Vera jong vriendin van geert timmers / bob fosko

‘Ik wilde actrice zijn, als kind al. Mijn ouders lachten me uit: “Jij actrice, doe effe normaal!” We woonden in Zwaag, een klein dorp. Ik ging de verpleging in, psychiatrie B. Toen dacht ik: misschien kan ik dramatherapeut worden in een gekkenhuis. Dus ben ik naar de Academie voor Expressie gegaan. Geert zat er ook. We werden verliefd in één oogopslag.

Het was de tijd van actievoeren en wroeten. Je persoonlijkheid werd binnenstebuiten gekeerd. Mijn vader was net overleden en ik had geen zin die emoties in de groep te gooien. Dus ging ik vóór het examen van school. Geert wilde het per se afmaken. Voor zijn moeder. Hij was dol op haar, had altijd haar foto in zijn portemonnee.
Ik werd zwanger en we hadden geen rooie rotcent natuurlijk. Bij de NOS werden video-editors gevraagd. Geert zei: “Dat is wat voor jou.” Zo ben ik in mijn vak gerold. Ik heb tien jaar lang voor het inkomen gezorgd. Geert maakte muziek, filmpjes, maar de meeste projecten kóstten alleen maar geld. Voordat hij op televisie mocht, heeft het lang geduurd. Daar kon hij bijna depressief over zijn: “Verdomme, waarom ben ík nou niet gevraagd voor die nieuwe Nederlandse speelfilm.” Ik moest wel lachen om dat soort uitspraken, maar ik heb hem altijd laten voelen dat ik in hem geloof. Ik heb ook voor hem gelobbyd. Dan zei ik op mijn werk: “Hij heeft een nieuwe plaat, moet je horen.” Dat hij nu bekend is, komt door zijn originaliteit, zijn eigen ideeën. Ik heb hem hooguit aan wat mensen gekoppeld.
De uiteindelijke erkenning heb ik niet als een grote omslag ervaren. Geert is een soort antiheld. Journalisten durven vaak niet te bellen, bang om te worden uitgescholden. Geert komt zo heftig over! Dat is meegenomen, want voor mij hoeft die roem niet. Dat hij een idool wordt voor vrouwen bijvoorbeeld, daar zou ik niet tegen kunnen. Nu is hij met theater bezig. Ik weet hoe intens dat kan zijn. Niet voor niks krijgen acteurs relaties onder elkaar, niet voor niks zijn er veel alleenstaanden bij toneel.
Geert is nooit jaloers, hij is er niet mee bezig. Hij is met zijn carrière bezig. Dat hij denkt: na die tien jaar is het nu mijn beurt om geld te verdienen, snap ik wel. Maar mij interesseert geld geen reet. Rot op, als wij maar gelukkig zijn. Daarin verschillen we dan van mening.’