Verantwoording bij: Alt-light en alt-right domineren Nederlands Twitter

De Groene Amsterdammer, het Algemeen Dagblad en de Utrecht Data School onderzochten gezamenlijk hoe extreemrechtse ideeën online naar de mainstream reizen. Specifiek is er gekeken naar Twitter en Gab. Waar de mondige minderheid van Nederland zich online manifesteert.

Om een beeld te krijgen van hoe het online debat er op reguliere dagen uitziet en hoe het zich door de tijd heen heeft ontwikkeld, is een steekproef genomen van vier keer twee dagen: 7-8 augustus 2017, 5-6 februari 2018, 6-7 augustus 2018 en 4-5 februari 2019. Dit zijn dagen waarop zich geen grote gebeurtenissen voordeden die tot sterke vertekeningen zouden kunnen leiden. Van die dagen zijn alle Nederlandstalige tweets geanalyseerd. Daarnaast zijn voor specifieke onderwerpen ter verdieping de meest recente twintigduizend berichten over dat onderwerp onderzocht, ook als die buiten de genoemde periodes vielen.

In de onderzochte periodes zijn bijna 3,5 miljoen tweets verstuurd, waaronder zowel reguliere tweets als reacties op anderen en retweets. Van de Nederlandstalige tweets is ook een significant deel Vlaams. Voor dit onderzoek is alleen gebruik gemaakt van de tweets die nodig waren om de onderzoeksvragen te beantwoorden. Alle accounts met minder dan vijf interacties verspreid over twee dagen zijn buiten beschouwing gelaten. Daarna bleef, afhangende van de periode, zo’n vijftien tot twintig procent van de accounts over. Zij zijn de mondige digitale burgers die het gesprek op sociale media vormgeven.

Om te onderscheiden welke deelpublieken (groepen personen die meer met elkaar gemeen hebben op sociale media dan anderen) er zijn, is een netwerkanalyse gemaakt. De relaties in die analyse bestaan uit retweets: als een persoon iemand retweet, geldt dat als een (eenzijdige) relatie. Door deze interacties in een netwerkanalyse te bundelen, ontstaat een beeld van de deelpublieken die op Twitter actief zijn. Om te bepalen welke accounts tot welk deelpubliek behoren, is de modularity berekend middels de Louvain-methode in de open source netwerkvisualisatiesoftware Gephi. Daarbij lag de nadruk op het gedrag van een deelpubliek als geheel boven dat van individuen die deel uitmaken van een deelpubliek.

De deelpublieken zijn vervolgens op basis van een kwalitatieve analyse gelabeld, om een idee te geven van wat een deelpubliek bindt (bijvoorbeeld een bepaalde politieke voorkeur, hobby of beroep). Het resultaat van deze analyse voor februari 2019 is als visualisatie bij dit artikel gevoegd, maar was voor elke periode goed vergelijkbaar. De indeling in deelpublieken maakt het mogelijk om te zien welke onderwerpen populair zijn in een bepaald deelpubliek, en welke juist helemaal niet. Hetzelfde geldt voor webpagina’s die in bepaalde groepen worden gedeeld.

De netwerkvisualisaties zijn gemaakt met het layout-algoritme Force Atlas 2, ingesteld op een scaling van 400, een stronger gravity van 0.1, en met ‘dissuade hubs’ aangevinkt.

Voor dit artikel is ook kort gekeken naar het sociale mediaplatform Gab, een hedendaags alternatief voor Twitter dat ongebreidelde vrijheid van meningsuiting belooft. Dit is onderzocht door Tim de Winkel, Mauricio Salazar Landeros, Melissa Blekkenhorst en Ludo Gorzeman. Zij zijn aangesloten bij de Utrecht Data School.