Verantwoord hip

Tamsin Blanchard
Green Is the New Black: How to Change the World with Style
Hodder & Stoughton, 288 blz., ca. € 25,- (de Nederlandse vertaling verschijnt medio juni bij uitgeverij Karakter en is met adressen en websites aangepast aan de Nederlandse en Vlaamse markt)

‘Ik kreeg het gevoel dat het niet goed was, om zo ongelooflijk succesvol te zijn ten koste van andere mensen. Dat drong zich steeds meer aan me op. Ik realiseerde me dat ik niet meer met mezelf kon leven als ik daar niks aan deed’, zei Jane Shepherdson, de vrouw die de Engelse modeketen Topshop groot maakte, onlangs in The Observer. Bij haar nieuwe bedrijf Whistles gaat ze back to basics: ze wil weten waar en door wie haar spullen worden gemaakt. Dat klinkt eenvoudiger dan het blijkbaar is: ‘Het zal ons lukken. Niet van de ene dag op de andere. Maar het zal ons lukken.’
Willen we nog een tijdje verder met deze wereld, dan zullen we duurzaam moeten consumeren en produceren, dat is iedereen inmiddels wel duidelijk (dit inzicht in de praktijk brengen, is nog iets anders, maar soit). We eten biologisch, letten op het aantal kilometers dat we vliegen, scheiden ons afval, draaien spaarlampen in en zetten de thermostaat een graadje lager. In dat licht gezien is het verbazingwekkend hoe weinig mensen zich bezighouden met milieuvriendelijke mode. Zegt ook topmodel Lily Cole in haar voorwoord van Green Is the New Black: How to Change the World with Style, geschreven door Tamsin Blanchard.

Een van de aantrekkelijke kanten van dit boek wordt hierbij al meteen geïllustreerd: dit is geen boek dat in principe neerkijkt op iets schijnbaar oppervlakkigs als mode. Lily Cole verdient haar kost met het aanprijzen van de nieuwste (en zelden groen geproduceerde) modecollecties; Blanchard is als ex-modejournaliste van The Independent en The Observer, en tegenwoordige style director van Telegraph Magazine ook van onberispelijke modehuize. Blanchard vindt net als eco-fundamentalisten dat we zuinig aan moeten doen met nieuwe aankopen en het liefst milieucorrect geproduceerde waren moeten kopen, maar ze begrijpt ook dat je er niet voor gek bij wilt lopen.

Dat het de hoogste tijd is voor meer bewustzijn weet ze in haar boek heel goed duidelijk te maken. Met de opkomst van hippe, goedkope modeketens als H&M en Zara zijn we met z’n allen veel meer kleren gaan kopen. Waarom ook niet, als er in plaats van ieder seizoen iedere week nieuwe kleren in de winkels hangen en bovendien voor een fractie van de prijs van de spullen die je vroeger kocht? Mode is geleidelijk gedemocratiseerd, maar tegelijkertijd is er wel een snel groeiende ‘kledingberg’ gecreëerd. Want: easy come, easy go. Blanchard citeert een medewerker van een verzamelpunt van tweedehandskleren, die meldt dat er steeds meer kleding wordt ingeleverd met het prijskaartje er nog aan.

Over prijskaartjes gesproken: hoe fatsoenlijk kan dat leuke vestje dat je voor een tientje hebt meegepakt geproduceerd zijn? Om nog maar te zwijgen van de belasting van het milieu door het gebruik van pesticiden om de katoenproductie op het door ons gewenste waanzinnige peil te houden. Niet alleen het land gaat eraan kapot, ook de boeren die de katoen verbouwen ondervinden er akelige fysieke gevolgen van.

Het is duidelijk: het moet anders. Blanchard wil dat we ‘fashionista’s with a conscience’ worden, geen geitenwollensokkentypes. Ze doet er alles aan om ons ervan te overtuigen dat je zo eigenlijk heel hip bezig bent, want draait het in de mode niet altijd om recyclen? Goed, om het recyclen van trends, niet per se van kleding, maar wat geeft het: ze heeft gelijk. In Green Is the New Black laat ze zien hoeveel er al mogelijk is op het gebied van ethisch verantwoord shoppen – in Engeland tenminste, waar men duidelijk al groener is dan in Nederland. Ze geeft (online) adressen voor in alle opzichten verantwoorde kleding, sieraden, accessoires, tweedehands mode (‘vintage’), (vegetarische) schoenen, beautyproducten en sites waarop je patronen van designerstukken kunt downloaden om ze thuis te kunnen namaken; tips om wat je al hebt te customizen tot iets nieuws; ze vertelt welke tassen en schoenen langer meegaan dan een seizoen en laat zien hoe je milieu- en modebewust kunt reizen. De ene suggestie die ze doet is aansprekender dan de andere, maar dat is natuurlijk persoonlijk. Wat op te brengen moet zijn, is gericht op zoek gaan naar een ethisch acceptabele kledingstijl.

Zoals bij alle veranderingsprocessen begint het ook hier, volgens Blanchard, met het stellen van vragen. We zouden in winkels moeten vragen naar milieubewust geproduceerde waren, want dat is de enige reden waarom zaken als H&M (en Topshop) die ook daadwerkelijk (meer) gaan produceren. In haar voorwoord zegt Lily Cole (naar eigen zeggen dól op vintage) dat zij de bekendheid die ze heeft door het showen van de allernieuwste mode lichtelijk paradoxaal wil aanwenden om mensen aan het denken te zetten over de slechte kanten van de mode-industrie en over wat zij eraan zouden kunnen doen om die te verbeteren. Als consumenten kunnen we fair trade en betere kwaliteit eisen, schrijft Lily, langer met onze kleren doen en groen nog hipper maken dan het al is. Uiteindelijk is de klant koning.