Veel regels, weinig aandacht op Britse scholen

Londen‘Excellent.’ Met dit woord maakte mijn vier jaar oude zoontje begin dit jaar in Londen zijn toneeldebuut. Deze heuglijke gebeurtenis vond plaats in de schoolhal waar zijn klasje deel uitmaakte van de cast van A Midsummer Night’s Dream. Zo vroeg mogelijk kennismaken met The Bard, luidt het devies op Engelse scholen.

Het was lief, hoe hij daar stond met zijn groene elfjeskostuum over zijn schooluniform heen gedrapeerd. Een lichtpuntje in de grauwe ambiance van de school die het dichtst bij onze woning ligt. Liever hadden we hem naar een particuliere of confessionele school gestuurd, maar daar zijn we niet rijk dan wel gelovig genoeg voor.

Aan mijn eigen schooltijd koester ik warme herinneringen. De John F. Kennedy School in Den Dolder was gelegen langs de bosrand, had mooie moestuintjes en een eigen radiostation. Ieder kind fietste naar school. In het laatste jaar ondernam onze klas een nachtelijke speurtocht in de bossen van Maarn. Na meer dan dertig jaar weet ik nog precies hoe de hoofdonderwijzeres, juffrouw Van Dalen, bijna in de sloot viel nadat ze zich had geblesseerd aan een schrikdraad.

Hoe anders is een lagere school in Zuidoost-Londen anno 2014. Het schoolgebouw, een tijdelijk onderkomen uit de jaren vijftig, is omheind door hoge hekken. Mijn zoontje en ik zijn de enigen die met de fiets komen. Wanneer kinderen met de docenten op pad gaan, naar het Queens House om zeegezichten te zien of naar een nabijgelegen perkje om torren te zoeken, hijsen ze zich als bouwvakkers in gele hesjes. Een nachtelijke dwaaltocht door een bos? Totaal ondenkbaar.

Er zijn veel regeltjes, die allemaal met discipline en vooral de gezondheid te maken hebben, of het nu gaat om gezond broodbeleg of spontaan een balletje trappen op het schoolplein. De directrice is streng en zo belangrijk dat haar naam op een bord bij de ingang prijkt. Op haar schouders rust een grote verantwoordelijkheid: de school moet zo hoog mogelijk scoren op de ranglijsten van de schoolinspectie.

De lessen zijn degelijk, voorzover we dat kunnen volgen aan de hand van de huiswerkopdrachten. Veel aandacht gaat uit naar de lastige uitspraak in de Engelse taal. In de klassen blijkt de aandacht voor de kinderen beperkt te zijn. Na een half jaar vroeg de lerares ons welke taal we thuis eigenlijk spreken. Het bleek dat ons zoontje, uit verlegenheid, nog geen woord had gesproken in de klas. Zijn ‘excellent’ moet voor haar als een verrassing zijn gekomen.