Veenbrand

Als-vragen met betrekking tot de eurocrisis uit de weg gaan, zoals premier Rutte doet, leidt tot ongelukken.

POLITICI HATEN VRAGEN die beginnen met het woordje ‘als’. Als dit of dat zou gebeuren, wat dan? As is verbrande turf, is een favoriet antwoord. Als-vragen confronteren hen te direct met toekomstige gevolgen en vooral dreigingen die ze liever niet onder ogen zien. Twee actuele als-vragen zijn: minister-president Rutte, als Griekenland het geleende geld uit het steunfonds niet terugbetaalt, zoals vele economen voorzien, wat betekent dat verlies dan voor de Nederlandse belastingbetaler? En als Europa het nemen van dat verlies uitstelt, wat gebeurt er dan met de euro?
Terugkijkend is duidelijk welke vraag in de eurozone de laatste decennia niet vaak genoeg gesteld had kunnen worden: als een van de eurolanden de begrotingsafspraken niet nakomt, wat dan? As is inderdaad verbrande turf: doordat juist deze vraag te makkelijk is beantwoord, woedt nu in Europa een veenbrand.
Er is nog een als-vraag waaraan politici in Europa hebben weten te ontsnappen. Als blijkt dat de financiële markten niet disciplinerend werken en geen hogere rente opleggen aan landen die van hun begroting een potje maken waardoor deze niet gedwongen worden zich aan de regels te houden, wat dan?
Over de verwachtingen ten aanzien van de disciplinerende werking van de financiële markten in de eurozone staat een interessante passage in de brief die Rutte vorige week naar de Tweede Kamer stuurde. In die brief pleit Rutte niet alleen voor een onafhankelijke eurocommissaris, die aan landen zware sancties kan opleggen, met als ultieme straf uitzetting uit de euro. Hij kijkt ook terug en schrijft dat die marktwerking een 'belangrijk element’ was bij de invoering van de gezamenlijke munt. Ze had financiële stabiliteit in de eurozone 'moeten waarborgen’. Maar achteraf moet VVD'er Rutte concluderen dat 'de disciplinerende werking van de markten lange tijd onvoldoende bleek’.
Rutte’s verweer zal zijn dat de VVD altijd heeft gepleit voor de overheid als marktmeester. Maar in Europa heeft een goede marktmeester in ieder geval ontbroken en dat is niet alleen omdat individuele landen geen inmenging van een Brusselse marktmeester duldden. Het geloof in de vrije markt is daar eveneens debet aan. Dat schrijft Rutte nu zelf.
De actuele als-vragen over Griekenland beantwoordt het kabinet niet in zijn brief. De maatregelen die het kabinet daarin voorstelt, moeten toekomstige branden voorkomen. Voor Griekenland komen deze voorstellen te laat.
Ook over deze kabinetsvisie op de Europese Economische en Monetaire Unie zijn weer als-vragen te stellen die politici maar wat graag ontduiken. Welke zouden het kunnen zijn, die het kabinet liever niet beantwoordt omdat ze beter zicht geven op mogelijke gevolgen van de kabinetsplannen voor Nederland?
Er moeten in ieder geval vragen gesteld worden over de passages in de brief waarin het kabinet het economische concurrentie- en groeivermogen van de eurolanden aansnijdt. Rutte vindt niet alleen dat er onafhankelijk toezicht op het naleven van de begrotingsafspraken moet komen, maar ook dat lidstaten 'het groeivermogen van hun economieën dienen te vergroten door structurele hervormingen door te voeren’. Ook wijst hij er nog eens op dat in Europa inmiddels wordt gesproken over de 'monitoring en correctie van macro-economische onevenwichtigheden’.
Dat is weinig concreet, maar bij een partij als D66 staan ze dan te juichen. Want in Nederland is de hoge huizenprijs een dergelijke onevenwichtigheid. Als die verholpen moet worden, wat betekent dat? Volgens Rutte mogen landen zelf bepalen welke maatregelen ze nemen om een eventueel probleem te verhelpen. Maar is die vrijheid er in de praktijk?
De oorzaak van de hoge huizenprijs is volgens menige politieke partij en menig econoom de Nederlandse hypotheekrenteaftrek. De maatregel om de hoge huizenprijs te laten zakken, is dan ook - inderdaad - het al dan niet geleidelijk beperken van die aftrek. De kabinetspartijen VVD en CDA hebben beloofd die aftrek ongemoeid te laten, maar via Europa kunnen ze straks de draai maken: het moet van Brussel. Nu kunnen ze dat echter nog niet, laat staan het hardop zeggen, want gedoogpartner PVV wil niks van Europa weten en kan wijzen op de afspraak met het minderheidskabinet dat er niet aan de hypotheekrenteaftrek wordt getornd.
Om de visie op de Unie minder ingrijpend te doen lijken, wil Rutte het graag doen voorkomen dat Nederland niet aan Brusselse invloed bloot zal staan: ons land zondigt immers niet tegen de regels. Maar als de Nederlandse begroting er een keer slechter voor staat, gelden de sancties en correcties ook voor ons. Dat is het eerlijke antwoord. Stel dat Brussel dan oordeelt dat onze loonkosten te hoog zijn en dat dit ons concurrentievermogen aantast. Volgens Rutte mag Nederland dan zelf bepalen hoe het die loonkosten drukt, maar veel manieren zijn daar niet voor. Hoe vrij is Nederland dan eigenlijk?
Vooral bij de vakbonden zijn ze daarop gespitst. Tast Brussel dan hun recht aan om over de lonen te onderhandelen? Of wat als voor het drukken van de loonkosten de sociale premies worden verlaagd en er als gevolg daarvan bezuinigd moet worden op de sociale zekerheid? Waar de vakbonden bang voor zijn, is dat er zo een uitholling komt van de sociale zekerheid. Want over fatsoenlijke randvoorwaarden daarvoor zijn de Brusselse afspraken miniem.
Onder druk van de eurocrisis is Europa in een stroomversnelling gekomen. Voorstanders van eenwording juichen dat toe, zij die daar sceptischer tegenover staan bekijken de ontwikkelingen met argusogen. De eurocrisis leert dat die laatste houding geen overbodige is. Ook de voorstanders zouden moeten willen dat helder en concreet is waar zij met Europa op aankoersen. Als-vragen uit de weg gaan, leidt tot grote ongelukken. Dat zien we nu.