Vechten tegen de engel toneel

HannaH is de titel van de voorstelling. Hanna heet het meisje, de titelfiguur (uit de tekst van de Zwitserse schrijver Guy Krneta), en die extra grote H achter haar naam in de titel lijkt op een harde zucht. Ik besta niet, want vóór iemand aandacht aan míj schenkt, is er de herinnering aan mijn broer, Han.

Han viel op zijn vierde uit het raam van een flat. De moeder lette even niet op tijdens het strijken, en Han dacht dat hij kon vliegen. Een dom incident. Han was na de val op slag dood. En Hanna is jaren later geboren. Ze gaat nog wekelijks mee naar het kerkhof. Want Han is er nog altijd, zeggen haar ouders: ‘Han is nog altijd onder ons.’ Een voor meerdere uitleg vatbare formulering. Maar weet Hanna veel!? Ze wordt opgezadeld met een lijk dat een engel is geworden. En ze kan niet anders dan daarmee vechten.
Dat gevecht is taai. Wat moet je als kind met een dooie die je nooit hebt gezien? Regisseur Inez Derksen heeft daar de volgende oplossingen voor gevonden. Boven het speelvlak hangt een opgezette vogel. Hanna wordt voorts gespeeld door drie actrices: Isabella Chapel, Kim Coppes en Ilse van Kemenade. Zij vertellen het verhaal van Hanna, zittend op een meubel met veel laatjes (ontwerp: Ine Billenkamp). Uit die laatjes halen ze allerlei herinneringen aan Han. En geleidelijk aan doet Hanna - doen de drie Hanna’s - iets om die herinnering aan hun gestorven broertje te vergeten. Wat ze precies doen, verraad ik hier niet, want dan is de vijftig minuten durende voorstelling op voorhand vergeven.
De speelstijl is vertellend. De drie actrices vertellen samen het verhaal over een engel waar ze eigenlijk zo snel mogelijk van af willen. Dat gegeven is op zichzelf boeiend. Ik was door enkele zinnen in het persbericht meteen mateloos geïnteresseerd. Vertellend theater - gewoon gaan zitten en een verhaal tot leven brengen - mij krijg je er mee plat. Maar in HannaH werkt het niet. Met name die hoofdletter H, die er mag ik aannemen toch niets voor niks staat, deelt niet de klap uit waar ze voor staat.
Het eindresultaat is vooral een sentimenteel rommeltje. Al vrij snel dacht ik over de beslommeringen van het meisje dat wordt achtervolgd door de engel - die als vogel ook al zo illustratief boven het speelvlak zweeft: 'We hebben een probleem, wat is dat probleem precies en wat gaan we eraan doen?’ Het theatrale antwoord is in HannaH eigenlijk weinig meer dan het uitmelken van die vraag. Daarin worden de toeschouwers vooral aangesproken op een opgerekte anekdote. En voor zover de voorstelling iets probeert te vertellen over het verwerken van de dood, vind ik de productie gemakkelijk en een tikje klef. De potentiële meerwaarde van een vertellende manier van acteren wordt hier niet geïncasseerd. Het enige wat ik dacht was: kom dan écht met een verhaal.

  • Teneeter uit Nijmegen heeft een reputatie op te houden als het gaat om klassieke Griekse teksten bewerkt voor een jeugdig publiek. Na Ifigeneia en Antigone volgt deze maand Medea. Regie: Rinus Knobel en Femke Janssen. Inlichtingen: 024-3600588.
  • Teksten van Roel Adam leveren vrijwel altijd voorstellingen op om naar uit te zien. Voor Huis aan de Amstel schreef hij Het station, over twee jongens die geconfronteerd worden met een meisje uit Nergenshuizen met een grote koffer en zonder bestemming. Vanaf 15 november overal te zien, voor iedereen vanaf 5 jaar. Regie: Liesbeth Coltof. Inlichtingen: 020-6229328.