Muzikant (dEUS), filmmaker en wellicht Grootste Belg Tom Barman

Veel betekenen voor weinig mensen

De band dEUS van de Antwerpse muzikant en filmmaker Tom Barman werd in 1998 uitgeroepen tot Cultureel Ambassadeur van Vlaanderen. Barman zelf is genomineerd voor de verkiezing, dit najaar, van de Grootste Belg. Op 31 juli is hij te gast in VPRO’s Zomergasten.

«De wind staat voor veranderlijkheid, toeval, grillig heid», zei de Antwerpse mu zikant en filmmaker Tom Barman (1972) bij de première van zijn film Any Way the Wind Blows. Veranderlijkheid en grilligheid, het opheffen van schijnbare tegenstellingen en de combinatie van uitersten zijn karakteristiek voor de man en z’n band dEUS, waarvan in september het langverwachte vierde album Pocket Revolution verschijnt. Of het nu de muzikale tegendraadsheid is in de muziek van zijn groep, de combinatie van een ongeschoolde gitarist en een klassiek pianist bij het duo Barman & Van Nueten of die van rockzanger en deejay bij Magnus, Barmans eclectische manier van werken blijkt keer op keer een vruchtbare formule.

Op 31 juli is Barman te gast in VPRO’s Zomergasten. Hij is «geen ongelooflijke tv-kijker», maar lichtte kort geleden in het weekblad Humo een tipje van de sluier op. We kunnen in Zomergasten veel jaren-tachtig-tv uit zijn jeugd verwachten en programma’s van na 2000. De jaren negentig negeert hij grotendeels, omdat hij aan het begin van die periode geen geld had om een tv te kopen en daarna geen tijd meer om ernaar te kijken.

Als zoon van een Noorse kunsthandelaar en een Gentse beleeft Barman een welgestelde jeugd op de minder prestigieuze linkeroever van Antwerpen. Hij zit op school bij de jezuïeten en is daar een buitenbeentje. Dit outsidergevoel is terug te vinden in zijn creatieve ideeën, die gestalte krijgen buiten de mainstream. Kunst moet volgens hem één ding: niks. Barman: «Dat kunst een verhaal moet hebben is even waar als dat een popnummer of rocknummer een refrein moet hebben, of dat muziek tonaal moet zijn.» Het fijne aan muziek of film maken is dat je totaal vrij kunt zijn, daarbij probeert hij «extreme evidenties» te vermijden en te breken met geldende conventies. Hij is altijd op zoek naar het minder voorspelbare en het persoonlijke: «Ik ben extreem chaotisch, zenuw achtig en kinetisch. Door liedjes te maken, orden ik mijn leven.»

Barmans muzikale carrière begint als straatmuzikant bij De Muziekdoos aan de Kaaien, een ontmoetingsplaats voor muzikanten. Overdag spelen en ’s avonds pintjes drinken. Barman studeert nog even audiovisuele kunsten in Brussel, maar wordt na een jaar weg gestuurd wegens spieken. Onder de naam dEUS doet hij in een vijfkoppige band in 1992 mee aan de Humo Rock Rally en haalt de finale. Een recensent schrijft hierover: «Een nijpend gebrek aan coherentie en de afwezigheid van echt sterke songs maakten dat er evenveel magie in de lucht hing als in het oefenkabinet van een vrijetijdsgoochelaar.»

Omdat geen maatschappij geïnteresseerd is in de groep brengt dEUS de eigenzinnige EP Zea (1993) in eigen beheer uit. Die moeizame start staat in schril contrast met de lovende kritieken die veel beginnende Belgische bands te genwoordig krijgen. Voor een groot deel zijn ze schatplichtig aan het pionierswerk van dEUS. Het vijftal zorgt ervoor dat de Belgische muziek-scene een grote dosis zelfvertrouwen krijgt en de ingedutte platenindustrie weer gaat geloven in talent van eigen bodem. De successen van K’s Choice, Soulwax en later Vive la Fête en Absynthe Minded die de landsgrenzen ver overschrijden zijn er het gevolg van.

De beweging wordt in gang gezet wanneer de debuutplaat Worst Case Scenario (1994) bij de internationale muziekpers inslaat als een bom. De chaotische avant-gardistische sfeer van het experimentele, maar toch melodieuze album roept vergelijkingen op met Captain Beefheart, John Cale, Sonic Youth en The Clash. De superlatieven zijn niet van de lucht. Behalve met de singles Suds & Soda en Via maakt Barman indruk met het breekbare Right as Rain, over het overlijden van zijn vader: «His only ad vice was that he die/ while I did a little dance/ From dust to dust the preacher sighed/ I did a little cry.»

In 1995 brengt de groep het wispelturige en tegendraadse My Sister Is My Clock uit, dat be staat uit één nummer van dertig minuten, een collage van korte liedjes, gesprekken en geluiden. De tweede volledige plaat, In a Bar under the Sea (1996) wordt wel goed ontvangen, maar kan qua verkoop niet tippen aan het debuut. De band is inmiddels een grote naam in het alternatieve circuit, krijgt waardering van bands als R.E.M. en Radiohead, speelt voor uitverkochte concertzalen en bezoekt alle grote festivals in Europa.

Het succes leidt tot formatiewisselingen. Stef Kamil Carlens vertrekt en geeft de voorkeur aan zijn eigen project, Moondog Jr., later Zita Swoon. Met zijn vertrek verdwijnt voor een deel het onberekenbare element in de muziek. Het maakt plaats voor een meer volwassen ge luid met gelaagd opgebouwde songs en subtiele, gedreven melodieën. Zonder Carlens wordt Barmans status als spil van de groep steeds meer zichtbaar. Hij schrijft bijna alle nummers, maakt de videoclips en genereert de meeste persaandacht. Het meer ingetogen The Ideal Crash (2003) komt moeilijk tot stand en heeft wederom goede kritieken, maar mindere verkoopcijfers. Veel concertsucces is er wel in de Benelux, in Frankrijk en in Engeland. Als de druk na de tournee te groot wordt roept Barman het jaar 2000 uit tot sabbatsjaar. Hij zet de band op non-actief.

Van stilzitten is geen sprake. Barman pakt zijn oude liefde voor film op en gaat schrijven aan een script dat «rock-’n-roll moet brengen in de Vlaamse film». Het sabbatsjaar worden er vier en velen plaatsen een vraagteken bij de toekomst van de band. De première in 2003 komt veel later dan gepland. Als het gaat om releasedata is Barman sowieso recordhouder deadline-breken geworden. Misschien heeft het te maken met zijn geloof in toeval dat, naar eigen zeggen, zijn religie is: «Ik breng graag dingen op gang en kijk dan wat er gebeurt. Om die energie gaat het me.»

Zo vindt op een folkfestival een ontmoeting plaats met de klassiek geschoolde pianist Guy van Nueten. Ze besluiten een theatertournee te doen. De shows bestaan uit nummers uit het eigen repertoire en veel covers van door Barman bewonderde artiesten als JJ Cale, Nick Drake, Serge Gainsbourg en Joni Mitchell. Na verscheidene succesvolle tournees verschijnt eind 2003 de dubbel-cd Live. Daarnaast wordt Barman steeds vaker als deejay achter de draaitafels gesignaleerd. Hij ontmoet CJ Bolland. On der de naam Magnus proberen ze «JJ Cale op Kraftwerk te zetten». Het album The Body Gave You Everything (2004) verenigt twee muzikale werelden, rock en techno. De veelzijdigheid van Barman komt verder tot uiting op de soundtrack van Any Way the Wind Blows (2003): Yazoo, Bach, Cole Porter, Puccini, Queens of the Stone Age en Squarepusher zul je normaal gesproken niet snel in één compilatie tegenkomen. De verzameling klinkt als een logisch geheel en bepaalt de kracht van de film.

Na bijna zes albumloze jaren beginnen Tom Barman c.s. in 2004 aan opnamen voor een nieuwe plaat. Het einde van de groep lijkt nabij als twee bandleden er na de zomer de brui aan geven, maar toch blijkt de band nog zo veel aantrekkingskracht te hebben dat de vacante plekken snel worden ingevuld door de gerenommeerde muzikanten Stéphane Midde ghers (Soulwax), Alan Gavaert (Arno) en Mauro Pawlowski (Evil Superstars). Met nieuw elan en hoge verwachtingen beginnen ze met Barman en Klaas Janzoons (viool, keyboards en percussie) als enige overgebleven oerleden aan Pocket Revolution.

De vierde langspeler van de groep blijkt het wachten waard. De lijst met meewerkende artiesten lijkt wel een oeuvre-overzicht; een groot aantal oude en nieuwe bandleden werkt mee aan het album (met Stef Kamil Carlens als opvallende gastvocalist), ook Van Nueten en Bolland geven acte de présence. Pocket Revolution ademt de spannende sfeer van een levendig stadsleven. Het is intens, dynamisch en diepgaand. De homogene en specifieke sfeer van The Ideal Crash heeft plaatsgemaakt voor meer tegendraadsheid en een «rockender» geluid, maar nog steeds is de bewondering voor de simpele popsong terug te horen. Van het subliem naar een climax toewerkende Bad Timing tot het prachtig ingetogen, inmiddels klassieke Nothing Really Ends (uit 2001!) word je afwisselend bij je nekvel gegrepen en op sleeptouw genomen. Het eclectische, broeierige Sun Ra staat wat dat betreft model voor de plaat. «I’m gonna rip it off/ bring it down/ send it to hell/ Somebody teach me something new/ Somebody as guilty as me/ can break the spell» – het kenmerkt Barmans blijvende zoektocht naar het nieuwe en onbekende.

Het is afwachten of zijn andere ambitie om met dEUS (opnieuw) voor een grote doorbraak te zorgen haalbaar is. Barman richt zich er duidelijk niet op bij het schrijven van songs en dus is het de vraag of de groep de artistieke waar dering terug gaat zien in de verkoopcijfers. Voor het grote publiek is Pocket Revolution misschien te ongemakkelijk en niet luistervriendelijk genoeg. Gelukkig kan Barman het verlangen naar de grote erkenning ook wel weer relativeren. Uitgedrukt in een parafrasering van Hegel: «Misschien is het meer waard veel te betekenen voor weinig mensen, dan weinig te betekenen voor veel mensen.»

dEUS, Pocket Revolution (V2) verschijnt op 12 september

Tom Barman is zondag 31 juli te gast in het VPRO-programma Zomergasten