Menno Hurenkamp

Veel is niet genoeg

Topmanagers worden ontevreden als ze zien dat ze minder verdienen dan andere topmanagers. Daarom is het slecht dat de inkomens van de grote jongens in de openbaarheid komen. Dat zegt de baas van de Shell-commissarissen, Aad Jacobs. Managers zijn niet ongelukkig met een miljoen per jaar, maar worden dat als ze horen dat iemand die vergelijkbaar werk doet anderhalf miljoen verdient. Dan willen ze ook meer, logisch toch? Inderdaad hebben de beloningen aan de top van het bedrijfsleven al lang niets meer met een normale markt te maken: iedereen die iets te zeggen heeft over de hoogte van dit soort salarissen heeft daar iets bij te verliezen. Per abuis komt de consument er een keer tussen (zoals in het geval van Anders Moberg bij Ahold) maar die vuist richting het perfide grootkapitaal is niet dag in, dag uit te verwachten.

Dat die verdiensten in de openbaarheid komen is al lang niet meer te stoppen. Waarom spreken we als compromis niet af dat het hoogste inkomen nooit meer dan bijvoorbeeld honderd keer het laagste inkomen mag zijn? Jan Tinbergen stelde ooit voor dat het hoogste inkomen niet meer dan vijf keer het laagste zou zijn. Die Nobelprijswinnaar zou nu niet alleen door snelle aandelenjongens maar ook door PvdA-topambtenaren schuddebuikend worden weggelachen. Elkaar mysterieuze bonussen toeschuivende bestuurders zijn binnen de overheid al lang niet meer vreemd. En hoewel bijna iedereen er aanstoot aan neemt, lijkt niemand van plan er wat aan te doen.

Een verklaring hiervoor geeft de filosoof Alain de Botton in zijn boek Statusangst. Statusangst is de vrees dat je niet belangrijk genoeg bent. Het streven naar status is naast het verlangen naar seksuele liefde de grote drijfveer van de moderne mens, alleen praten we er minder makkelijk over. Die statusangst hebben we te danken aan de zeventiende-eeuwse uitvinding van de gelijkheid. Die heeft als voordeel dat een kind van een sloeber op eigen kracht een eind kan komen. Maar de gelijkheid heeft ook nadelen. Als je in de Middeleeuwen een arme boer was, was je rotbestaan voorbeschikt. Als je nu arm bent, heb je ook een rotbestaan, maar is het ook nog je eigen schuld. Het andere nadeel is dat succes maatstaf voor een geslaagd leven wordt. Succes maakt je erg afhankelijk van het oordeel van anderen. Omdat ook je meeste studiegenoten en collega’s maatschappelijke en financiële vooruitgang boeken is veel nooit genoeg.

Zo is het verlangen naar «meer» gedemocratiseerd en gelden rijke mensen automatisch als slim, creatief en moedig. Daarom werd Herman Heinsbroek minister — niet omdat hij iets bijzonders kon, maar omdat hij snel rijk geworden was. Voor een multimiljonair moest de politiek wel een eitje zijn. Inmiddels, zo gaf deze denker en inspirator aan in een vraaggesprek met HP/De Tijd, is zijn belangrijkste activiteit: lidmaatschap van de jury voor de verkiezing van het horloge van het jaar. Willem Frederik Hermans zou het niet verzonnen hebben. Het meest werkzame medicijn tegen topinkomens, met dank aan De Botton, is om weer ouderwets troost in andere zaken dan geld of succes te leren vinden. In het geloof, in ontvankelijkheid voor mooie dingen, of in een interview met Herman Heinsbroek.