Veranderd in niets

Frank Verkuijl, Niets verandert: Een coverroman. Uitg. De Arbeiderspers, 132 blz., f27,50
In 1939 schreef Jorge Luis Borges zijn beroemde verhaal over de schrijver Pierre Menard, die drie eeuwen na Cervantes een nieuwe Don Quichot wilde schrijven. Menard had zich voorgenomen meer dan een eigentijdse versie van het boek te maken, hij wilde de Don Quichotte op zijn naam schrijven. Daartoe was hij gebonden aan twee wetten: de eerste schreef voor te varieren op de vormgeving en de psychologie van Cervantes’ roman; de tweede verplichtte hem zich te houden aan de originele tekst.

Schilders, componisten, schrijvers en filmers maken sinds jaar en dag buigingen naar inspirerende voorgangers, ze nemen thema’s en motieven over, lenen soms zelfs een heel verhaal. Ze uiten daarmee niet alleen hun bewondering voor een oudere kunstbroeder, ze proberen hem, als het goed is, ook de loef af te steken. Op z'n minst willen ze de confrontatie aangaan met het origineel. Is die ambitie er niet, dan verdenk je de adaptor toch snel van gemakzucht en een gebrek aan authenticiteit.
Het is dan ook ronduit een vermetel idee van Frank Verkuijl om een zogenaamde ‘coverroman’ te maken. Zeker als hij op het achterflap ferm stelt een 'taboe te negeren’ en met een 'nieuw genre’ te komen. Een nogal boude bewering: James Joyce schreef een eigentijdse Odyssee, Terborgh liet Odysseus in de jaren veertig de Balkan opgaan, hoeveel versies van Don Juan zijn er niet, Graham Greene maakte de satire Monsignor Don Qiuchotte, Mulisch varieerde op Oedipus, et cetera.
Met Niets verandert schreef Verkuijl een remake van Een nagelaten bekentenis van Marcellus Emants, een naturalistische klassieker die honderd jaar geleden verscheen. En hij nestelt zich wel heel behaaglijk in de sofa van het oude voorbeeld. Een remake doet je onvermijdelijk pakken naar het origineel, laat je nieuwsgierig kijken hoe de naijveraar omgaat met de twee wetten van Pierre Menard. Hoeveel variaties brengt hij aan in de vormgeving en de psychologie? Hoezeer steunt hij op het origineel?
Voor Frank Verkuijl is het origineel een rolstoel: de vormgeving, dat wil zeggen de verhaallijn, is nauwelijks veranderd, de psychologie is eenvoudig geschrapt. Net als Emants vertelt Verkuijl het verhaal van Willem Termeer, een 'bleek, tenger, onbeduidend mannetje met doffe blik, krachteloos geopende mond - velen zullen zeggen: dat mispunt’ (Emants), ofwel een 'bleek ventje’, 'een zakkewasser met fletse ogen. Zijn mond staat een beetje open, ik zie nicotinevlekken op zijn voortanden en hij heeft dun haar.’ (Verkuijl) Net als bij Emants begint Niets verandert als Termeer zijn vrouw Anna al heeft vermoord en volgt een nietsontziende terugblik op zijn lamzakkige leven. 'Mijn vrouw is dood en al begraven’, opende Emants; 'Mijn vrouw is dood - en de begrafenis was werkelijk fantastisch’, herschrijft Verkuijl. Het grote verschil is dat Emants een broeierig boek schreef waarin de nerveuze hoofdpersoon zichzelf genadeloos ontleedt, hij toont een ik-figuur die in zijn hoofd zit opgesloten als een gevangene in zijn cel. Bij Verkuijl is de afwisseling van kille gevoelloosheid en sensuele visioenen waar Emants’ Willem Termeer onder gebukt gaat, vervangen door onberedeneerde apathie en lusteloze verveling. Een typisch eendimensionaal generatie- Nixpersonage heeft de plaats ingenomen van Emants subtiel neergezette neuroticus.
Heeft Verkuijl met zijn stilistisch en psychologisch vlakke boek een eigentijdse Nagelaten bekentenis geschreven? Had hij maar het verhaal van Borges gelezen. Na allerlei experimenten met het herschrijven van Don Quichot komt Pierre Menard tot een briljante oplossing: hij schrijft woord voor woord hetzelfde boek als Cervantes. Zelfs die moeite heeft Verkuijl niet genomen.