Hoofdcommentaar: Veilig voedsel

Veilig voedsel?

Staatssecretaris van Landbouw Geke Faber roept tegen iedereen die het horen wil dat «ons voedsel nog nooit zo veilig is geweest». Daarbij doemt onwillekeurig (en natuurlijk volledig onterecht) het beeld op van die Britse minister die zijn terugdeinzende kleindochtertje op het hoogtepunt van de gekkekoeiencrisis een hamburger voerde. «British beef is safe», verkondigde hij recht in de camera, in een poging de belangen van de Britse rundveesector te beschermen.

Faber kan roepen wat ze wil, maar wie gelooft haar nog nu het bse-spook opnieuw door Europa waart? De Sunday Times meldde afgelopen week dat adviseurs van de Britse regering hebben berekend dat de gekkekoeienziekte vanaf volgend jaar een leven per week, en vanaf 2003 een leven per dag zal eisen. Het blijft giswerk, want de incubatietijd van de door BSE veroorzaakte dodelijke ziekte van Creutzfeldt-Jakob is niet bekend. Inmiddels heeft het dodental de tachtig overschreden. Volgens sommige schattingen zal de ziekte zeker 130.000 Britse slachtoffers eisen. Over de gevolgen op het vasteland durft niemand een uitspraak te doen, te meer daar nog steeds niet met zekerheid te stellen is of het Europese en Britse rundvlees nu veilig is. The Independent on Sunday schreef dat de Britse veiligheidsmaatregelen zijn afgezwakt, waardoor mogelijk opnieuw besmet vleesafval in voedingsmiddelen terecht is gekomen en The Observer stelt dat de verbranding van besmette dierkadavers de BSE-verwekker niet vernietigt.

In Nederland uitte zich ondanks veiligheidsmaatregelen en het vernietigen van een hele generatie Britse kistkalveren bij zes runderen de gekkekoeienziekte. Vooralsnog zijn er geen slachtoffers gevallen onder de bevolking; of er mensen zijn besmet is niet te zeggen. In Frankrijk zijn inmiddels drie slachtoffers gevallen. Tot overmaat van ramp zijn Duitsland en Denemarken pas enkele maanden terug overgegaan op veiligheidsmaatregelen die in Nederland al jaren van kracht zijn.

«Er is geen melk en vlees van zieke koeien in de voedselketen gekomen», meldde landbouwminister Brinkhorst een tijd geleden; enkele maanden later werd hij door inspecteurs van de Europese Commissie op de vingers getikt: die garantie bleek niet te kunnen worden gegeven. Ook Faber loog de Kamer voor. Tijdens de dioxinecrisis in 1999, waarbij met diox ine besmet Belgisch kippenvoer in Nederland opdook, informeerde ze het parlement pas weken nadat ze door haar ambtenaren van het gevaar op de hoogte was gesteld.

Juli jongstleden verscheen het rapport Voedsel en groen waarin het ministerie van Landbouw aankondigde dat voortaan geen enkel risico meer zou worden genomen met de voedselveiligheid. Maar sindsdien stapelen de affaires zich op. Momenteel ontkent Brinkhorst dat de kadavers van een aantal Ne derlandse koeien met een onbekende ziekte op de verkeerde wijze zijn verbrand en dat de resten tot veevoer werden verwerkt. Het Algemeen Dagblad dat de zaak uitzocht heeft echter harde bewijzen in handen. Kamer breed werd zeer verontwaardigd gereageerd op Brink horsts stelligheid. Men eist tegenbewijzen: tweemaal het parlement voorliegen in een zaak van levensbelang behoort een minister de kop te kosten.

Enkele weken eerder sloeg Brinkhorst alarm over het hoge dioxinegehalte in IJsselmeer-pa ling, maar verzweeg hij de extreem hoge concentratie pcb’s in rivierpaling. Tezelfdertijd werd aangetoond dat bij zo'n zeven procent van de Nederlandse wilde zwijnen antistoffen zijn aangetroffen tegen de voor de mens dodelijke parasiet trichinella spiralis. Wild komt in Nederland nog altijd grotendeels ongekeurd op tafel. Het leverde de minister opnieuw een reprimande op van de EC. Tot overmaat van ramp maakte de Consumenten bond bekend dat nog steeds, zoals al jaren bekend is, de helft van de supermarktkip besmet is met salmonella, campylobacter en antibioticaresten. En opnieuw — ook allang bekend — bleek dat weinig klopt van de etiketten op levensmiddelen, óók op de biologische.

In Voedsel en groen wordt de oprichting van een nationaal bureau aangekondigd dat strakker toezicht moet houden op de voedselveiligheid. Het is maar de vraag of dat opweegt tegen de enorme bezuinigingen die de afgelopen twintig jaar zijn doorgevoerd bij de Keuringsdienst van Waren en de Gezondheidsbescherming.

Ons voedsel mag dan «nog nooit zo veilig zijn geweest», het vertrouwen in de voedingssector en de verantwoordelijke rege rings leden was zelden zo minimaal als nu. Onder dat bikkelharde feit kunnen Faber en Brinkhorst niet uit: ze zullen zich eindelijk moeten ontworstelen aan de ijzeren greep van het economisch belang en onvoorwaardelijk moeten kiezen voor de consument.