De online universiteit

Veertigduizend studenten in de zaal

Online colleges zijn aan een opmars bezig. Ook cursussen van Nederlandse professoren gaan nu de hele wereld over. Wat betekent dat voor het hoger onderwijs?

Medium e uni1

Vlak voor de zomer van 2013 heette Stefaan Van den Bogaert, professor Europees recht in Leiden, een nieuwe lichting studenten welkom bij zijn cursus Law of the European Union. Avond aan avond bereidde hij zijn lessen over Europees recht en de eurocrisis voor, meestal tussen tien uur ’s avonds en drie uur ’s nachts. ’s Middags gaf hij zijn colleges, zonder een student te zien. Hij stond in een klein kamertje op de campus in Den Haag, voor een blauwe wand, en keek uit op niet veel meer dan een camera, in de wetenschap dat duizenden mensen over de hele wereld zijn colleges binnenkort zouden volgen. ‘Tot nu toe hebben zich al meer dan 25.000 studenten ingeschreven voor deze cursus’, zegt hij enigszins verbouwereerd in een welkomstfilmpje. ‘Dat gaat onze verwachtingen echt ver te boven.’

Professor Van den Bogaert doceerde een Massive Open Online Course (mooc), een cursus die een universiteit online en gratis aanbiedt, die voor iedereen toegankelijk is en daardoor enorme aantallen studenten kan trekken. Zo kan tegenwoordig iedereen, waar en wanneer het maar uitkomt, college volgen bij hoogleraren van Harvard, Stanford of Leiden, vaak mensen die tot de top behoren binnen hun vakgebied. Meer dan een online aanmelding, via platforms als Coursera, EdX of Udacity waarop de cursussen worden aangeboden, is er niet voor nodig. En hoewel de eerste massale mooc pas in 2011 gedoceerd werd, voor een online publiek van honderdzestigduizend studenten, heeft de mooc in twee jaar tijd stevig voet aan de grond gekregen.

Dat de gratis online cursussen van universiteiten aanslaan in de Verenigde Staten wekt geen verbazing. Het collegegeld is er hoog, studenten klagen over de kwaliteit van het onderwijs en de kans op een (goed betaalde) baan is flink afgenomen. Er wordt al gesproken over de higher education bubble: waar studenten vroeger zeker wisten dat ze de investering in hun opleiding terug zouden verdienen met de goed betaalde baan die ze eraan over zouden houden, is dat nu al lang niet meer zo. Veel mensen blijven met een enorme studieschuld zitten. Niet verwonderlijk dus dat de mooc daar op vruchtbare bodem valt en gezien wordt als een revolutie in het hoger onderwijs.

Het eerste openbare online college trok een publiek van honderdzestigduizend studenten

Maar ook buiten de VS groeit de populariteit van de mooc. Nog geen twee jaar na de lancering van de eerste Stanford-mooc doen al drie Nederlandse universiteiten mee. De UvA begon, met Introduction to Communication Science, die werd aangeboden op open source-platform Sakai en die dit najaar al voor de tweede keer ‘draait’. Leiden was met de mooc van professor Van den Bogaert de eerste Nederlandse universiteit die een cursus aanbood op het aan Stanford gerelateerde platform Coursera. En Delft biedt nu twee cursussen aan via EdX, opgericht door mit en Harvard.

‘Dit is echt revolutionair’, zegt Van den Bogaert, die met zijn mooc meer dan veertigduizend studenten trok. ‘We staan nog maar aan het begin. Voor mij was diteen grote stap, maar het is echt een giant leap for education.’

Medium e uni2

De moocis een hype. Universiteiten staan in de rij om ze zelf te gaan maken, hoe sneller hoe liever, want een universiteit met ambitie mag de revolutie van het onderwijs natuurlijk niet aan zich voorbij laten gaan. Vaak wordt de vergelijking getrokken met de internetrevolutie in de muziekindustrie. Maar deskundigen op het gebied van online en afstandsonderwijs willen die vergelijking liever wat afzwakken. Ze zijn blij met de aandacht voor onderwijsinnovatie die de mooc met zich meebrengt, maar bekijken de ontwikkeling ervan in het perspectief van onderzoek dat ze zelf al veel langer doen. Het is jammer, zeggen zij, dat veel universiteiten vooral snel willen zijn met het aanbieden van open online cursussen, en dat ze weinig tijd hebben of nemen om echt te investeren in een nieuw onderwijsconcept. Peter Sloep, hoogleraar technology enhanced learning aan de Open Universiteit, zegt bijvoorbeeld: ‘Wij doen dit bij de Open Universiteit al dertig jaar, en nu komt de mooc en ziet iedereen ineens de potentie van online en afstandsonderwijs. Ik ben daar heel blij mee, maar ik zie soms ook dingen waarvan ik denk: zo deden wij het dertig jaar geleden. We weten inmiddels veel beter wat werkt en wat niet, en als de makers van moocs de literatuur hadden gelezen, hadden ze het ook geweten.’

Sloep wijst op de klassieke onderwijsvorm die veel moocs nog hanteren, die meer doet denken aan een ingeblikt hoorcollege dan aan een aan het internet aangepaste, nieuwe didactische vorm. De docent spreekt het publiek dan toe in films van een paar minuten. Er zijn zelfs hoogleraren die voor de camera met een krijtje een schoolbord vol schrijven en dat in korte stukken knippen en aanbieden. Terwijl onderzoek van de laatste decennia juist uitwijst dat een talking head op het scherm, een filmpje van een pratende docent, niet zo’n effectief middel is om kennis over te brengen.

The Law of the European Union van Stefaan Van den Bogaert is een klassiek vormgegeven mooc. Van den Bogaert staat achter een katheder, met een vel papier met steekwoorden voor zich en vertelt zijn verhaal net zoals hij voor een volle collegezaal zou doen. Zo nu en dan verschijnen er begrippen, cijfers of landkaarten tegen de blauwe achtergrond. ‘Het is niet mega-flitsend’, geeft hij toe. ‘Maar we hebben er met dertien mensen aan gewerkt en er heel veel tijd en aandacht aan besteed. Uiteindelijk ging het ons vooral om de inhoud. Alles moest in korte filmpjes behandeld worden, en over nagenoeg iedere zin en ieder voorbeeld is nagedacht. Dat was extreem tijdrovend, maar heeft de kwaliteit veel goed gedaan en wat dat betreft is er uiteindelijk dus veel meer aandacht aan besteed dan aan klassiek onderwijs. Daar hebben we ook erg goede reacties op gekregen uit de hele wereld. Ik heb bewust gekozen voor een methode waar ik me prettig bij voel, ook omdat ik denk dat dit nog altijd een succesvolle onderwijsmethode is. We bevonden ons met de mooc al op onontgonnen gebied, en ik denk dat je niet met elke factor tegelijk moet experimenteren. Daarbij: ik ben hoogleraar en naast de mooc wachtte er nog ander werk op me. Met de beste wil van de wereld kon ik de tijd niet vinden om een totaal nieuw onderwijsconcept te gaan uitvinden.’

De UvA heeft met Introduction to Communication Science een andere weg gekozen. Docent Rutger de Graaf wandelt in de opnamen soms rond over het universiteitsterrein, maar is meestal niet in beeld. Animaties moeten zijn voice-over aanvullen en verduidelijken. In de eerste afleveringen van de cursus gebeurde dat iets te veel: alles wat uitgesproken werd, kwam als tekening in beeld. Bij behandeling van the field of communication science verscheen een grasveld, en bij de key concepts een plaatje van een sleutel. Maar uit de feedback op de cursus bleek dat het teveel aan tekeningen afleidde van de boodschap. De Graaf: ‘Hoe leuk die poppetjes in beeld ook zijn, als het er te veel zijn, worden de filmpjes te onrustig. Daar hebben we van geleerd dat we ook weer niet van álle mogelijkheden gebruik moesten maken.’

Hier nog een streamer van een aantal woorden Hier nog een streamer van een aantal woorden. Hier streamer

Afgezien van het feit dat er nog geen tijd is geweest om een nieuw en passend didactisch concept te ontwikkelen, valt er nog wel meer aan te merken op de moocs zoals die nu bestaan. Ze zijn in ontwikkeling, en er zitten dus nog wat haken en ogen aan. Zo loopt de kwaliteit nog heel erg uiteen en kunnen studenten geen studiepunten of universitair diploma verdienen, maar alleen een certificaat van de aanbieder. Hoe succesvol de moocs zijn in het overbrengen van kennis en informatie is nog lastig vast te stellen, onder meer doordat tentamenfraude moeilijk te vermijden is. Tentamens hebben vaak een multiple-choicevorm, wat niet voor elke studietak een waardevolle manier van toetsen is, of ze zijn peer reviewed, wat wil zeggen dat alleen mede-studenten de opdrachten nakijken. En dan is er nog het grote aantal studenten dat halverwege afhaakt: de meeste moocs worden maar door ongeveer vijf procent van de studenten die zich hebben aangemeld voltooid. Met tienduizenden aanmeldingen gaat het dan natuurlijk alsnog om enorme aantallen leerlingen, maar universiteiten moeten alles uit de kast trekken om de studenten tot het einde toe betrokken te houden. Bij de cursus Social Psychology van Wesleyan University wordt daarom zelfs een ontmoeting met de dalai lama weggegeven aan de beste student. Want aanmelden doe je met een paar muisklikken, maar een online college actief volgen kost vier tot tien uur per week.

En dan is er nog iets aan te merken op de mooc. Behalve in online en afstandsonderwijs heeft de mooc een plek in de trend van het opener worden van het onderwijs. Open onderwijs heeft als doel om leermaterialen open en toegankelijk maken, en anderen die materialen laten gebruiken en aanpassen. Docenten kunnen dat materiaal dan geschikt maken voor hun eigen lessen, om die te verrijken en kwalitatief beter te maken. Die open educational resources worden bijvoorbeeld aangeboden op platforms als Wikiwijs en Digischool. De opkomst van de mooc heeft het open, gratis en voor iedereen toegankelijk onderwijs in een stroomversnelling gebracht, maar docenten kunnen de meeste moocs niet aanpassen en hergebruiken. Het gevaar is dan dat het onderwijs daar uiteindelijk juist níet opener van wordt. In de VS lijkt de mooc nu te leiden tot bezuinigingen op de hele onderwijssector: precies het tegenover­gestelde van wat open onderwijs beoogt.

Sloep: ‘De politiek heeft daar geconcludeerd dat het onderwijs met de komst van de mooc dus veel goedkoper kan worden. We hoeven alle docenten niet meer te betalen, want er worden al heel goede moocs gemaakt. Dat is heel erg, want dat komt de kwaliteit van het onderwijs niet ten goede.’

De mooc plaatst het hoger onderwijs voor uitdagingen. De didactische vorm moet verder onderzocht en ontwikkeld worden, universiteiten moeten een manier vinden om het online onderwijs een plek in het curriculum te geven en moeten zich buigen over de problemen waar de mooc nog mee kampt, maar vooral ook over de mogelijkheden die erdoor ontstaan. Want de echt interessante vraag is: als de hype straks voorbij is en de storm is gaan liggen, wat kunnen universiteiten dan met de mooc, en hoe zal die het hoger onderwijs beïnvloeden?

Hoewel er onheilsprofeten zijn die het online onderwijs als het einde van de universiteit zien, zien onderwijsdeskundigen juist vooral nieuwe mogelijkheden. Universiteiten zullen niet verdwijnen, al was het maar omdat kennis­overdracht maar één van hun taken is. Het grootste deel van de studenten komt er op achttien- of negentienjarige leeftijd en wordt in de jaren aan de universiteit volwassen. Studenten worden opgeleid tot zelfstandige, kritische denkers, gaan er deel uitmaken van een vakgebied, leren wie de toonaangevende figuren in dat vakgebied zijn, leren te discussiëren en argumenteren. Al die dingen die ze aan de universiteit leren, kun je niet in een mooc stoppen.

‘De docent kan dan dieper op de stof ingaan en studenten persoonlijker begeleiden en helpen bij vragen’

Robert Schuwer, die aan de Open Universiteit onderzoek doet naar open educational resources, benadrukt ook dat de mooc vooral iets aan het huidige onderwijs kan toevoegen, mits die op de juiste manier wordt ingezet. Het onderwijs moet zich aanpassen aan de huidige tijd, zegt hij, omdat studenten uiteindelijk opgeleid worden om een plek in de maatschappij te verwerven en daar dus wel aansluiting bij moeten kunnen vinden. Het vaker en anders gebruiken van internet in bachelor- en master­programma’s wordt noodzaak voor het onderwijs. ‘Sommige studenten gaan nu naar hoorcolleges omdat ze daar het weekend door kunnen nemen met medestudenten, en wat de docent ondertussen vertelt, hadden ze ook eerst kunnen lezen of later online kunnen bekijken. Dat soort materiaal, waar ook een mooc onder kan vallen, zou je dan bijvoorbeeld ook als voorbereiding op een werkcollege kunnen bekijken. De docent kan dan dieper op de stof ingaan en studenten persoonlijker begeleiden en helpen bij vragen, en uiteindelijk helpt dat om de kwaliteit van het onderwijs omhoog te brengen.’

Schuwer is dan ook blij met de opmerkingen van minister Bussemaker, die in haar openingsrede van het academisch jaar aangaf dat ons met de komst van de mooc nog enorme ontwikkelingen te wachten staan. Maar ze gaf ook aan dat innovatie geen bezuinigingsmaatregel mag zijn, maar het onderwijs beter moet maken. Nu is het uitbrengen van een mooc nog een manier om je als universiteit als vooruitstrevend te profileren, maar uiteindelijk kan het ook een manier zijn om studenten naar een universiteit met een groot specialisme op een bepaald vakgebied te lokken. Of om studenten te trekken die bijvoorbeeld van buiten de Europese Unie komen en hier meer collegegeld betalen, waardoor universiteiten weer meer geld hebben om in onderzoek en onderwijs te steken.‘Op een gegeven moment is de nieuwigheid eraf’, zegt Schuwer. ‘Dan kunnen universiteiten de mooc niet meer gebruiken om zich te onderscheiden en zullen ze nooit meer 160.000 studenten trekken met één cursus.’ Op dat moment zou het bijvoorbeeld waardevol kunnen zijn als universiteiten de krachten bundelen in vakken die ze allemaal aanbieden. Iedere universiteit heeft bijvoorbeeld dezelfde ‘struikelvakken’, zoals wiskunde, statistiek of methoden van onderzoek. Die vakken zouden door universiteiten samen ontwikkeld kunnen worden tot een écht goede mooc. Niet om colleges te vervangen, maar als bijspijkerhulp. Vakken die nu in een pre-master worden aangeboden om studenten op hetzelfde niveau te krijgen voor de masteropleiding begint, zouden er ook erg geschikt voor zijn. Schuwer: ‘Voor zulke vakken kun je ook een mooc ontwerpen die zijn waarde lang blijft behouden, omdat het vakken zijn die inhoudelijk niet heel snel veranderen. Voor studenten zou dat bijvoorbeeld kunnen betekenen dat ze niet meer een half jaar hoeven te wachten voor ze aan hun opleiding kunnen beginnen, terwijl ze nú tijd hebben om statistiek te volgen. Daar ligt echt een gouden kans voor het Nederlandse onderwijs.’


Universiteit van Nederland

Deze week opende minister Jet Bussemaker de Universiteit van Nederland, een ander initiatief dat het Nederlandse onderwijs opener en voor iedereen toegankelijk wil maken. Oprichters Alexander Klöpping en Marten Blankesteijn vonden het zonde dat de kennis van Nederlandse hoogleraren vaak alleen studenten bereikt, en niet een veel groter publiek. Daarom bedachten zij de UvN, een online universiteit die dagelijks korte colleges van vijftien minuten gaat uitzenden, gedoceerd door bekende en minder bekende hoogleraren van Nederlandse universiteiten. Elke avond komt er een filmpje online, elke week wordt er een nieuwe hoogleraar uitgenodigd. De colleges gaan over onderwerpen als zwarte gaten, evolutie, of muzikaliteit. Meer informatie?


Beeld 1: Ozier Muhammad / The New York
Beeld 2: Max Whittaker / The New York

Overzicht van recente MOOCs