Veelbelovers

Het centrum van onze politiek heeft de beproeving opnieuw doorstaan, glansrijk. Een paar weken geleden leek het er nog op dat de populisten van links en rechts het midden zouden wegvagen. Roemer in het Torentje, Wilders als de permanente, steeds meer publiciteit trekkende kwelgeest en Hero Brinkman als de concurrent die zijn voormalige baas tot steeds groter hoogten van wisecracks opvoerde.

Maar in het stemhokje heeft de god der gematigdheid zich weer over het Nederlandse electoraat ontfermd. Het midden heeft een stevige meerderheid. Laten we overigens niet te vroeg juichen. Met vijftien zetels is de PVV nog een flinke parlementaire macht, en de eindeloosheid van de onzekere tijden blijft het bedrijfskapitaal van deze oppositie.

Iedere democratie heeft een lunatic fringe, een club van ontembaar optimistische en vastberaden demagogen die alles beter weten. Ook in Nederland hebben ze zich in deze campagne weer flink geweerd. Jammer dat we voor deze dames en heren geen goede naam hebben. Gekke franje? Klinkt niet goed. In de gemeenteraadsverkiezingen van 1921 deed een anarchistische partij mee die zich De Veelbelovers noemde. Dat treft de kern, maar in dit geval was het geen serieuze organisatie. Verzonnen door de kunstenaar Erich Wichman, een edelfascist die daarmee de democratie belachelijk wilde maken. De partij kreeg een zetel in de raad. Van de afgevaardigde is één interventie genotuleerd: ‘Mag het raam dicht!’ Daarmee is de moderne geschiedenis van onze gekke franje begonnen.

Laten we ons niet vergissen. Deze politici hebben wel recht van spreken. Ze maken zich tot woordvoerders van een groep die zich miskend, verdrukt voelt en ze doen dat op een manier die uiterst begrijpelijk is. Iedere samenleving heeft een aantal van die vergeefs verontwaardigden en in een democratie hebben ook zij recht op een vertegenwoordiging waardoor ze in het centrum van de macht een stem krijgen. Maar dan bereikt het probleem de volgende fase. Zal die stem de verlangde aandacht krijgen? Dat hangt af het programma waarmee de vertegenwoordigers van de onvrede in het parlement verschijnen.

Een van de eerste vertegenwoordigers van de naoorlogse onvrede is Hendrik Koekoek, bijgenaamd Boer, leider van de Boerenpartij. Hij had zijn opkomst te danken aan een opstand van landbouwers in Hollandseveld, mensen die in verzet waren gekomen tegen de bureaucratie van het Landbouwschap. Die opstand werd door de politie neergeslagen. Ik heb het voorrecht gehad hem een keer bij hem thuis in Bennekom te ontmoeten, in gezelschap van ir. Willem Stam, die ook wel de Soeslow van de Boerenpartij werd genoemd. Hij was zo vriendelijk uiteen te zetten wat hij met Nederland wilde. Zelden heb ik een onsamenhangender en extremer verhaal gehoord. Toch had hij aan het begin van zijn politieke carrière een kern van redelijkheid.

De grootste mislukte vernieuwer uit onze naoorlogse geschiedenis is ongetwijfeld Pim Fortuyn. Kampioen van de verweesde burger, degene die het doodvonnis aan het poldermodel heeft voltrokken en de islam als achterlijke godsdienst heeft ontmaskerd. Is de burger nu minder ‘verweesd’? Die term is uit de politieke woordenschat verdwenen. De dood van het polder­model was al eerder aangekondigd. En de islam achterlijk? Dat kun je honderd keer herhalen maar je schiet er niets mee op. Het is een oordeel maar geen punt van een politiek programma. Waarschijnlijk heeft Fortuyn de vergeefsheid van zijn politieke onderneming ingezien. Een paar dagen voor hij werd vermoord vertelde hij zijn vrienden Harry Mens en Albert de Booy dat hij het volk had wakker gemaakt en dat hij er nu mee ophield. Een historisch feit waarvan hoogst zelden melding wordt gemaakt. Daarna is de LPF in geweldige ruzies ten onder gegaan.

Toen hebben we Rita Verdonk met haar Trots op Nederland gekregen. Ook een club die zichzelf door zijn zelfoverschatting en vergissingen snel heeft ontmaskerd. En nu beleven we de afbraak van de PVV. De opkomst van Geert Wilders volgt het gebruikelijke patroon. Met de film Fitna wordt de islam ontmaskerd, maar mogelijke consequenties worden niet in beeld gebracht. Hij had een vervolg moeten maken, laten zien hoe volgens hem de feitelijke deportatie van tienduizenden moslims zou verlopen. De troepen terug uit Afghanistan om het Goudse openbaar vervoer tegen Marokkaans tuig te beschermen. Niets meer van gehoord. Dan verschijnen Henk en Ingrid op het toneel, gezonde hard­werkende (één woord) Hollanders. In deze campagne hebben ze geen rol gespeeld. De gulden terug! Daardoor worden de Hollanders met heimwee naar goeie ouwe tijden aangesproken. Maar nu horen we er niets meer over. Wilders is voorlopig de laatste in de rij van de Veelbelovers.

Maar zeker niet de allerlaatste. Het politieke klimaat wordt hoe langer hoe gunstiger voor de demagogen. De samenleving wordt ingewikkelder en dus het verlangen van de miskenden naar simpele oplossingen dringender. Demagogen trekken van nature meer aandacht zodat ze vooral in verkiezings­tijd over de media niet te klagen hebben. Met deze vijftien zetels is de PVV niet meer wat ze geweest is. Dat heeft Wilders aan de door hemzelf veroorzaakte inflatie van zijn overspannen beloften te danken. Maar we zijn nog niet van hem af. En anders krijgt hij onherroepelijk een opvolger.