Peter Siebelt, Eco Nostra

Vegetarisme als kiem van misdaad

Peter Siebelt

Eco Nostra: Het netwerk achter Volkert van der Graaf

Uitg. Aspekt, 238 blz., € 22,-

Het zijn gouden tijden voor complot denkers. Al meteen na de moord op Pim Fortuyn ontstonden de meest dolle theorieën over een grote linkse samenzwering die van begin af aan op diens liquidatie zou hebben aangestuurd. Verdachte Volkert van der G. was voor de ontstelde aanhangers van Fortuyn niet een individuele gek die in een opwelling tot een onbezonnen daad was gekomen, maar een koelbloedige huurmoordenaar die, gesteund door een netwerk van activisten, advocaten, rechters en politici, slechts zijn «werk» deed.

Op internet barst het nog steeds van deze verhalen. Wie in een zoekprogramma «Volkert» intikt, krijgt in Fortuyn-discussie groepen alle dwarsverbanden breed uitgemeten. Iemand die ook maar enigszins de idealen van de ontspoorde milieuactivist deelt, is volgens de deelnemers aan de discussie medeplichtig aan de moord. Het wereldwijde web is een uitlaatklep, een plaats waar gewone mensen hun conspiratieve ideeën kwijt kunnen. Journalistieke of wetenschappelijke normen tellen niet. Maar bij de publicatie van een boek komt toch iets meer kijken.

Niettemin deed uitgeverij Aspekt vorige maand het magnum opus Eco Nostra van de Loosdrechtse speurneus Peter Siebelt het licht zien. In De Telegraaf en het Reformatorisch Dagblad wordt Siebelt van tijd tot tijd aangehaald als «extreem-links-onderzoeker», terwijl hij in de activistenwereld sinds begin jaren negentig vooral bekend staat als «Peter Vuilnisbelt». Toen kwam namelijk uit dat hij via een bedrijfje onder valse voorwendselen oud papier liet ophalen bij derdewereld organisaties en vervolgens de meest pikante gegevens doorspeelde aan De Telegraaf.

Siebelts boek is niet veel meer dan een uitdraai van alles wat al maanden rondwaarde op internet. Van der G. heeft zich volgens Siebelt door een jarenlang proces langs alle linkse uitvalsbases langzaam opgewerkt tot de bloeddorstige moordenaar die hij 6 mei vorig jaar bleek te zijn. Daarvoor zijn veel anderen medeverantwoordelijk. Subsidie organisaties als NCDO bijvoorbeeld, die indirect de Vereniging Milieu Offensief, waar Van der G. werkzaam was, ondersteunden. Maar ook docenten en hoogleraren als Lucas Reijnders van de Universiteit van Wageningen, waar Van der G. milieukunde studeerde.

En natuurlijk GroenLinks, dat volgens Siebelt zwaar verstrengeld is met wat hij «Eco Nostra» noemt: een onderwereld van milieuactivisten die dieren en natuur belangrijker vinden dan mensenlevens. Het netwerk wordt van munitie voorzien door «denkers die in een gekkenhuis thuishoren», zoals Peter Singer. Dat Singers filosofische uiteenzetting over dierenrechten, een boek waarvan nota bene Lucas Reijnders het voorwoord schreef, bij Van der G. thuis in Harderwijk werd gevonden, is voor «Eco Nostra» veelbetekenend.

Siebelt schrijft dreigende zinnen, barstensvol suggestie. Bijkans iedere stap in het leven van Volkert van der G. is volgens hem de opmaat naar de moord op Fortuyn. In de biografie van Van der G. op pagina 12: «Ook buiten de deur zoekt hij het conflict. Hij wordt lid van de jongerenbeweging van het Wereld Natuur Fonds.» Dat dit geen schrijffoutje is, blijkt later als Siebelt zelfs oud- premier Ruud Lubbers vanwege zijn bestuursfunctie bij het WNF indeelt bij de categorie gevaarlijke milieuactivisten. Van der G. zit volgens Siebelts armoedige beeldspraak in de onderste laag van «de spekkoek» van «Eco Nostra», Lubbers en ook zijn «goede bondgenoot» Jan Pronk zitten bovenin.

Nog voor zijn boek was verschenen, werd Peter Siebelt geïnterviewd door HP/De Tijd. Hoewel hij als een halve gare werd geportretteerd en de verslaggevers in het hele interview een ironisch toontje aanhielden, werd zijn slecht onderbouwde informatie wel als waar gepresenteerd. Bij het artikel werd zelfs een enorme boom getekend met alle vertakkingen naar vermeende medeplichtigen uit het netwerk van Van der G. Ook voormalig GroenLinks-voorzitter Mirjam de Rijk kreeg een takje aan die boom. Waarom? Omdat ze samenleeft met Wijnand Duyvendak, die als directeur van Milieudefensie contacten had met de Vereniging Milieu Offensief van Van der G. «Two hand shakes away» heet dat. In het boek noemt Siebelt het een «saillant detail». De verslaggevers van HP/De Tijd gaven in hun artikel wél de smeuïge informatie door, maar distantieerden zich van hun bron door deze als volslagen maf neer te zetten.

Uitgeverij Aspekt doet eigenlijk hetzelfde. Het boek van Siebelt is domweg slecht uitgegeven. Los van de lullige cover (een foto van een spekkoek) wemelt het boek van de spelfouten, naamsverhaspelingen en doublures. Het ziet er niet naar uit dat ook maar één redacteur van de uitgeverij naar de brij aan informatie van Siebelt gekeken heeft voor Eco Nostra naar de drukker werd gestuurd. Het boek is niet slecht opgebouwd, het is gewoon niet opgebouwd. De uitgeverij heeft de onervaren scribent Siebelt in zijn bizarre causale verbanden laten gaarkoken.

Dat is zonde. Want een serieus journalis tiek of academisch onderzoek naar de geradicaliseerde en soms gewelddadige dieren bevrijdingsbeweging, mét controleerbare gegevens en zónder tendentieus commentaar van een zelfbenoemd onderzoeker te Loosdrecht, was best de moeite waard geweest. Hans Achterhuis, lange tijd een van de vooraanstaande denkers van de milieubeweging, waarschuwde in 1998 in zijn studie De erfenis van de utopie al voor radicalisering. In utopisch denken schuilt volgens Achterhuis het grote gevaar dat het doel de middelen gaat heiligen. Vroeg of laat kon dit escaleren in een koelbloedige moord, schreef Achterhuis na de dood van Fortuyn in de Volkskrant.

Peter Siebelt staart zich in zijn boek evenwel blind op vage connecties die leiden naar Volkert van der G., waardoor hij de kans mist wérkelijk interessante informatie over het netwerk van extremistische milieuactivisten bloot te leggen. Warrige teksten waarin vegetarisme de kiem vormt van crimineel gedrag en waarin Ruud Lubbers wordt neergezet als «engelbewaarder» van de moordenaar van Pim Fortuyn, zouden voorbehouden moeten blijven aan internet.