Essay: Max Weber doorzag de kloof tussen elite en volk al een eeuw geleden

Verbaasd? Terug naar Max Weber

De moderne maatschappij is voor veel burgers een probleem. In afwachting van de leider die hen komt verlossen van hun ongerief zijn ze dus tégen. Theorietjes over deze «kloof» zijn er sinds het euro referendum van 1 juni te over. De belangrijkste theorie wordt over het hoofd gezien. Die van Max Weber.

Het werk van de Duitse denker Max Weber (1864-1920) is springlevend. Ook al is het 14 juni aanstaande alweer 85 jaar geleden dat hij overleed, zijn oeuvre biedt nog steeds talloze aanknopingspunten om iets meer van onze eigen tijd te begrijpen. Bijvoorbeeld van wat men het «probleem van de moderniteit» zou kunnen noemen. Weber zelf leefde in een tijd van immense veranderingen. Duitsland transformeerde in minder dan een halve eeuw van een overwegend agrarische samenleving in een mo derne kapitalistisch-industriële maatschappij. Deze abrupte overgang van traditie naar moderniteit is de spil waar Webers werk om draait.

Weber was getuige van de grote spanningen en onzekerheden die door dit proces bij een deel van de Duitse bevolking werden opgeroepen. Door het hoge tempo en de intensiteit van het moderniserings- en secularisatieproces verdwenen vaste oriëntatiepunten en konden nieuwe ideologieën en utopieën na circa 1900 wortel schieten. De angst voor desintegratie en voor verlies van samenhang uitte zich in een sterke behoefte aan oude of nieuwe zekerheden en religies, van welke aard ook. Het gemis aan een gemeenschappelijk, bezielend verband – volgens Weber onderdeel van wat hij de «onttovering van de wereld» noemde – maakte mensen vatbaar voor de utopische verleiding.

De parallellen met onze eigen tijd zijn opmerkelijk, vooral wanneer het gaat om de verhouding tussen «het» Westen en «de» islam. Er zijn nogal wat mensen die erop wijzen dat een van de grootste vraagstukken voor de islam gevormd wordt door deze uitdaging van de moderniteit: het moderne kapitalisme, een seculiere levensopvatting, het streven naar emancipatie (bijvoorbeeld van de vrouw) en zeker ook de overgang van het platteland naar de grote stad, dat wil zeggen de stap van een traditionele naar een moderne leefwijze. Wanneer dit moderniseringsproces zich in korte tijd voltrekt en erg confronterend is, is de kans groot dat mensen teruggrijpen naar oude zekerheden die vaak en vooral op religieus gebied gezocht worden. Fundamentele religieuze waarheden worden dan verdedigd tegenover het als ongelovig, materialistisch en decadent afgeschilderde Westen.

Het zijn dergelijke analyses van de botsing tussen traditie en moderniteit die het werk van Weber zo actueel en aantrekkelijk maken. In samenlevingen die in hoog tempo veranderen en onder spanning komen te staan, wordt een vraagstuk als identiteit van belang. De behoefte aan samenhang en houvast komt niet alleen tot uitdrukking in het zoeken naar religieuze zekerheden, maar dikwijls ook naar tot de verbeelding sprekende leiders die de richting kunnen wijzen in de chaos.

Ook hier is Weber actueel, namelijk in zijn theorie van charismatisch leiderschap. In het dagelijkse spraakgebruik betekent charisma doorgaans niet meer dan dat iemand uitstraling heeft. Op deze manier gebruikt kan bijvoorbeeld ook een voetballer charisma hebben. In het werk van Weber betekent charisma veel meer.

Eerst in het kort de theorie. Webers ideeën over charismatisch leiderschap passen binnen zijn theorie van de legitimatie van gezag, waarbij hij gezag definieerde als de kans dat een bepaald bevel wordt gehoor zaamd. Weber onderscheidde drie typen van legitiem gezag: rationeel, traditioneel en charismatisch gezag. Duidelijke voorbeelden van de eerste twee typen zijn de formele bureaucratie respectievelijk het patriarchale gezag. Voorbeelden van charismatisch gezag zijn de profeet, de oorlogsheld en de demagoog.

Charisma is een van oorsprong Grieks woord dat in het Nieuwe Testament gebruikt werd in de betekenis van genadegave of goddelijke gave. Het charisma-begrip vond zijn oorsprong dus in de religieuze wereld. Voor Weber waren in dit verband de oud-joodse profeten van groot belang. Charisma bracht hij in verband met roeping, dat wil zeggen met een zending of sterke innerlijke opgave.

Essentieel in Webers opvatting over charisma is dat het gaat om een «buitenalledaagse» («ausseralltägliche») macht die magische kwaliteit bezit. De persoon aan wie charisma wordt toegeschreven, geldt als iemand met bovennatuurlijke kwaliteiten die voor anderen niet toegankelijk zijn of als iemand die door God is gezonden. Vanwege de radicale oriëntatie op het volstrekt nieuwe of goddelijke werd charisma door Weber beschreven als een «revolutionaire» macht die hechte structuren kan doorbreken.

Omdat charisma een buitenalledaags karakter bezit, is het radicaal tegengesteld aan de twee andere vormen van legitiem gezag – rationaliteit en traditie – aangezien deze verbonden zijn met hechte structuren en met vaste regels en wetten. Charismatisch gezag daarentegen is emotioneel, irrationeel en spontaan.

De parallellen met Pim Fortuyn springen in het oog. Het minste wat je van hem kunt zeggen is dat hij uitstraling had. Om met het belangrijkste te beginnen: ook bij het verschijnsel Fortuyn was sprake van een sterk geloof. Dit gold zowel voor het geloof en de onmiskenbare missie van Fortuyn zelf om in Nederland radicale veranderingen door te voeren, als voor een deel van de Nederlandse bevolking dat in Fortuyn niet minder dan een verlosser van zijn problemen zag. Aan Fortuyn werden eigenschappen toegeschreven die – à la Weber – raakten aan het buitenalledaagse. Fortuyn was in de ogen van velen een held, die eindelijk wat zou kunnen doen aan de problemen die door het politieke establishment in Den Haag niet werden gezien of gehoord. Het charisma van Fortuyn stond haaks op de als dor, saai en formeel ervaren alledaagse politiek. Fortuyn zei waar het op stond en sprak niet de ambtelijke taal van Den Haag. Hij presenteerde zichzelf als een leider die kant-en-klare oplossingen zei te hebben voor ingewikkelde problemen – daar waar de zittende politici er het levende bewijs van waren hoe gecompliceerd de politiek en hoe weinig maakbaar de samenleving is. Zijn lef, humor en duidelijke taal spraken veel meer aan dan de droge zakelijkheid van iemand als Ad Melkert. Hoe competent deze vakinhoudelijk op vele terreinen misschien ook was, hij wilde maar niet tot de verbeelding spreken en het hart van de mensen raken. Fortuyn deed dat wél: ook dat hoort bij charismatisch leiderschap.

Daarbij gaat het zowel om de vorm als om de inhoud. Fortuyn doorbrak de conventies in de politiek en was onalledaags in zijn gedrag. Zijn openlijk beleden homoseksualiteit is slechts één voorbeeld. Televisie kijkend Nederland smulde van zijn optreden. Inhoudelijk bezien vormt de kern van zijn enorme succes naar mijn mening dat hij openlijk en onomwonden het probleem van de integratie van de allochtonen in de Nederlandse samenleving aan de kaak stelde. Veel Nederlanders hadden het gevoel dat er eindelijk iemand was die de waarheid durfde te vertellen over «het multiculturele drama», dat in hun ogen veel te lang was ontkend door het als «politiek correct» ervaren Haagse establishment.

Daar kwam nog bij dat het geloof in «de» politiek onder Paars II toch al ernstige deuken had opgelopen door wat een tijdgenoot en vriend van Weber, de Duitse socioloog Robert Michels, in 1911 een «ijzeren wet» heeft genoemd: het democratisch partijwezen valt onvermijdelijk ten prooi aan «oligarchisering». Daarmee wilde hij zeggen dat de leiders in een politieke partij zich met alle middelen proberen te handhaven en in de loop van de tijd conservatief worden. Zo ontstaat een partij-elite die ver van het volk af staat en nog slechts oog heeft voor haar eigen belangen.

Dat was exact de aanklacht tegen Paars: het is een elitaire club die ver af staat van de «echte» wereld en niet weet wat daar speelt. Wat er ook gebeurt, en hoeveel slechte resultaten ze ook boeken (zoals in de gezondheidszorg, het onderwijs of het openbaar vervoer), aftreden doen ze toch niet, daarvoor hechten ze te veel aan het pluche. Hetzelfde gold overigens voor de lokale politiek (zie de rampen van Enschede en Volendam). Dat alles heeft de geloofwaardigheid van de politiek en het vertrouwen in de overheid niet vergroot. Fortuyn kon in dat vacuüm springen.

Maar was er in Nederland wel echt sprake van een crisis tijdens de opkomst van Fortuyn? Een belangrijk element in Webers charisma- theorie is namelijk dat charismatische leiders optreden in ongewone situaties en in tijden van crisis: in tijden van psychische, fysieke, economische, ethische, religieuze en politieke nood. Een duidelijk voorbeeld van zo’n situatie was Duitsland direct na de verloren Eerste Wereld oorlog, toen Weber, niet toevallig, een deel van zijn charisma-theorie ontwikkelde: een periode van jarenlange politieke, economische en geestelijke verwarring en chaos, en bijna burgeroorlogachtige toestanden met vele politieke moorden.

Die periode is beslist onvergelijkbaar met Nederland anno 2001/02. Nederland was rijker dan ooit. Ook was er op dat moment niet echt sprake van politieke instabiliteit. Natuurlijk was er veel kritiek mogelijk – met name op de integratie van minderheden – en was het de kracht van Fortuyn dat hij een stem gaf aan de onvrede van een deel van de bevolking. Maar een echt diepgaande crisis, zoals Weber dat bedoelde met bijvoorbeeld oorlogssituaties, burgeroorlogen, religieuze crises? Het leek er nauwelijks op.

Toch heeft Fortuyn, precies volgens Webers theorie, vaste structuren doorbroken en in Nederland een ware politieke aardschok veroorzaakt. De «opstand der burgers» blijft. In Nederland en Europa.

Met het oog op het verschijnsel Fortuyn is Webers theorie over de «veralledaagsing» («Veralltäglichung») van het charisma misschien nog interessanter dan de theorie over charisma zelf – juist vanwege de voorspellende waarde die deze bleek te hebben voor de ontwikkelingen na de moord op Fortuyn.

Kort gezegd komt deze theorie erop neer dat de charismatische leider, en zeker zijn volgelingen, op den duur verlangen dat het charisma (lees: het oorspronkelijke gedachtegoed) wordt omgezet in een meer duurzaam bezit. Vooral na de dood van een charismatisch leider treedt het mechanisme van veralledaagsing in werking. Dat wil zeggen dat na het verdwijnen van de oorspronkelijke vonk het nuchtere, alledaagse leven na verloop van tijd zijn vooral economische eisen stelt, bijvoorbeeld in de vorm van gegarandeerde inkomsten. De drijfkrachten achter deze verandering van het charismatisch gezag in een andere vorm van gezag zijn volgens Weber de belangen van de leden van de charismatische beweging en vooral van de bestuursstaf. Deze belangen kunnen, wanneer het oorspronkelijke enthousiasme voorbij is, de nog zuivere en buitenalledaagse ideeën van de charismatische leider in geïnstitutionaliseerde vorm – bijvoorbeeld in een politieke partij – van karakter doen veranderen of ombuigen. Zo kan het revolutionaire karakter van het charisma volgens Weber in zijn tegendeel verkeren en plaatsmaken voor een rotsvaste en heilige traditie. Uit de charismatische beweging van een profeet kan een kerk of sekte ontstaan, uit de volgelingen van een kunstenaar een academie, enzovoort. En daarmee komen er priesters, leraren, gedisciplineerde soldaten, uitgevers, contributie betalende leden en vooral: ambtenaren.

Hoe kan men deze theorie vertalen naar Fortuyn en wat er na zijn dood is gebeurd? Fortuyn was de flamboyante figuur die van buiten de politiek kwam en in de loop van de tijd een politieke beweging om zich heen heeft gecreëerd. Hij was de natuurlijke, buitenalledaagse leider met oorspronkelijke ideeën, de man met veel «geest», met vuur en enthousiasme. Van belang is dat deze ideeën nog niet geconfronteerd waren met de nuchtere politieke praktijk van alledag. Met enige ironie zou men kunnen zeggen dat dit misschien wel Fortuyns redding is geweest. Kritiek uitoefenen is namelijk iets anders dan een slagvaardig politiek en economisch beleid voeren. Ook Berlusconi bijvoorbeeld, de leider van «de zieke man van Europa» (aldus The Economist), moet de laatste tijd steeds meer erkennen hoe taai en gecompliceerd de politiek is. Wanneer Fortuyn niet was vermoord en daadwerkelijk in staat was gesteld politieke verantwoordelijkheid te dragen – in welke vorm ook – was hij onvermijdelijk geconfronteerd met deze harde en weinig buigzame werkelijkheid die zich niet zo makkelijk laat voegen naar een aantal betrekkelijk eenvoudig geformuleerde ideeën. Zeer waarschijnlijk was na verloop van tijd een veralledaagsing en ontnuchtering van zijn charisma opgetreden. Niet alleen moet iedere beroepspoliticus zich taaie, zeer alledaagse dossierkennis eigen maken – niet Fortuyns sterkste kant – maar ook zouden de ongetwijfeld harde aanvaringen van zijn ideeën met de nuchtere politieke en economische realiteit de glans van zijn charisma verminderd hebben.

Daarnaast is er nog een ander belangrijk punt. Het emotionele en spontane karakter van charismatisch gezag blijkt ook uit het feit dat er aanvankelijk geen vervlechting is met de alledaagse economie, omdat, volgens Webers theorie, de charismatische leider en zijn volgelingen leven van bijvoorbeeld schenkingen. In de stormachtige beginfase is er nog geen sprake van de mogelijkheid tot carrière, omdat iedere vorm van formele of al langer bestaande hiërarchie ontbreekt. Dat was ook in de beginfase van Fortuyn zichtbaar: er was een aantal rijke ondernemers die hem financieel ondersteunden, en een vaste rangorde in de partij ontbrak. Er heerste vooral charismatische chaos. Maar op het moment dat de LPF daadwerkelijk een grote politieke partij leek te gaan worden, trok deze ook mensen naar zich toe die hoopten een functie binnen de partij te bekleden en zo hun eigen belangen te kunnen behartigen. Het charismatisch leiderschap van Fortuyn stond hier tegenover de vaak minder ideële bevlogenheid en de vooral materiële belangen van baantjesjagers.

Dit was al een probleem toen Fortuyn nog leefde. Hij zelf constateerde dat overigens ook met zorg. Maar toen na de moord het bindmiddel van de beweging wegviel, sloeg de complete ontnuchtering toe. Alweer: conform de theorie van Max Weber. De LPF viel ten prooi aan ruzie, achterklap, chaos en vooral ordinaire belangenstrijd. De partij werd na de verkiezingen vertegenwoordigd en bestuurd door mensen die, op z’n zachtst gezegd, niet rijkelijk gezegend waren met bestuurlijke en politieke kwaliteiten en ervaring. Maandenlang rolden politici en bestuurders van de LPF vechtend over straat, waarbij vooral Winnie de Jong zich liet gelden als de vleesgeworden rancune én onnozelheid. Zo ontstonden «de puinhopen van de LPF», die het gedachtegoed van Fortuyn zelf aan het zicht onttrokken.

Maar zijn erfenis is er nog steeds. Het grote onbehagen zeker ook. Na de politieke revolutie van Fortuyn is het onbehagen alleen maar gegroeid. Te midden van de huidige chaos in een stuurloos en verdeeld Nederland is er waarschijnlijk meer dan ooit behoefte aan inspirerend en overtuigend leiderschap. Leiderschap dat de richting wijst, overtuigt en (op tijd!) aan de bevolking weet uit te leggen waarom een betreffende koers is ingeslagen. De laatste jaren is onder Balkenende duidelijk geworden dat dit blijkbaar niet is gelukt. Op het allerlaatste moment folderen bleek niet de oplossing.

De aantrekkingskracht van Fortuyn was dat hij met zijn directe stijl en zijn goed gekozen thema’s, zoals integratie, de kloof tussen burger en politiek wist te dichten. Daarnaast moet, meer in het algemeen en los van zijn inhoudelijke ideeën, de personificatie van de politiek genoemd worden. Met de ontzuiling van de Nederlandse samenleving stemmen Nederlandse burgers steeds minder op partijen en steeds meer op personen. Partijen zijn minder ideologisch geworden en er komen steeds meer zwevende kiezers die per verkiezing bepalen door wie ze zich het meest aangesproken voelen. Ze zijn op drift geraakt en daarom kan charisma zo’n belangrijke rol spelen.

Het recente echec van het referendum over de Europese grondwet kan vanuit dit perspectief worden bezien. Leuk of niet, politiek is ook een kwestie van emotie en geloof. Misschien dragen de meeste mensen Europa nog wel een warm hart toe – al moet dat niet overdreven worden – voor de Europese Unie geldt dat niet of nauwelijks. De EU wordt vooral gezien als een complex technisch-economisch en bureaucratisch apparaat dat over de hoofden van de mensen heen bestuurt en geen enkele emotionele waarde heeft – of beter gezegd: vooral negatieve emoties oproept. Voor de ondoorzichtige instituties en politieke organen van de EU is, blijkens de felle reacties en discussies van de laatste weken, volgens velen vooral wantrouwen op zijn plaats.

Of dat terecht is of niet en of het in het referendum eigenlijk niet om heel andere zaken ging, is een andere vraag. Waarschijnlijk heeft meegespeeld dat voor menigeen de grondwet of de Europese Unie aan geen enkel concreet gezicht van een politicus van vlees en bloed gekoppeld kon worden waarmee men zich verbonden of door wie men zich vertegenwoordigd voelde. Een nee tegen de Europese grondwet was daarmee ook een proteststem tegen een schimmige en abstracte, gezichts loze politiek-bureaucratische elite die men blijkbaar niet vertrouwt. Het charisma van Europa is ver te zoeken.