Wat laten we achter in Uruzgan?

Veiligheid te koop

Nederland tevreden. Uruzgan wordt veiliger. De weg van Tarin Kowt naar Chora - die met Nederlands geld wordt verbeterd - vormt de ruggengraat van de ontwikkeling. En is een magneet voor maffiapraktijken en stammengeweld.

Medium beam me up

TARIN KOWT - Een politiewagen rijdt door de stoffige straten van Tarin Kowt. Het is een groene pick-up en in de laadbak ligt een in doeken gewikkeld pakket dat zo groot is dat het niet helemaal in de bak past. De wagen passeert de viersprong die het centrum van het provinciehoofdstadje vormt. ‘De rotonde’ noemen de inwoners de plek. In het midden staat een merkwaardig rond gebouwtje van twee verdiepingen met een scherp puntdak, waaromheen een hoog hek staat. Bij de rotonde komen vier wegen samen die alleen hier, in het stadje, zijn voorzien van asfalt. Daarbuiten zijn ze onverhard en vrijwel onbegaanbaar voor normale personenauto’s. Een paar honderd meter asfalt moet Tarin Kowt de status verschaffen die hoort bij de belangrijkste plaats in een provincie. Alleen: Uruzgan is een van de armste provincies van Afghanistan, dus is het asfalt oud, pokdalig en gescheurd. De agenten die de rotonde bewaken kijken nieuwsgierig naar de lading achter in de politie-pick-up.
De wagen rijdt over de bazaar, langs de tientallen winkeltjes die zijn gevestigd in vierkante hokjes opgetrokken uit kleistenen en afgesmeerd met een laag keihard geworden leem. Verbogen stalen trappen leiden naar een volgende laag hokjes. Mannen met tulbanden en gitzwarte baarden hangen tegen de afgebladderde balustrades, weggedoken in hun smoezelige omslagdoeken die hen moeten beschermen tegen stof en hitte. In Uruzgan zijn de lentes gortdroog en warm. De afgelopen dagen kroop de temperatuur op tot dertig graden. De meeste winkeliers hebben hun hokje opgetuigd met luifels vervaardigd uit lappen en onafgewerkte boomstronken waaraan allerlei handelswaar hangt. Voor de winkeltjes staan kleine, afgetrapte motorfietsen opgetuigd met de gekste versierselen. Een man met één been leunt tegen een afgebrokkelde muur. Hij spuugt een straal speeksel naar de kinderen die hem jennen.
De politie-pick-up verlaat het asfalt en slaat een hobbelig zijstraatje van de bazaar in op weg naar het Centraal Provinciaal Ziekenhuis. De geopende laadklep kleppert luidruchtig bij elke kuil. Een agent achter in de laadbak probeert voorzichtig het langwerpige, uitstekende pakket in bedwang te houden. De wagen rijdt het ziekenhuisterrein op tot helemaal achterin, waar het mortuarium is gevestigd. De agenten halen een brancard en tillen het pakket uit de laadbak. In het voorportaal van het mortuarium zetten ze de brancard neer. Een dokter slaat de doek weg en het gezicht van een oude man wordt zichtbaar. Zijn hoofdhaar en baard zijn spierwit, zijn huid is vaal. Hij is al uren dood.
Een bermbom van de Taliban doodde zes mensen in Uruzgan, wordt later in Nederland gemeld. De oude baas, een stamoudste van de Hotak uit de streek Mirabath, zou daar een van zijn. Maar in Uruzgan is niets wat het op het eerste gezicht lijkt, zeker niet als er geweld in het spel is. Ja, er explodeerde een improvised explosive device (ied) in het dorp Naychin. Nee, het was geen aanslag van 'de Taliban’. Ook met de slachtoffers lag het ingewikkelder dan vermeld. Bij de explosie kwamen niet zes, maar vier mensen om, alle van de Barakzai-stam. Zij waren bewakers van de weg tussen Tarin Kowt en Chora die met Nederlands geld wordt vernieuwd. Een overgebleven bewaker die zijn broer en een neef zag sterven pakte meteen na de explosie woedend zijn wapen en hield de eerste de beste auto aan uit de richting van Mirabath. Daarin zaten vier stamoudsten van de Hotak, de stam die volgens hem de bom had geplaatst. Hij schoot er twee dood. Een kogel drong achter het rechteroor het hoofd van de oude man binnen.
'Het was een bom met afstandbediening’, zegt de gouverneur van Uruzgan, Assadalluh Hamdam met een veelbetekenende blik. De eerste vraag die in Uruzgan doorgaans wordt gesteld als opnieuw een ied burgerslachtoffers heeft gemaakt, is of het er een betrof met remote control. Blinde bommen zonder afstandbediening, daarvan kan iedereen het slachtoffer worden. Ze liggen doorgaans op de routes die veel worden gebruikt door politie, leger en de Nederlandse Isaf-troepen. Maar bij de exemplaren die afgaan omdat iemand op het juiste moment op het knopje drukt - en dat is tegenwoordig de standaard - zijn de slachtoffers geen toeval. Als dus vier leden van de Barakzai-stam met een remote controlled ied worden opgeblazen terwijl zij al enige tijd een conflict hebben met de stammen uit het nabijgelegen Mirabath, dan mag dat in Nederland een Taliban-aanslag heten, maar in Uruzgan zien de mensen het als iets veel ingrijpenders: een nieuwe escalatie in een oplaaiende stammenstrijd. Dergelijke moordpartijen kunnen generaties voortduren.
'Het gaat allemaal om de aanleg van die weg’, verzucht gouverneur Hamdam. 'Alle groepen in het gebied denken dat ze miljonair kunnen worden als ze de veiligheid van de weg mogen verzorgen.’ Hij doelt op de weg van Tarin Kowt naar het district Chora die met Nederlands geld wordt verbreed, verhard en uiteindelijk geasfalteerd. Het project is de parel in de kroon van de Nederlandse missie en gaat tussen de 20 en 25 miljoen euro kosten. Ontwikkelingssamenwerking heeft de Duitse ontwikkelingsorganisatie gtz (Gesellschaft für Technische Zusammenarbeit) ingehuurd om het project tot een goed einde te brengen. Eind 2007 sloot gtz een contract van in totaal 34 miljoen euro, onder meer voor het trainen van ambtenaren, het opzetten van lokale coöperaties, waterwerken en stimulering van de landbouw. De weg vormt het pronkstuk, al was het maar omdat het grootste deel van de 42 kilometer lange route door gebieden loopt waarvan de bewoners weinig van Isaf en de regering in Kaboel moeten hebben.
Volgens Hamdam was de bermbom deel van een strijd tussen facties binnen de Barakzai en de Hotak die met elkaar wedijveren om de veiligheid op de weg naar Chora te mogen verzorgen. Enkele weken geleden nog werden twee medewerkers van gtz door een bermbom gedood. Dat was volgens de gouverneur evenmin een Taliban-aanslag, maar een boodschap aan de Duitse ontwikkelingsorganisatie van een van de rivaliserende groepen in het gebied: zonder ons zijn jullie vogelvrij.
Het gaat goed in Uruzgan, de gouverneur is de eerste om dat toe te geven. Maar de weg, die zou moeten zorgen voor economische voorspoed en ontwikkeling in het gebied, is een magneet voor maffiapraktijken en stammengeweld, verzucht hij. De versplintering van verantwoordelijkheden is daar mede debet aan. De Nederlanders huurden gtz in, dat heeft een contract gesloten met de Afghaanse aannemer ubcc voor de wegwerkzaamheden, en dat bedrijf heeft op zijn beurt de veiligheid uitbesteed aan de Asia Security Group, een beveiligingsbedrijf uit Kandahar. 'Ik heb gisteren met gtz gesproken’, zegt de gouverneur. 'Ik heb ze verteld dat ze moeten oppassen met de conflicten rond de weg en met het werken met deze aannemer. De problemen zijn te groot voor de aannemer om te beheersen. Zijn mensen kennen het gebied niet, dat geldt ook voor het beveiligingsbedrijf. Ze werken met de verkeerde personen. Als dat zo doorgaat zullen er nog veel slachtoffers vallen.’
Kon hij toen al bevroeden dat de weg hem zijn gouverneurschap zou gaan kosten?

Op 1 augustus eindigt de Nederlandse Isaf-missie in Uruzgan. Sinds augustus 2006 zijn meer dan veertienhonderd militairen in de provincie gelegerd als onderdeel van de International Security Assistance Force, een internationale troepenmacht onder leiding van de Navo die op uitnodiging van de Afghaanse regering en voorzien van een VN-mandaat in Afghanistan opereert. Niet het jagen op terroristen, maar het bieden van veiligheid en stabiliteit is het doel van Isaf, zodat de sociaal-economische en democratische ontwikkeling van Afghanistan ter hand kan worden genomen. Nederland zal de missie tevreden afsluiten: Uruzgan wordt veiliger en stabieler achtergelaten. Dat bleek al in september vorig jaar uit een onderzoeksrapport van de Tribal Liaison Office (tlo). De prijs van een djerib land is meer dan verdrievoudigd, ambtenaren krijgen managementcursussen, aanstormende ondernemers worden opgeleid in een 'Business Development Center’ en jongeren kunnen gratis computervaardigheden en Engels leren.
Het lijkt er zelfs op dat heel langzaam de positie van vrouwen begint te verbeteren. De provinciale regering heeft geen vrouwendepartement meer sinds de directeur in de zomer van 2008 Tarin Kowt ontvluchtte na bedreigingen. Maar Kochi Mirjana, het enige vrouwelijke lid van de Provinciale Raad, heeft de taak op zich genomen vrouwen te mobiliseren: 'Vroeger lieten de mensen zich nog intimideren door de Taliban die zeiden dat ze hun dochters niet naar school mochten sturen. Nu is er vrijwel geen gezin dat zijn dochters thuishoudt. Veel Uruzgani’s beseffen nu hoe belangrijk het is de rechten van vrouwen te verdedigen. Wij zijn eerlijker dan mannen. We doen niet aan corruptie en we voeren geen oorlog. Wij zijn de toekomst.’
Dokter Khan Agha Miakhil, de provinciale directeur Gezondheidszorg, vertelt dat de gezondheidszorg in de lift zit. Toen we hem vijftien maanden eerder opzochten in het Centraal Provinciaal Ziekenhuis was hij sceptisch over de Nederlanders. Nu is hij vol lof: 'De Amerikanen gebruiken veel geweld. Jullie doen het rustig aan. Dat werkt veel beter.’ Hij heeft inmiddels tien vroedvrouwen en twee vrouwelijke artsen in het ziekenhuis aangesteld. Daardoor, en door een stelsel van klinieken in de districtscentra, krijgen veel meer vrouwen dan voorheen toegang tot basale gezondheidszorg. 'Er worden steeds meer baby’s in mijn ziekenhuis geboren. De kindersterfte is flink gedaald.’
De vrouwelijke artsen, maar ook twee chirurgen heeft hij kunnen aannemen omdat meer geld beschikbaar was voor betere salarissen én omdat Uruzgan inmiddels met Kaboel is verbonden door een luchtbrug. De provincie is omringd door gebieden waar de Taliban de wegen onveilig maken, of zelfs de dienst uitmaken. Overheidspersoneel dat in handen valt van de Taliban wordt doorgaans afgemaakt. Sinds juni vorig jaar vliegt de luchtvaartmaatschappij KAM Air echter twee keer per week heen en weer tussen Tarin Kowt en Kaboel. Om de ticketprijs betaalbaar te houden wordt die gesponsord door de Nederlandse ambassade. De landingsbaan naast Kamp Holland wordt geasfalteerd en er is een bescheiden passagiersterminal in aanbouw. Volgens dokter Sayyed Gamaluddin, directeur van een community health training center gefinancierd door HealthNet tpo, hebben de Nederlanders veel goeds gebracht: 'Ik zit hier nu acht jaar en de situatie is echt veel beter. Het is veiliger en we kunnen mensen met kennis invliegen. Daardoor neemt het niveau van de gezondheidszorg toe.’
Bij de ingang van het provinciaal departement van Onderwijs zijn jongens bezig een berg kriskras door elkaar liggende schoolboeken te selecteren. Haji Eid Mohammed, de provinciaal adjunct-directeur Onderwijs, vertelt dat er momenteel 212 scholen in de provincie zijn terwijl dat er drie jaar geleden nog maar 127 waren. Twee jaar geleden werd voor het laatst een school door de Taliban in brand gestoken. 'Dit jaar en vorig jaar hadden we geen problemen. Behalve dan dat sommige leraren door de opstandelingen geslagen werden. Maar ze worden tenminste niet meer onthoofd. Daarmee krijgen ze de hele gemeenschap tegen zich.’ Volgens Eid Mohammed krijgt hij veel hulp van de Nederlanders bij het bouwen van scholen. Ook financiert Nederland de universitaire studie van de beste middelbare-schoolleerlingen in India, maar niet dan nadat ze zich verplicht hebben na hun afstuderen te gaan werken in Uruzgan. 'Een groot probleem in deze provincie is de ongeletterdheid. Als mensen konden lezen en schrijven en ze zouden iets van de wereld weten, zouden ze minder vatbaar zijn voor de indoctrinatie door de Taliban en dan zou het hier minder onveilig zijn.’
De ontwikkeling van de provincie kwam op gang toen de veiligheidssituatie verbeterde. Dat werd vooral bereikt door het reservoir van ontevreden stamleden waaruit de Taliban putte voor steun te laten leeglopen. Isaf beëindigde de onderdrukking van Ghilzai-stammen door het provinciale bestuur, dat voor de komst van de Nederlanders in handen was van Durrani-stammen. Ghilzai en Durrani zijn stammenfederaties die elkaar doorgaans flink in de haren zitten. In Uruzgan werd het provinciebestuur na de val van de Taliban beheerst door de Popolzai-stam van Jan Mohammed Khan die tot 2006 gouverneur was. Tijdens zijn heerschappij voerde hij wrede veldtochten, samen met Amerikaanse mariniers en de militie van zijn neefje Matiullah. Onder druk van de Nederlanders moest Jan Mohammed het veld ruimen. De Nederlanders probeerden vervolgens met de Taliban sympathiserende stammen los te weken van de extremisten door ze respectvol te benaderen en hun dorpen met direct impact-hulpprojectjes te bestoken, zoals waterpompen aanleggen en het opknappen van moskeeën en irrigatiewerken.
Dat lukte tot op zekere hoogte. De Taliban-aanwezigheid in de Baluchivallei en het Deh Rashangebied is afgenomen, maar nog altijd is het er gevaarlijk. Door deze gebieden loopt de nieuwe weg van Tarin Kowt naar Chora. We ontmoeten het dorpshoofd van Hasanzai, een dorp in het westelijke deel van het Deh Rashangebied. In februari 2007 werd een patrouille waarvan een van ons deel uitmaakte vanuit Hasanzai aangevallen. Dorpelingen lagen vanaf de daken op ons te schieten. 'Het is nu beter’, zegt het dorpshoofd. Hij heeft een dikke zwarte baard en vriendelijke ogen. 'Er zijn wel eens Nederlandse militairen in het dorp geweest zonder dat ze werden aangevallen. We bewonderen hun eerlijkheid en hun koppigheid. Maar jij kunt nog steeds niet zomaar naar ons toe komen. Er wonen extremisten in ons dorp die zijn getraind in Pakistan.’

'Daar, bij die huizen begint het Taliban-gebied’, zegt Max, een van de ingenieurs van Gesellschaft für Technische Zusammenarbeit. De huizen bevinden zich op enkele honderden meters afstand. 'Ik werd laatst uitgenodigd door de dorpsoudsten. Ze zien ons niet meer als vijanden. Ze vroegen wat we voor hen konden doen. De weg verandert hun denken.’
We zijn in het oostelijke Deh Rashangebied en om ons heen staan bewakers in kaki uniformen van de Asia Security Group, hun kalasjnikovs losjes aan de schouder. Het zijn mannen uit de omringende dorpen. Ze zijn ingehuurd door de beveiligingsfirma om de wegwerkzaamheden te bewaken tegen een maandloon dat concurreert met dat van een kleine boer of een politieagent. Tweehonderd dollar voor een bewaker, 250 voor een commandant die zeven man aanvoert. Van Nederlands belastinggeld wordt een lokaal legertje in stand gehouden.
De weg van Tarin Kowt naar Chora is de ruggengraat van het Nederlandse plan voor de ontwikkeling van Uruzgan. De bevolking wordt bij zo veel mogelijk stadia van de aanleg ingeschakeld, tegen betaling, zodat ze optimaal profiteert van de weg. Met Nederlands geld leggen dorpelingen toegangswegen aan en als de weg geasfalteerd is, zal het onderhoud eveneens door lokale werknemers worden verricht. Het is de bedoeling dat de weg wordt aangesloten op de snelweg die grote steden als Kaboel en Kandahar verbindt. Dat is niet alleen goed voor de provincie, maar ook voor het imago van de Nederlanders. Hun projecten zijn vaak te klein en te weinig zichtbaar, menen Uruzgani’s.
Max wijst naar het Taliban-gebied en wil iets uitleggen, maar de woordvoerster grijpt in. 'We bouwen hier een weg, meer niet.’ Veiligheidsissues liggen gevoelig bij gtz. Ze vormen de achilleshiel van het megaproject. De organisatie verkeek zich er al eens op. Toen het werk aan de weg net was begonnen, in juni 2008, bezochten we gtz in Tarin Kowt. Een medewerker legde uit dat het ondoenlijk was de veiligheid van de weg in handen te geven van de lokale bevolking. De weg loopt door zoveel verschillende stamgebieden dat om de paar kilometer een nieuwe commandant zou moeten worden aangesteld. 'Dat gaat mis’, zei hij. 'Onherroepelijk.’ Politie en leger konden niet worden ingeschakeld omdat de politie tot op het bot corrupt is en het leger door de dorpelingen wordt geassocieerd met de centralistische machtsaspiraties van Kaboel, een van de factoren die hen in de armen van de Taliban hadden gedreven. Er bleef maar één optie over: Matiullah, het neefje van Jan Mohammed Khan, moest de veiligheid gaan verzorgen met zijn militie. gtz had al met hem gesproken. 'Voor tweehonderdduizend dollar doet hij het’, zei de medewerker destijds. Het zou betekend hebben dat Nederlands belastinggeld verdween in de zakken van een oorlogsmisdadiger. Juist in het gebied waar hij voor veiligheid zou moeten zorgen, had zijn militie enkele jaren eerder flink huisgehouden. Na publicatie in De Groene Amsterdammer werden Kamervragen gesteld en werd gtz teruggefloten. Nederland verbrak alle officiële contacten met de krijgsheer, die aanvankelijk nog deel uitmaakte van een regulier veiligheidsoverleg.
Nu is precies gebeurd wat de gtz-medewerker destijds probeerde te voorkomen: de parel in de kroon van de Nederlandse Uruzgan-missie is een speelbal geworden in de handen van lokale potentaten en hun gewapende volgelingen. Op de tien kilometer van de weg die nu is geëgaliseerd en wacht op asfaltering zijn verschillende groepjes bewakers actief, de meesten zonder uniform. Dat de veiligheid niet hun eerste prioriteit is, toont een opgeblazen politie-pick-up. Als we erlangs rijden wordt het wrak door gtz genegeerd. Als we de volgende dag terugkeren om het aan een nadere inspectie te onderwerpen, blijkt het hoopje verwrongen staal aan de voet van een politiepostje te liggen. We treffen Adam Khan, de chauffeur, die er met een gebroken sleutelbeen en een gewonde hand van af kwam. Hij weet niet wie de bom gelegd heeft. Net als zijn collega’s heeft hij zijn uniform verwisseld voor burgerkleding en waagt hij zich niet te dicht bij de weg. Tegenwoordig heeft hij er heel wat meer vijanden dan alleen de Taliban.

(Binnenkort deel 2)