse historicus Thijs Voskuilen, die beweert dat Paulus een geheim agent van de Romeinen was.

In 2002 schrijft Thijs Voskuilen een scriptie waarin hij betoogt dat Paulus een geheim agent was in dienst van de Romeinen. Voskuilen giet zijn verhandeling in de vorm van een talkshow. Hij laat het fictieve personage Will Hunting bij David Letterman zijn theorie uiteenzetten. De scriptie wordt door de hoogleraren Ankersmit (geschiedenis) en Bremmer (theologie) van de Rijksuniversiteit Groningen beloond met een 9.

In 2002 verschijnt het epistel in boekvorm. De reacties zijn verdeeld. In de landelijke pers is men overwegend positief, onder theologen ronduit negatief. Een Groningse theoloog spreekt vlak na verschijning van «een weinig overtuigende cirkelredenering» en «slecht onderbouwd en vol met blunders». De landelijke media zijn blij met wat beroering in de rimpelloze vijver die de vaderlandse theologie heet te zijn. René Zwaap looft de uitdagende theorie in De Groene Amsterdammer en Wim T. Schippers nodigt Voskuilen uit in zijn populair-wetenschappelijke programma Flogiston, waar de olijke televisiepresentator vertelt onder de indruk te zijn van het werk van Voskuilen.

Juist dat schiet de Nijmeegse theoloog Patrick Chatelion Counet in het verkeerde keelgat. De exegeet van het Nieuwe Testament, werkzaam als docent aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen, vertelt dat hij niet eens zo verontwaardigd was over het boek. Patrick Chatelion Counet: «Ik was vooral verontwaardigd over de positieve ontvangst. Toen ik erachter kwam dat het werk als doctoraalscriptie was goedgekeurd, vond ik dat ik iets moest doen. Dit had nooit als wetenschap mogen passeren.»

Als reactie kruipt Chatelion Counet in zijn vakantie achter de computer, leent Voskuilens personage Will Hunting en laat hem opdraven bij het programma Barend & Van Dorp tegenover zijn eigen alter ego, Lennaert de Groot. De theoloog krijgt echter geen fiat voor zijn oorspronkelijke titel, daarom wordt gekozen voor Paulus bij Berendse & Van der Stadt. Maar daarmee is het Paulus-debat nog niet ten einde. Thijs Voskuilen wenst namelijk niet afgeschilderd te worden als een dommige historicus die onzin uitkraamt. Volgens hem is zijn theorie nauwelijks betwistbaar, heeft Chatelion Counet zijn boek niet goed gelezen en speelt hij op de man. Thijs Voskuilen: «Wat Patrick Chatelion Counet in zijn boek heeft gedaan, staat gelijk aan verscheidene cijfers in een wiskundige formule veranderen en vervolgens aantonen dat de formule niet klopt. Hij heeft het over een dubbelspion terwijl ik dat woord niet gebruik. Hij geeft mijn theorie aantoonbaar anders weer dan ikzelf doe.»

Het is een twist met vele vertakkingen. Zelfs de oogproblemen van Paulus zijn onderwerp van discussie. De twee ping pongen over en weer in hun twist om details uit het leven van Paulus. De grote lijnen zijn voor de niet ingevoerde lezer waarschijnlijk toch het meest interessant. Evangelist Lucas beschrijft in Handelingen hoe christenvervolger Saul van Tarsus onderweg naar Damascus een visioen krijgt dat leidt tot zijn bekering. Saul was Romeins staatsburger, jood en tentenbouwer. Na zijn visioen bekeert Saul zich tot Paulus en wordt een net zo fanatiek verspreider van het christendom als hij vervolger was.

«Onzin», vindt Voskuilen. «Stellen dat Paulus oprecht was, is een puur christelijke stelling die niet objectief te onderbouwen valt. Het gaat hier om Saul van Tarsus, vervolger van de vroege christelijke beweging, die zijn bekering gefingeerd heeft. Hij is voor de overheid blijven werken. Als een vervolger toetreedt tot de organisatie die hij aan het vervolgen is geweest, moet bewezen worden dat hij oprecht is. Die man is zichzelf gebleven. Als je me kunt uitleggen hoe dat vergezocht is, dan eet ik je schoen op.»

Chatelion Counet zegt dat een dergelijke bewering onmogelijk te bewijzen valt. In zijn boek laat hij alter ego De Groot als volgt reageren: «De absurditeit! Als Paulus een spion was, is zijn optreden de grootste mislukking in de geschiedenis van de spionage en de contraspionage. Een relatief onbeduidende joods-sektarische beweging wordt door het mislukte optreden van Paulus Nul-Nul-Zeven een wereldwijde organisatie waar de Romeinen in de tweede en derde eeuw hun handen vol aan zouden krijgen.»

Voskuilen meent dat Paulus juist de angel uit het vroege christendom heeft gehaald door prediking van geweldloosheid en gehoorzaamheid aan de Romeinen: «Voor de Romeinen was er geen betere koning van de joden dan een dode koning van de joden, Christus dus. Natuurlijk komt hij ooit terug, maar er zullen weinig Romeinen bang geweest zijn voor de terugkeer van een man die ze zonder veel moeite hadden gekruisigd.»

Met de bijbel op schoot betoogt Chatelion Counet dat Voskuilen flink mis zit op dit punt: «Paulus vertelt op geen enkel punt dat de gemeenten trouw moeten zijn aan de Romeinen. Eerst zegt hij dat ze de overheid moeten gehoorzamen. Maar dan moet je wel doorlezen. Hij zegt daarna dat ze alleen ontzag en eerbied moeten geven aan de mensen die dat verdienen. Dat is je reinste opruiing, natuurlijk geven die gemeenten geen ontzag aan keizers die ze verachten. Ten slotte zegt hij ook nog eens dat ze de wet moeten dienen. Hij heeft het over de joodse wet, denk maar niet dat de Romeinen blij zijn met zulke uitspraken.»

Zo kunnen de twee nog wel een tijdje door kibbelen. Daar valt makkelijk een derde boek mee te vullen. Er lijkt een cultuurverschil tussen beide heren te bestaan. Chatelion Counet zegt zich goed vermaakt te hebben met het schrijven van zijn boek, poneert nog wat gewaagde stellingen over Leonardo da Vinci als maker van de lijkwade van Turijn en overweegt tijdens een volgende vakantie nog een boek te schrijven naar aanleiding van de stelling van Jorge Luis Borges, die in Tres versiones de Judas beschrijft waarom Judas eigenlijk de Messias was.

Voskuilen neemt de zaken hoger op: «Ik wil geen lacherige pose opvoeren als ik het niet meen. Ten eerste wekt Chatelion Counet in het voorwoord geen moment de indruk dat hij er een grap van maakt. Als hij dan mijn vader ten onrechte dood verklaart en mijn familieleden beledigt door ze geheel fictief af te schilderen als een tiranniek stel mensen, dan gaat hij te ver. Dat is een haantjesstrijd waar de lezer mee lastiggevallen wordt.»

En zo verzanden de twee in de eeuwen oude strijd over de laakbaarheid van fictieve personages. De Nijmeegse theoloog vindt dat hij Will Hunting alles mag laten zeggen wat hij wil: «Goed, ik maak er niet het personage van dat hij graag wil», zegt Chatelion Counet. «Pech. Hij mag nog blij zijn dat ik dat personage een eerbiedwaardige familie meegeef en hem niet ontmasker als een Pipo of een Mickey Mouse. Ik ken Voskuilen niet en ga gewoon met een tekst aan de slag. Wanneer hij meent Paulus te kunnen ontmaskeren, moet hij niet verbaasd opkijken als iemand hém ontmaskert.»

Voskuilen heeft het zichzelf in de wetenschappelijke wereld niet gemakkelijk gemaakt door een dergelijke fictieve vorm te kiezen voor een wetenschappelijk onderzoek. De Groninger stelt dat hij door het gebruik van vele voetnoten het script van de talkshow heeft omgevormd tot wetenschappelijk onderzoek. Had dat niet voldaan, dan had hij nooit kunnen afstuderen bij de hoogleraren Ankersmit en Bremmer.

Chatelion Counet is echter niet onder de indruk van de voetnoten: «Voetnoten maken iets nog niet meteen tot wetenschap. Als hij bij mij met dit onderwerp was aangekomen, had ik gezegd: maak er een historische roman van, word rijk, maar verwacht geen doctorandustitel. Als hij echt wetenschap had bedreven, had hij er ook over kunnen publiceren in het Tijdschrift voor Theologie of de Journal of Biblical Literature.»

Voskuilen zegt daar geen behoefte aan te hebben: «Waarom zou ik er nog een artikel over schrijven als ik er al een boek over heb gepubliceerd? Ik ben hun marionet niet. Bovendien hebben ze me ook niet gevraagd een artikel te schrijven. Als het onzin was, dan hadden ze me toch juist uitgenodigd om een artikel te schrijven, zodat ze het haarfijn uit elkaar konden halen?»

Ten slotte is er nog het verhaal van de Amerikaanse kolonel. Voskuilen benadert voor zijn onderzoek kolonel Rose Mary Sheldon van de Amerikaanse inlichtingendienst en tevens hoogleraar oude geschiedenis aan de militaire academie. Zij was al eerder bezig met het onderwerp «Paulus» en ondersteunt de theorie van Voskuilen. Voskuilen: «In de geschiedwetenschap zoek je naar verklaringen. Niet naar harde bewijzen. De winnende theorie is de theorie die het meeste verklaart. Wanneer het om een inlichtingentheorie gaat vind ik het oordeel van een gespecialiseerde kolonel zwaarder wegen dan dat van een theo loog. Als je een spion wilt ruiken moet je een speciaal opgeleide speurhond inschakelen. En dat is die kolonel. Chatelion Counet is niet zo’n speurhond. Die ruikt wat hij wil ruiken en is dus Oost-Indisch geurendoof. Van alle experts is Sheldon de enige die heeft gezegd: volgens mij heb je gelijk. De andere Paulus-kenners hebben zelfs niet willen toegeven dat het mogelijk is, voorzover ik weet.»

Chatelion Counet zegt «not impressed» te zijn: «Kijk eens naar wat diezelfde Amerikaanse inlichtingendienst nu voor bokken schiet in Irak. Dan moet ik zeker onder de indruk zijn, omdat ze dit bevestigen? Zelfs al had Voskuilen het nihil obstat van de paus zelf gekregen, dan had ik me nog te vuur en te zwaard verzet tegen zijn theorie.»

Patrick Chatelion Counet

Paulus bij Berendse & Van der Stadt: Romeinse meesterspion of joodse mysticus

Meinema, 170 blz., € 16,90

Thijs Voskuilen

Alias Paulus: De grondlegger van het christendom als geheim agent van Rome

Ambo, 542 blz., € 24,90