Verantwoordelijk voor gedrag

Een begrip als ‘verantwoordelijkheid’ associeer ik altijd met mijn vader.

Hij vond dat ik te weinig verantwoordelijkheid nam.

Hij bedoelde daarmee dat ik te veel aan anderen overliet.

Medium opheffer 11 12 verantwoordelijkheid

Ik had mij onverantwoordelijk getoond door mijn studie niet af te maken. Ik had mij on­verantwoordelijk getoond door met een meisje te gaan samenwonen die al het geld verdiende. (‘Je bent nu een pooier geworden’, zei mijn vader.) Maar ik gedroeg mij vooral on­verantwoordelijk toen ik mijn baan als leraar Nederlands opzei, terwijl ik net vader was geworden, en mij ging toeleggen op het schrijven.

‘Dat wordt nooit een succes.’

Oké, pap, daarin heb je gelijk gekregen, roep ik wel eens tegen de sterren.

Er is die mop van een groep arbeiders die met loodzware zakken op hun rug door een fabriek lopen. ‘Waarom draag je niets, Moos’, vraagt de directeur. ‘Ik draag de verantwoordelijkheid, mijnheer.’

Hieruit blijkt al dat verantwoordelijkheid een last is dat ook nog eens gebruikt wordt als een moreel ijkpunt. Wie zich niet verantwoordelijk gedraagt, durft geen last op zich te nemen, hij schuift die naar anderen.

Verantwoordelijkheid is een morele pijn die je moet lijden. Een beloning voor de verantwoordelijkheid die je neemt, is er eigenlijk niet.

De democratie kent een aantal verantwoordelijkheden. De gekozene heeft de verantwoordelijkheid te doen wat hij heeft beloofd. Doet hij dat niet, dan is hij onverantwoordelijk om­gegaan met de last van het vertrouwen die de kiezer hem gevraagd heeft op zich te nemen.

Maar om zo veel mogelijk standpunten van de gekozene tot bloei te laten komen, is hij gedwongen concessies te doen aan zijn beloften aan de kiezers. Dit is wat we dagelijks zien: Rutte heeft Wilders nodig. Wilders levert ‘AOW moet op 65 blijven’ in tegen meer immigratiemaat­regelen. Dat polder- of concessiemodel heeft dus tot gevolg dat politici die standpunten proberen uit te ruilen, per definitie minder verant­woordelijkheid voelen. Ze moeten immers met iets akkoord gaan, dan niet tot hun oorspron­kelijke beloften behoort. Sterker: soms moeten ze instemmen met maatregelen waar ze pertinent tegen zijn. Hoe meer politici uitruilen, hoe minder verantwoordelijk ze zich ten opzichte van hun kiezers gedragen.

Kiezers hebben ook een verantwoordelijkheid. Zij moeten zich in een democratie neerleggen bij het feit dat hun tegenstander gewonnen heeft. Dat gaat niet altijd goed. Het gevaar bestaat dat door de democratie mijn stem jarenlang niet gehoord wordt. Daar krijg ik op een gegeven moment flink de pest over in, waardoor ik zeg: vooruit, laat ik nou eens de verantwoordelijkheid nemen voor een revolutie. Niet democratisch, maar eindelijk heb ik het eens voor het zeggen.

Samengevat: de consensusdemocratie waar we zo van houden, leidt ertoe dat politici zich niet meer verantwoordelijk voelen voor hun gedrag omdat ze voor maatregelen hebben moeten stemmen waar ze in principe tegen zijn.

De kiezer voelt zich daardoor bedrogen, want zijn man of vrouw doet niet wat hij of zij beloofd heeft te doen (‘Het wordt allemaal bedisseld in achterkamertjes’). Daarbij heeft de kiezer (en ook de politicus) altijd moeite met het nemen van de verantwoordelijkheid voor het feit dat hij verloren heeft.

Toen Rita Verdonk verloor van Mark Rutte begon zij een eigen partij. Dat heet democratie, maar die democratie speelt dus met verantwoordelijkheden.

Goedbeschouwd wil niemand verantwoor­delijkheid dragen als het slecht gaat. In tijden van crisis gaat het slecht. Het is nu crisis. En dus zie je verantwoordelijkheden vaporiseren.

De weigerambtenaar die geen homo’s wil trouwen, krijgt gelijk. De hypotheekrenteaftrek die ons beloofd werd, gaat op de helling. We gaan tóch een politiemissie doen in Afghanistan. De ontwikkelingshulp wordt gekort. Europa wordt al of niet gesteund.

Crisis is ook dat politici om ‘hogere belangen’ veilig te stellen veel en vaak kleinere belangen inruilen en daardoor volstrekt ongeloofwaardig worden.