Veel geld, geen geluk

MUNCHEN - Geld is hier in overvloed. Geld is hier geen probleem! Wie in het centrum van deze stad door de Maximilianstrasse wandelt, ziet voor de etalages dezelfde peperdure bontjassen flaneren als achter de pompeuze ruiten op poppen met lege ogen worden uitgestald. Geld is hier geen enkel probleem. Ook niet voor het theater. Op Maximilianstrasse nummer 26 tot 28 zit de toneelgroep Munchner Kammerspiele.

Zeg: Toneelgroep Amsterdam van Munchen, maar dan een stuk behoudender in de repertoirekeuze. En met aanmerkelijk meer geld. Hun toneelhuis wordt vanaf medio 1996 grondig gerenoveerd. Dat kost Munchen enkele tientallen miljoenen harde marken. Het gezelschap (zestig acteurs en actrices in vaste dienst) verhuist daartoe tijdelijk naar een ander onderkomen. De inrichting van dit tijdelijk onderkomen - zo meldt de lokale televisie in mijn handelsreizigershotel - drukt voor vijftien miljoen mark eenmalig op de gemeentebegroting. Dat lijkt hier niks bijzonders. De stad Munchen geeft evenveel uit aan kunst en cultuur als de Staat der Nederlanden op jaarbasis.
De Munchner Kammerspiele heeft deze winterse week een premiere: Molieres Tartuffe. Het verhaal over een burgermansgezin dat wordt ontregeld door de titelfiguur, een vrome man, een geloofsfanaticus. Hij heeft de heer des huizes (Orgon) in zijn greep, hij dicteert de huwelijksplannen van diens kinderen, hij verleidt diens vrouw. Het stuk viel destijds (een paar honderd jaar geleden) slecht bij de ‘vromenmafia’ rondom Lodewijk de Veertiende, die Molieres tekst vervolgens verbood. Tartuffe werd pas in ere hersteld nadat de auteur er een happy end aan had geschreven: een dienaar des konings herstelt de verhoudingen in het burgerlijk gezin, de geloofsfanaticus Tartuffe wordt in de gevangenis gegooid.
De voorstelling loopt in Munchen als een trein, het massaal toegestroomd (abonnementen)publiek geniet met volle teugen, het stuk is een Munchner decemberhit (en staat hier dus geprogrammeerd op eerste kerstdag en op oudejaarsavond). En dat zegt allemaal niks. Deze Tartuffe is zo erotisch als een opblaaspop uit de pornowinkel, zo spannend als een mislukte aflevering van Tatort, zo zouteloos als een Duitse soap. De voorstelling oogt als het treurige voorbeeld van waar het met deze zwaargesubsidieerde Duitse stadstheaters naartoe gaat wanneer de gemiddelde publiekssmaak zo gretig wordt bediend en bespeeld.
De bedrieger Tartuffe is in deze versie niet de mannelijke variant van Jomanda of Bhagwan. Hier treedt als titelfiguur een trieste, kalende heer op, een meneer in midlife-crisis, lijdend aan de gevolgen van een moeilijke jeugd. De kleinburgerlijke huisheer Orgon wil daadwerkelijk van deze Tartuffe houden: hij kan zo eindelijk iets terugdoen voor een gedepriveerde leeftijdsgenoot. Deze ongetwijfeld intelligent bedoelde regievondst - regie voert hier overigens de (mij verder onbekende) theater-'komeet’ Jens-Daniel Herzog - verlegt de tragiek van de bedrogen familie naar de bedrieger zelf.
Sorry, maar daar gaat dit stuk niet over. Herzog maakt in zijn regie een kapitale fout: hij heeft een ongetwijfeld fantastisch idee gehad, hij koos daarvoor als voertuig de verkeerde tekst.
Zijn decorontwerper Alexander Lintl (een leerling van de onlangs gestorven Axel Manthey, lang de vaste ontwerper van de hier niet onbekende regisseur Jurgen Gosch) had ook zo'n goed idee: Tartuffe is als verhaal een valkuil, een fuik. Dus ontwierp Lintl de perfecte theatrale driehoek, een fuik vol pretentieuze verwijzingen naar hedendaagse beeldend kunstenaars. Het hielp de voorstelling niet vooruit, het bezorgde deze produktie van Molieres tekst eerder een geforceerd illustratief ogend Leitmotiv. Het is net of de ontwerper het stripverhaal voor ogen had dat de regisseur almaar niet wilde maken.
De scene waarin Orgons vrouw de geloofsfanaticus op een grote tafel verleidt en ontmaskert (terwijl Orgon onder de tafel meeluistert), is ook hier (dank Moliere!) niet kapot te krijgen: eindelijk zien we de boulevardkomedie waar het duo Herzog/Lintl niet aan wou. Voorts laten Ulrike Willenbacher (in de rol van het kamermeisje Dorine) en Stefan Hunstein (als de zwager Cleante) met hun magnifieke fysieke spel zien, waar deze Tartuffe als toneelavond op had kunnen uitlopen: zij spelen consequent het belachelijke van de situatie. En niet dat voorgekookte (en gelikte) idee dat de voorstelling lijkt te beheersen. Die twee spelers creeren een oase van trefzekerheid in een verder zeldzaam laffe, gemakkelijke en lege voorstelling.
Geld is hier genoeg voorhanden. Het maakt ook de toneelliefhebber niet echt gelukkig.