popmuziek

Veel op het spel

Bruce Springsteen

Bruce Springsteen was eerder deze maand te gast in de talkshow van Jimmy Fallon. Hij had zijn band bij zich, de E Street Band. Clarence Clemons, de muurhoge saxofonist van de band, overleed vorig jaar zomer. Hij is vervangen door een blazerssectie, met daarin onder anderen zijn jonge neef, en een blazer uit de band van Springsteens boezemvriend Southside Johnny. Zo gaat dat bij de E Street Band: Springsteen houdt het graag in de familie. Toen twee jaar geleden zijn drummer Max Weinberg een deel van de wereld­tournee niet mee kon, werd hij vervangen door Jay Weinberg, zijn zoon.

In het cd-boekje van zijn nieuwe album Wrecking Ball staat een prachtige foto van Springsteen en Clemons. Ze zijn gefotografeerd op hun rug. De twee staan schouder aan schouder, voor een enorm veld met tienduizenden mensen. Die juichen. Springsteen houdt zijn gitaar omhoog, Clemons zijn saxofoon. Naast de foto staat een tekst, geschreven door Springsteen, over zijn overleden vriend. Het is een tekst die hij gedeeltelijk ook op Clemons’ begrafenis uitsprak. ‘How big was the big man?’ vraagt Springsteen, en geeft het antwoord: 'Too fucking big to die.’

Het stuk eindigt met de volgende twee zinnen: 'Clarence doesn’t leave the E Street Band when he dies. He leaves when we die.’ Alles wat Bruce Springsteen zo'n monumentale artiest maakt, zit in die twee zinnen besloten. Hij is de man van de belofte, en uiteindelijk de grootste van allemaal is de belofte dat liefde de dood overwint. 'We are alive’, zingt hij als afsluiter van zijn album, terwijl we op de achtergrond de melodie van Ring of Fire van Johnny Cash horen.

Sinds The Rising in 2002 heeft hij alleen maar zeer sterke albums uitgebracht, maar zelfs in het besef dat hij al jaren piekt overrompelt de kwaliteit van Wrecking Ball. Feitelijk is het een solo-cd, grotendeels opgenomen met andere muzikanten dan die uit zijn eigen band, en met andere invloeden. Springsteen, die zelf onder meer banjo, piano en drums heeft ingespeeld, gebruikt elektronische loops en opvallend veel samples, en die komen vrijwel allemaal uit gospelnummers. Hij gebruikt koren, en tegelijk put hij nadrukkelijk uit de folk. Het album dat het oplevert staat zo bol van de invloeden dat het er met gemak onder had kunnen bezwijken. Het was erop of eronder. Het werd erop, en hoe.

In het programma van Jimmy Fallon stond hij er met zijn band, aangevuld met Tom Morello, de gitarist van Rage Against The Machine. Aan de andere kant van Springsteen stond zijn eigen gitarist Little Steven, in de jaren tachtig een ideologische voorloper van Tom Morello; de man die in 1984 de single Vote that Mutha Out schreef, tegen de herverkiezing van Reagan, een single die door platenmaatschappij emi niet werd uitgebracht.

Het was propvol op dat kleine tv-studiopodium, maar toen Springsteen het nieuwe nummer Death to My Hometown inzette, was onmiddellijk duidelijk waarom Wrecking Ball er zo inhakt: Springsteen is op zijn best wanneer er veel op het spel staat. In The Rising, zijn album na 9/11, koos hij er zeer bewust voor de zalver te zijn, niet de wreker. Nu, na de crisis, is zijn rol een andere. Hij is de aanklager. Met opgestroopte mouwen stond hij daar, leider van zijn arbeideristische front, de stampvoetende Morello rechts van hem, de zwierige Little Steven links, en hij spuugde ze eruit, zijn waarschuwingen tegen de roofkapitalisten. 'Be ready when they come’, zong hij, en: 'Now get yourself a song to sing.’ Die heeft hij geschreven, een heel album vol.


Bruce Springsteen, Wrecking Ball, label: Sony Music. Bruce Springsteen sluit maandag 28 mei Pinkpop af