Media

Verbale oorlog

Nu Barack Obama de verplichte ziektekostenverzekering door het Congres en de Senaat heeft weten te loodsen, resteert een diep gevoel van onbehagen over de manier waarop in de VS vandaag de dag politiek wordt bedreven. Wie denkt dat het er in Nederland heftig aan toe gaat, verschiet van kleur bij een rondgang langs Amerikaanse media en websites. Wordt Sarah Palin op blogs neergezet als een ‘lipstick fascist’ en een 'drunk fucking redneck’, als je 'Obama’ en 'communist’, 'socialist’ of gerelateerde adjectieven intypt, dan levert de zoekmachine miljoenen vlammende artikelen, beeldmontages, spotprenten, scheldkanonnades en blogs met de onwaarschijnlijkste beschuldigingen. Zo wordt hij op sommige sites neergezet als een 'foreign-born Nazi Socialist Communist Muslim’ - waarop lezers verontrust vragen of die combinatie werkelijk mogelijk is.
Nu hebben de VS een lange traditie van verbaal politiek geweld. De president aan wie Obama zich graag spiegelt, Roosevelt, werd in de jaren dertig vanwege zijn New Deal in eigen land graag vergeleken met Hitler, Mussolini en, uiteraard, Josef Stalin. En er zijn heel wat Amerikanen die dat eigenlijk nóg doen. Niettemin lijkt de polarisatie in de media, inclusief het web, scherper dan ooit: in plaats van te debatteren worden er alleen nog maar one way-meningen geventileerd.
De onverkwikkelijke polemieken rond de invoering van de ziektekostenverzekering lijken te bevestigen wat de scherpzinnige jurist en politicoloog Cass Sunstein bijna tien jaar terug voorspelde in zijn boek Republic.com, onlangs geactualiseerd verschenen als Republic.com 2.0. Steeds meer mensen gebruiken uitsluitend gelijkgestemde informatiebronnen. De media, aldus Sunstein, vormen geen vrije 'marktplaats van ideeën’, waar mensen zich laven aan een overvloed van nieuws en opvattingen en met elkaar in debat gaan, zoals de profeten van het digitale paradijs voorspelden. Integendeel, door de rijkdom aan informatie en de nieuwe technologie, zoals weblogs, e-mailabonnementen en rss-feeds, kunnen burgers 'een ideologisch exclusieve Daily Me’ te creëren, 'informatiecocons’, 'echokamers’ waar je je kunt afsluiten voor onwelgevallige feiten en opvattingen.
Volgens Sunstein tast de radicale segmentering in mediaconsumptie de democratie in het hart aan. Een werkbare politieke democratie veronderstelt immers een publieke sfeer waarin burgers mét elkaar, in een open debat, tot besluiten komen. Daar is steeds minder sprake van: de veelheid aan mediakanalen en - vooral - het internet leiden eerder tot groeiende polarisatie, verwijdering en radicalisering, oftewel: tot het einde van het open publieke debat.
Het is precies deze tendens die de atmosfeer rond de plannen voor de hervorming van de gezondheidszorg leek te vergiftigen. Van open discussies was geen sprake meer, het land stortte zich blind in een even felle als vruchteloze meningenstrijd.
De ironie wil dat Sunstein inmiddels ook zelf mikpunt is geworden van niet-aflatende onverkwikkelijke campagnes. De uiterst productieve en ambitieuze jurist is een vertrouweling van Obama en geldt als een van de intellectuele architecten van diens beleid. Hij was het die in 2004 pleitte voor een nieuwe Bill of Rights, in de geest van Roosevelt, waarin het recht op opvoeding, gezondheidszorg, huisvesting en bescherming tegen monopolies voor alle burgers zou worden vastgelegd.
Obama en Sunstein kennen elkaar vanaf de jaren tachtig, van de rechtenfaculteit van de Universiteit van Chicago. Bij zijn aantreden gaf Obama aan zijn vroegere collega te willen benoemen tot directeur van het White House Office of Information and Regulatory Affairs - een besluit dat ruim een half jaar werd opgehouden door conservatieve senatoren die hem wilden beschadigen. Sunstein werd afwisselend neergezet als liberaal, nazi en 'idiote communist’ en 'verrader van de Amerikaanse constitutie’. Dat zijn wortels niet in het socialisme of andere linkse, Europese politieke stromingen liggen maar in zuiver Angelsaksische filosofische tradities als het radicale utilitarisme, liberalisme en pragmatisme gaat daarbij geheel verloren.
De politiek-theoretische achtergronden van Sunstein werpen een ander licht op de op het eerste gezicht verrassende combinaties in zijn denken. Hij laat klassieke ideeën over een terughoudende overheid samenvloeien met radicaal-liberale hervormingsopvattingen in de geest van Bentham en Mill en een gedreven pleidooi voor toepassing van inzichten uit de psychologie in het overheidsbeleid, in wat hij aanduidt als libertarian paternalism. Zijn verdediging van de doodstraf en het recht op wapenbezit sluit naadloos aan bij deze traditie, maar evenzeer zijn pleidooi voor invoering van dierenrechten en afschaffing van het wettelijk huwelijk.
Het welhaast hysterische karakter van de politieke strijd ontneemt het publiek niet alleen ieder zicht op dit soort nuances en gelaagdheden, maar dreigt de VS bovendien te storten in een permanente staat van verbale burgeroorlog.