Vera zasoelitsj anarchisme een sombere tobster met pistool

Een terugkerend twistpunt onder anarchisten is de rol van het geweld. Dat was zo in de Amsterdamse kraakbeweging, en dat was zo in de anarchistische beweging in Rusland een eeuw daarvoor. Vera Zasoelitsj (1849-1919) gaf toen met haar aanslag op de Petersburgse hoofdcommissaris van politie het startschot voor een golf van terreur, culminerend in de moord op de tsaar in 1881. Portret van een anarchistische heldin.

Eigenlijk was het net Amsterdam in de jaren tachtig. De beweging bestond uit studenten, werkende jongeren en nog wat loslopend jong spul. Jongens en meisjes, op voet van gelijkheid, met de jongens iets gelijker dan de meisjes. Ze leefden in woongroepen, stelden zich met weinig tevreden, hielden er vage vrijheidsidealen op na, en hadden een gemeenschappelijke vijand: de staat, en met name zijn gezagshandhavers.
In de herfst van 1877 werd een van de jongelui, Archip Bogoljoebov genaamd, maar hij had net zo goed Hans Kok kunnen heten, tijdens zijn voorarrest door de politie ernstig mishandeld. Hij was opgepakt vanwege vermeende betrokkenheid bij anarchistische groeperingen. Omdat hij tijdens het luchten de hoofdcommissaris, een notoire bloedhond, met onvoldoende respect had bejegend, werd hij gestraft met vijfentwintig stokslagen. Hij raakte buiten bewustzijn maar overleefde het. Enkele jaren later stierf hij, totaal krankzinnig geworden en nog altijd in gevangenschap. Maar toen was hij al lang wereldnieuws.
Want op 24 januari 1878 werd de betreffende hoofdcommissaris, Trepov genaamd, maar hij had net zo goed Valken kunnen heten, uit wraak voor het onrecht dat Bogoljoebov was aangedaan, neergeschoten door een anarchiste. Trepov overleefde het, maar hij verloor zijn eer. In een spectaculair proces dat over de hele wereld verbazing wekte, werd de geweldpleegster Vera Zasoelitsj vrijgesproken. Een klap in het gezicht van politie, justitie, staat en tsaar. Toen de jury de vrijspraak bekendmaakte, barstten er uitzinnige taferelen in de rechtszaal los en even later ook op straat, toen de heldin in een rijtuig werd rondgereden, omstuwd door haar geestverwanten. Er vielen schoten, er vielen doden, een verzenuwde politie stapelde fout op fout. Een bekende schrijver die het proces bijwoonde en het later in een van zijn romans herschiep, bekeek het tumult met sardonisch plezier. Hij had A.F.Th. van der Heijden kunnen heten, maar zijn naam was F.M. Dostojevski.
Anarchisten worden niet geboren, anarchisten worden gemaakt. Dat was wat de advocaat van Vera Zasoelitsj de rechtbankjury voorhield. Met overdadige retoriek schetste hij hoe de negenentwintigjarige verdachte, dochter van een alcoholische vader en een hysterische moeder, in het begin van de jaren zeventig jarenlang door politie en justitie was opgejaagd en verbannen zonder dat ooit was bewezen dat zij hand- en spandiensten had geleverd aan terroristische groeperingen. Daarom trok ze zich het lot van Bogoljoebov zo aan. ‘In iedere politieke gevangene herkent Zasoelitsj zichzelf, haar bittere verleden, haar onherstelbaar verruineerde jeugd, haar lijden, de jaren dat ze in voortdurende angst en onzekerheid leefde, murw gebeukt door vragen zonder antwoord: Wat heb ik misdaan? Wat gaan ze met me doen? Komt hier ooit een einde aan?’ Op de publieke tribune, volgepakt met de liberale elite van Petersburg, werd luide geklapt en gesnikt.
Het was niet helemaal waar wat de advocaat zo gloedvol schetste. Vera Zasoelitsj had wel degelijk in kringen verkeerd waar snode plannen werden uitgebroed. Eind jaren zestig, na door liefdeloze tantes en gouvernantes te zijn grootgebracht, vervoegde ze zich bij haar beide oudere zusters in Sint Petersburg om zich net als zij te gaan voorbereiden op het enige beroep dat voor dochters van vervallen landadel leek te zijn weggelegd: dat van onderwijzeres. Haar zusters bewogen zich toen al in revolutionair gestemde kringen. En zo kon het gebeuren dat op een winteravond de negentienjarige Vera plotseling oog in oog kwam te staan met een knappe jongeman met fanatiek blikkerende ogen en een onstuitbare woordenvloed. Urenlang overstroomde hij haar met zijn plannen om de boeren in opstand te brengen, de tsaar te vermoorden en de staat omver te werpen. En zij, zo bezwoer hij haar, zou hem daarbij moeten helpen. Toen zij hem wezenloos bleef aanstaren, viel hij even stil, priemde met zijn koortsige ogen diep in haar ziel, en bekende: 'Ik geloof dat ik verliefd op je ben geworden.’
Anarchisten worden gemaakt, slechts een enkeling wordt als anarchist geboren. Dit was er een: Sergej Netsjajev, het prototype van de koelbloedige samenzweerder die met zijn rappe praat en dwingende optreden anderen in zijn terroristische plannen meesleepte. Een meedogenloze anarchist uit de school van Bakoenin, waar hij had geleerd dat alles geoorloofd was wat de omverwerping van de staat diende, tot moord en valse liefdesverklaringen aan toe. Hij stond model voor Pjotr Stepanovitsj Verchovenski, de desastreuze scheurmaker in Dostojevski’s Boze geesten, de roman die een tragisch hoogtepunt bereikt wanneer Verchovenski in koelen bloede een medesamenzweerder door het hoofd schiet op verdenking van verraad. Het is een tot in de details levensechte scene, want op 21 november 1869 vermoordde Netsjajev te zamen met anderen in een Moskous park een student van wie men vermoedde dat hij op het punt stond hen bij de politie aan te geven.
Die gebeurtenis luidde het begin in van Vera’s lijdensweg als opgejaagd politiek wild. Op het moment van de moord zelf zat ze al tijdelijk gevangen, omdat huisgenoten de politie attent hadden gemaakt op haar contacten met Netsjajev. Na de moord werd ze steeds strenger vervolgd, hoewel ze zich tot op dat moment nog verre had gehouden van enigerlei terroristische activiteit. Haar sympathie lag veeleer bij de populistische beweging, die zich met optimistische ijver op de verheffing van de boerenstand had geworpen. Die beweging culmineerde in 1874 in de hilarische actie 'Naar het volk!’, toen jongelui en masse het platteland op trokken om er de revolutie te verkondigen, maar bij het volk slechts op onbegrip en hoon stuitten en ten slotte al even en masse werden gearresteerd.
Na die naieve mislukking maakte het gif van het geweld zich hoe langer hoe meer van de beweging meester. Ook Zasoelitsj, die Netsjajevs moorddadige actie aanvankelijk had veroordeeld, raakte er van overtuigd dat het staatsgeweld met gelijke munt moest worden terugbetaald. En dus stemde ze in met het plan van de leider der zogeheten 'Zuidelijke Rebellen’, tevens haar geliefde, om op wrede wijze met een politiespion af te rekenen. De man werd bewerkt met kogel en ketting, de traditionele attributen van de politieke gevangene, waarna zijn gezicht met een zuur werd overgoten. Kreupel en blind wist de man toch nog de politie te bereiken, waarna de groep naar alle hoeken van Rusland uiteenstoof.
Zasoelitsj kwam met een paar van die Kievse rebellen in Sint Petersburg terecht, de stad waar niet lang daarna Trepov de ongelukkige Bogoljoebov liet afranselen. Het besluit om Trepov te vermoorden was snel genomen, maar de uitvoering ervan stelde ze uit tot na het massaproces tegen honderddrieennegentig 'Naar het volk!’-activisten, bang als ze was dat de vonnissen anders extra zwaar zouden zijn. Daags na de uitspraak begaf ze zich naar het spreekuur van de hoofdcommissaris en schoot hem neer. Ze werd onmiddellijk gegrepen, bont en blauw geslagen en ietwat onhandig aan een stoel vastgebonden - ze kon zich met gemak loswurmen, maar na enige aanwijzingen van haar kant werd dat euvel snel verholpen. 'Ik voelde me, voor het eerst van mijn leven, volkomen onkwetsbaar. Niets deerde me, niets kon me in de war brengen, ik voelde me sterker dan ooit. Hoe ze me ook bejegenden, ik bleef ze kalm aankijken, alsof er een kloof tussen ons gaapte die door niemand viel te overbruggen.’
Na de verrassende vrijspraak en haar triomftocht door de stad, maakte ze zich snel uit de voeten. Nieuwe arrestatiebevelen lagen al klaar, maar justitie en politie waren zo overdonderd door de afloop van het proces dat ze haar gewoon door de voordeur lieten weglopen. Toen Zasoelitsj al lang en breed in het buitenland zat, rolden de autoriteiten nog steeds ruziend over straat en werd de ene na de andere topfunctionaris ontslagen. De gezagscrisis was compleet en dat speelde de terroristen in de kaart. Het geweld nam definitief bezit van de anarchistische beweging. Aanslag volgde op aanslag, tot enkele studenten er in 1881 eindelijk in slaagden de tsaar zelve op te blazen. Opmerkelijk genoeg was het wederom een vrouw die de actie leidde: de generaalsdochter Sofija Perovskaja.
Hoewel Vera Zasoelitsj met haar aanslag op Trepov zelf het startschot had gegeven voor wat bekend staat als de 'terroristische fase van het Russische populisme’, ontwikkelde ze zich in de emigratie tot een verklaard tegenstandster van geweld. Op ieder bericht van een aanslag reageerde ze met diepe depressies. De moordaanslag had haar gelouterd. Terrorisme, zo zou ze later schrijven, is niet alleen politiek nutteloos, het ondergraaft ook de revolutionaire geest. 'Iedere bevrediging die men ervan ondervindt, wordt tenietgedaan door de sporen die het in de persoonlijkheid achterlaat: de terrorist ontwikkelt zich hetzij tot een onuitstaanbare ijdeltuit, hetzij tot iemand voor wie het leven iedere aantrekkelijkheid heeft verloren.’
Voor Zasoelitsj zelf gold het laatste. Toch al nooit een van de vrolijksten, werd ze als politieke balling een droeve tobster, ook al bleef ze de zaak van de revolutie hartstochtelijk trouw. In het kielzog van Grigori Plechanov, de godfather van het Russische marxisme, dobberde ze mee met de politieke emigres van Zurich naar Parijs en van Londen naar Geneve, om uiteindelijk in 1905, na de algehele amnestie voor politiek vervolgden, terug te keren naar Sint Petersburg. Het zal niet verbazen dat de brutaalste terroristische actie uit de Russische geschiedenis, Lenins Oktoberrevolutie, door de achtenzestigjarige met gepaste scepsis werd begroet.
Ze eindigde haar leven zoals ze het begon: als opgejaagd politiek wild. In de ellendige winter van 1918-1919 werd ze door enkele bolsjevistische soldaten uit haar kamer in het Schrijvershuis gezet. Haar vermoeide gestel en moedeloze geest waren tegen die ultieme vernedering niet meer bestand.