In 2013 nam de Tweede Kamer met ruime meerderheid een motie aan waarin het de kwalificatie ‘belastingparadijs’ van zich afwierp. Nederland was géén belastingparadijs – louter een ‘fiscaal gunstige vestigingsplaats’. Inmiddels lijkt er in het denken over ingewikkelde belastingconstructies voor multinationals veel veranderd. Samen met De Groene Amsterdammer onderzocht Utrecht Data School het debat over Nederland als belastingparadijs in de Tweede Kamer. Hoe heeft dit debat zich de afgelopen twee decennia ontwikkeld? Welke partijen en politici speelden een bepalende rol in het debat? En op welke manier werd er gesproken over het idee dat Nederland een belastingparadijs zou zijn?

Voor ons onderzoek verzamelden we alle handelingen uit de Tweede Kamer vanaf 1995 tot en met 2021, zoals gepubliceerd op officielebekendmakingen.nl. Deze handelingen bestaan uit de transcripties van debatten in de Tweede Kamer. Steeds wanneer een ander persoon aan het woord is, wordt dit (in de xml-versies van de handelingen) gemarkeerd als een aparte spreekbeurt. Vervolgens zochten we in deze spreekbeurten naar trefwoorden gerelateerd aan het debat rond belastingparadijzen.

Het debat over belastingparadijzen laat zich indelen in twee kampen: ‘kamp vestigingsklimaat’ vreest dat we bedrijven wegjagen, ‘kamp belastingparadijs’ waarschuwt dat Nederland geen vluchthaven mag zijn voor het grote bedrijfsleven. Deze twee discussies lopen niet altijd parallel aan elkaar: wanneer het gaat over belastingparadijzen hoeft het niet óók over het vestigingsklimaat te gaan, en andersom. Om die reden hebben we ervoor gekozen deze twee discussies voor ons data-onderzoek uit elkaar te trekken – al liggen ze geregeld behoorlijk in elkaars verlengde.

Concreet betekent dit dat we voor ons onderzoek twee lijsten van trefwoorden hebben samengesteld: een lijst met ‘negatieve’ woorden die aan het debat ‘Nederland belastingparadijs’ refereren (zoals belastingparadijs, draaischijf, doorsluisland, brievenbusfirma, belastingontduiking en belastingontwijking) en een lijst met ‘positieve’ woorden die verwijzen naar de discussie over het vestigingsklimaat (zoals vestigingsklimaat, handelsklimaat, vestigingsplaatsfactor en investeringsland). Daarmee vonden we in totaal 4.110 spreekbeurten waarin naar in ieder geval een van deze discussies werd verwezen. Dit kunnen relatief lange uiteenzettingen zijn, maar ook heel korte interrupties.

Vervolgens bestudeerden we deze spreekbeurten op verschillende manieren. Allereerst onderzochten we hoe de aandacht voor de discussies zich in de afgelopen twee decennia heeft ontwikkeld. Daar springt bij de discussie ‘Nederland belastingparadijs’ één piek het meest in het oog: die in 2018, rond het debat over het afschaffen van de dividendbelasting. Opvallend, niet in de laatste plaats omdat dividendbelasting nadrukkelijk niet een van onze trefwoorden was. Hoewel de discussie rond het afschaffen van de dividendbelasting in strikte zin een wat andere discussie is dan ‘Nederland belastingparadijs’ (dividendbelasting betreft een Nederlandse belasting voor bedrijven die hier gevestigd zijn; ‘Nederland belastingparadijs’ gaat over het ontlopen van belastingen uit andere landen via Nederland), achten we deze piek toch betekenisvol in de context van ons onderzoek, omdat het verband met (woorden gerelateerd aan) ‘Nederland belastingparadijs’ – en ook met de discussie ‘vestigingsklimaat’ – in dit debat toch in hoge mate werd gelegd.

Tegelijkertijd overschaduwt deze piek – zeker visueel – ook betekenisvolle ontwikkelingen in de discussie rond belastingparadijzen in de jaren daarvoor, zoals de pieken in 2009 en 2013. In 2009 werd 129 keer verwezen naar de discussie ‘Nederland belastingparadijs’, terwijl dergelijke termen in de vijftien jaar daarvoor gemiddeld zo’n 21 keer per jaar in de Tweede Kamer werden genoemd. Aanzienlijk meer aandacht was er tot 2009 voor de discussie over het vestigingsklimaat van Nederland; termen gerelateerd aan het vestigingsklimaat werden tot 2009 gemiddeld 59 keer per jaar genoemd – ongeveer drie keer zo veel.

Ook keken we naar welke politici en partijen het meest vertegenwoordigd waren in het debat rond belastingparadijzen en het vestigingsklimaat. We doen dit op basis van de frequentie van de trefwoorden en niet het aantal spreekbeurten, om korte interrupties waarin één term wordt genoemd niet even vaak mee te tellen als lange uiteenzettingen. Voor de grafiek waarin we de aandacht per partij tonen hebben we gebruik gemaakt van smoothing (specifiek: cubic spline approximation) om visueel meer de nadruk te leggen op bredere trends in plaats van kortstondige pieken.

Dat een politicus een woord als ‘belastingparadijs’ of ‘vestigingsklimaat’ in de mond neemt, zegt uiteraard niet automatisch iets over zijn of haar positie op het politieke spectrum – neem alleen al de motie uit 2013 waarin werd benadrukt dat Nederland geen belastingparadijs is. Tóch lopen onze resultaten behoorlijk precies langs de politieke scheidslijnen. Waar GroenLinks, SP en later ook PvdA het sterkst vertegenwoordigd zijn in het debat ‘Nederland belastingparadijs’, wordt de discussie ‘vestigingsklimaat’ gedomineerd door VVD en CDA. Ook zien we een relatief sterkere vertegenwoordiging van kabinetsleden in die laatste discussie, aangevoerd door (toenmalige) bewindslieden als Menno Snel, Mark Rutte en Eric Wiebes.

De kampen die in het belastingparadijsdebat zijn aan te wijzen, zijn dus alleen al op basis van de frequentie van de trefwoorden per partij behoorlijk goed terug te zien in onze data. En hoewel de discussie ‘Nederland belastingparadijs’ inderdaad niet altijd parallel loopt met de discussie ‘vestigingsklimaat’, doet ze dat ná 2016 wel. Krijgt de discussie ‘Nederland belastingparadijs’ meer aandacht, dan krijgt de discussie ‘vestingsklimaat’ dat ook. Als ‘Nederland belastingparadijs’ daalt, daalt de discussie ‘vestigingsklimaat’ mee. Samen suggereert het een politiek debat waarin de onderlinge verbondenheid tussen die twee discussies steeds scherper op tafel is komen te liggen, maar wellicht ook een waarin steeds meer langs elkaar heen wordt gesproken.