Donner knijpt succesvol project af

Veilig tot aan de voordeur

Met de ene hand centraliseert Donner lustig door. Met de andere hamert hij op decentralisatie. Maar de bureaus Justitie in de Buurt hoeven niet meer bij hem aan te kloppen. Dit is geen paradox, dit is een tegenstelling.

Minister Winnie Sorgdrager liet zich graag inspireren door haar Franse en Amerikaanse collega’s. In 1997 begon het openbaar ministerie onder haar leiding met het project Justitie in de Buurt (JiB), afgekeken van de «maisons de la justice» en «community justice». Ook in Nederland moesten justitiekantoortjes verrijzen op plaatsen waar de criminaliteit uit de hand liep. Alleen nauwere samenwerking met lokale instanties, zoals politie en jeugdzorg, kon leiden tot «kortere lijnen en een beter zicht op de problemen». Sorgdrager experimenteerde aanvankelijk met vier bureaus. Het werd een succes. Tegenwoordig zijn er ongeveer dertig te vinden in twintig grote steden.

Amsterdam kent inmiddels zes JiBs, die zichzelf in korte tijd onmisbaar hebben gemaakt. Nooit eerder had justitie zo veel informatie over al dan niet potentiële daders. Voor JiB-coördinator Monique Jennen in Oud-Zuid is dat van grote waarde: «Feitelijk weet ik al wie er over twee weken binnenkomt en kan ik inschatten wie er over een half jaar op de harde-kernlijst staan.»

Dat klinkt fantastisch en dat is het ook. Zo fantastisch zelfs dat de Tweede Kamer minister Piet Hein Donner van Justitie vorig jaar heeft gevraagd het voortbestaan van het project te garanderen.

De reactie van Donner op dat verzoek is opmerkelijk: hij gaat de subsidie voor de JiBs staken. De minister erkent dat de JiBs succesvol zijn en is daar erg blij mee. Maar het moet wel afgelopen zijn met de financiering ervan. Een JiB is volgens Donner een samenwerkingsverband van talloze instanties. Het is geen «mini-parket» en valt dus niet onder justitie. Als de bureaus inderdaad zulke geweldige resultaten boeken, dan zijn er ongetwijfeld genoeg instanties die ze in plaats van justitie willen financieren. Na 2006 zal het ministerie daarom niets meer bijdragen aan JiB-«oude stijl».

Is het waarschijnlijk dat de financiering tegen die tijd zal worden overgenomen door andere instanties? Jan Jaap Smilde, officier van justitie in Amsterdam: «Er is wel gemeentegeld voor het harde-kernbeleid. Maar in enge zin wordt JiB centraal gefinancierd door Den Haag. Sinds 1 januari is die subsidie al gekort met 25 procent. De gemeente Amsterdam vult het grootste deel van dat tekort nu aan. Het leeuwendeel van dat geld komt overigens uit de ‹grote-stedenpot›, waar nu ook veel over te doen is in Den Haag. Als dat bronnetje ook opdroogt, hebben gemeente en JiB natuurlijk een probleem. Het zal een enorme toer worden om de lokale benadering van jongerenproblematiek, criminele verslaafden en illegalen na 2006 boven water te houden.»

Dat wordt een probleem, maar volgens Donner geen landelijk probleem. Lokale veiligheid is een lokale verantwoordelijkheid. Dus moeten de JiBs zelf maar zien hoe ze aan geld komen. In de woorden van Donners woordvoerder Ivo Hommes: «Het feit dat er Justitie op de gevel staat, betekent niet dat het ministerie ervoor moet betalen.»

Justitie en justitie zijn twee verschillende zaken. Met een hoofdletter gaat het om het centrale instituut, met de kleine letter om het Latijnse en decentrale woord gerechtigheid. Voor de minister is het eerste de hoofdzaak. Donner staat met die keuze niet alleen. Ook het OM tendeert nu naar centralisatie. De procureurs-generaal onder leiding van «super-pg» Joan de Wijkerslooth hebben een plan laten schetsen om de negentien arrondissementen die Nederland nu nog rijk is terug te brengen tot tien regioparketten. Wat aanvankelijk slechts een houtskoolschets van de pg’s was, is nu uitgewerkt in een heus reorganisatieplan: OM verandert.

Toen de houtskoolschets uitlekte ontstond al commotie. Het parket in Utrecht zou bijvoorbeeld samen met Arnhem één regioparket worden. Burgemeester Brouwer van Utrecht stond op haar achterste benen, zij wilde haar hoofdofficier om de hoek niet kwijt. Brouwer werd gerust gesteld met de mededeling dat een houtskoolschets slechts een schets was. Er was nog geen officieel plan. Maar op 19 maart lag het toch anders. In een brief aan de Kamer stipte Donner de centralisatiegedachte zelfs expliciet aan. Deze zomer zal reeds duidelijk worden hoe de tien parketcombinaties er organisatorisch uit kunnen zien.

Dit past in een centralisatiegedachte die Donner al jaren voorstaat. Tien jaar geleden was hij voorzitter van de Commissie Openbaar Ministerie. Naar aanleiding van zijn rapport heeft Sorgdrager het OM tijdens Paars 1 ingrijpend gewijzigd en verder gecentraliseerd. Het idee van een centraal sturend college van procureurs-generaal, dat geen eigen parket heeft en dus niet met zijn voeten in de dagelijks modder staat, is afkomstig uit het rapport van 1994. Joan de Wijkerslooth heeft zijn functie te danken aan Donner.

Sorgdrager dacht overigens ook zelf na. JiBs kwamen niet voor in het rapport van Donner; ze werden twee jaar later op het departement bedacht. Nu Donner zelf sinds 2002 minister is, moeten de JiBs van zijn voorganger uit het eerste kabinet-Kok weer verdwijnen. Er is alleen nog wat opstartgeld voor JiBs-«nieuwe stijl». Wat die nieuwe stijl behelst, is niet kraakhelder. Voorop staat in ieder geval dat niet meer louter wijkgericht moet worden gedacht. Problemen en personen die problemen veroorzaken, houden zich immers niet aan wijkgrenzen. De criminaliteitsbestrijding mag best wat centraler. Centraler is efficiënter. En dus kan de subsidie drastisch omlaag.

Hoeveel heeft een JiB nodig? Smilde: «De precieze financierings- en organisatiestructuur lijkt me, zelfs voor een lezer van De Groene Amsterdammer, een uitdaging voor het abstractievermogen. Maar kort samengevat, de subsidie dit jaar bedraagt, na die korting van 25 procent, ruim een miljoen euro voor heel Amsterdam. Dat is alles.»

Als bezuiniging stelt de ingreep weinig voor. De komende twee jaar is 6,2 miljoen beschikbaar, in 2006 een budget van 4,2 miljoen en vanaf 2007 uiteindelijk 2,2 miljoen voor de JiBs-nieuwe stijl. Met een maximum van 130.000 euro per lokaal project. Tijdelijk. Wat er na 2009 gaat gebeuren, is onduidelijk. Kortom, een besparing van vier miljoen op een totale justitiebegroting van ruim vijf miljard euro. Daar kan het niet om te doen zijn. Het gaat dus echt om de centralisatie.

Die filosofie lijkt ver van de werkelijkheid te staan. De kritiek neemt dan ook hand over hand toe. Scheidend korpschef Jelle Kuiper van Amsterdam liet vorige week zijn diplomatieke gaven voor wat ze waren. De Wijkerslooth «staat op zo’n grote afstand dat er niets is wat ons bindt», aldus Kuiper. «In de strijd tegen de misdaad zou dat wel nodig zijn. Hij vindt wel steeds van alles over de politie. Het zou beter zijn als we met elkaar in gesprek waren.» Zijn Groningse collega Bernard Welten, die dit najaar Kuiper opvolgt, denkt er niet anders over: «De Wijkerslooth zegt doodleuk: laten we het doen zoals we het gisteren deden. Ik snap zo’n man niet. Hij bagatelliseert de problematiek van de criminaliteit. Als ik De Wijkerslooth hoor, gaat bij mij even het licht uit.»

De Amsterdamse officier van justitie Smilde is wat voorzichtiger. Maar hij zegt ook: «Ik zou mij best een ruimhartiger ministerie van Justitie kunnen voorstellen. Maar daar gaat het niet om. Je kunt je altijd allerlei dingen voorstellen. Wij worden de komende jaren nog ondersteund, waarvoor dank. Maar als het na 2006 ophoudt, moeten we een oplossing verzinnen.» Smilde hoopt op meer clementie voor de «ketenunits» (samenwerkingsverbanden van onder meer politie, justitie, jeugdzorg, reclassering, kinderbescherming en parketsecretarissen) die de JiB moeten gaan vervangen. «Van die ketenunits gaan we zo’n succes maken in 2005 en 2006 dat niemand meer om ons heen kan», aldus Smilde.

Hoop doet leven. Maar Donner heeft in dergelijke successen tot nu toe juist een reden gezien om de financiering te staken. Zo schreef hij op 17 februari aan de Tweede Kamer: «De methodiek moet zichzelf bewijzen en op lokaal niveau moet men overtuigd zijn van deze aanpak. Dit rechtvaardigt dan ook de verdere financiering vanuit lokale middelen.» Donner gokt erop dat de successen van Smilde zo overdonderend zijn dat iedereen hem geld wil geven en de kas dermate wordt gevuld dat niemand op lokaal niveau nog naar het geld van de minister taalt. In het in oktober 2002 opgestelde programma Naar een veiliger samenleving van Justitie en Binnenlandse Zaken stond het al: «Het is niet de landelijke overheid, het zijn in eerste instantie de betrokken veiligheidspartners op het lokale niveau die het moeten doen.»

Met andere woorden: lokale veiligheid is een lokale verantwoordelijkheid? Smilde: «Dat verhaal kun je niet houden. Je kunt niet zeggen: de verantwoordelijkheid van de centrale overheid eindigt op het moment dat je de subsidietermijn laat verlopen. Vanuit mijn perspectief kun je het één niet verbinden aan het ander.»

Het verhaal wordt niettemin wel gehouden. In zijn brief van 17 februari herhaalt Donner zijn standpunt. «De veiligheid op lokaal niveau is een lokale verantwoordelijkheid, het departement kan daarin slechts stimuleren.»

Wat betekent dat? Dat Justitie de veiligheid inderdaad garandeert. Zij het binnen het gebouw van het ministerie aan de Schedeldoekshaven in Den Haag, en wel tot aan de voordeur.