Verbeelding

Eén klik op een hashtag en je bent gezien. Met een noodvaart donder je het konijnenhol in. Een opkomende keelpijn en plots is daar de zekerheid dat je laatste uur geslagen heeft. Free the people?

De dag was nog wel zo voortvarend begonnen. Ik had zelfs het een en ander geleerd. Iets over het oerknalletje op 4Chan dat zou uitgroeien tot QAnon, bijvoorbeeld. Het onvolprezen Reply All wijdde een aflevering aan de oorsprong van de complottheorie die, als we de mainstream media tenminste mogen geloven, als een golf over de wereld spoelt. En zo ging het eigenlijk de hele dag door. Ik pikte zo links en rechts wat dingen op. Betrouwbare informatie in hapklare bouwsteentjes waarmee gestaag verder kon worden geknutseld aan mijn alleszins redelijke, min of meer coherente wereldbeeld.

Maar één klik op een hashtag en je bent gezien. Met een noodvaart donder je het konijnenhol in. Hoewel, was er niet al eerder op de dag iets aan het wankelen gebracht?

De computer had geprobeerd me naar Tilburg te sturen, maar na wat geduld aan de telefoon kon ik nu, twee dagen later, toch terecht in een omgekatte parkeergarage op hemelsbreed vier kilometer van mijn huis. Parkeergarages waarin het daglicht vanuit alle windrichtingen naar binnen valt, waar je ogen nooit echt aan het duister kunnen wennen en daardoor al het niet nabije silhouet blijft, zijn hoe dan ook onbehaaglijke plekken, maar als er witte partytenten staan opgesteld alsof het een crime scene is en er gemaskerde wezens in beschermende pakken rondlopen, voel je opeens hoe verschrikkelijk ver je in een paar minuten tijd bent afgedreven van de vertrouwde werkelijkheid.

Je was gewaarschuwd, natuurlijk. Het was heel naar, hadden ze gezegd. Erger dan bevallen, beweerde een enkeling zelfs. En dat schijnt, als we de mainstream media mogen geloven, toch echt heel heftig te zijn.

Stokje in de keel. Niet kokhalzen, je bent een volwassen vent. Stokje in de neus. Niet bewegen, anders val je misschien ter plekke dood neer. Het gevoel te zijn aangeraakt op een plek die daarvoor niet is bestemd. Je hoofd schudden om dat gevoel kwijt te raken en daarbij uitgelachen worden door de twee vrouwen die het onderzoek uitvoeren. Vergeefs blijven schudden, dan ook een lachstuip krijgen. Je inhouden, niet zeggen: ben ik nu gechipt? Ik stel alleen maar vragen. Wel zeggen: dat viel reuze mee. Hartelijk dank en een fijne dag. Wegrijden en beseffen dat het de laatste zonnige dag van het jaar kan zijn en je gezonder voelen dan je in weken deed.

Ik scrolde en scrolde en voelde mezelf met de minuut dommer worden

Dat is het gedoe met onze verbeelding. Het is al gauw te veel of te weinig. Onmogelijk je voor te stellen dat je ziek zou kunnen worden. Een opkomende keelpijn en plots is daar de zekerheid dat je laatste uur geslagen heeft.

Er was nog niet zo veel te zien toen ik op #ikdoenietmeermee klikte. Een kleine tweehonderd berichten van een handvol influencers, een soort generieke BN’ers, die ervoor uitkwamen zich geen voorstelling te kunnen maken van dat wat hun eigen leven alleen in de vorm van preventieve maatregelen leek te raken. De mannen hebben allemaal dezelfde uit New Brutalism-beton opgetrokken kaaklijn en ogen die permanent niet-begrijpend naar een lege parkeerplek lijken te kijken. De vrouwen zien er allemaal uit alsof ze in Leiden onder Paul Cliteur zouden kunnen promoveren in de rechten. ‘Alleen samen krijgen wij de overheid onder controle. Ik doe niet meer mee. Free the people’, zei de een na de ander met het soort overtuigingskracht waarmee verder alleen tv-monteurs eenzame huisvrouwen tot geslachtsgemeenschap weten te verleiden.

Ik scrolde en scrolde en voelde mezelf met de minuut dommer worden. Het was niet de werkelijkheid die ingewikkelder bleek dan gedacht, het was mijn vermogen er nog kaas van te maken dat dodelijk getroffen ineenzeeg. Alsof de race to the bottom of the brain stem waarin sociale media verwikkeld zijn eindelijk zijn ontknoping naderde.

Toen ik met een luide plop mijn hoofd terugtrok uit het konijnenhol was ik net op tijd om te zien hoe elders in mijn bubbel iets anders ontplofte. Iemand had iets gezegd over een documentaire en daarbij het woord erotics laten vallen. Het mannenkoor hief bij het horen van dat woord meteen de kraker ‘daar moet een piemel in’ aan, maar de stemming sloeg om toen bleek dat het om de band tussen een man en een octopus ging.

‘The Social Dilemma is so dumb it’s like a cat made it’, twitterde iemand en ik knikte hartgrondig instemmend naar mijn scherm. Een prima introductie op technologiekritiek – ‘Alleen samen krijgen wij de techindustrie onder controle. Ik doe niet meer mee. Free the people’ – maar in alle andere opzichten intellectueel ontstellend armoedig. Slechts twee dingen waren me bijgebleven. Het beeld van Poetin, zonder enige twijfel de allersnoodste man op aarde, die een trap op liep terwijl twee wachten aan weerszijden hun hoofd tot in een onmogelijke positie meedraaiden, en een shot van een dozijn Rohingya-kinderen onder doeken. Dat laatste omdat ik me onwillekeurig afvroeg of het een protest was of dat ze dood waren. Waarom zijn voor de hand liggende dingen zo lastig te geloven, simpelweg omdat je niet wil dat ze waar zijn?

De volgende dag bleek Willem Engel, de een-na-allersnoodste man op aarde, achter het influencerprotest te zitten. Mijn gedachten gingen uit naar alle romanciers die zaten te zwoegen op een hysterisch-realistische roman over het coronatijdperk en die aan hun verbeelding iets uitzinnigers moesten zien te ontlokken dan een gesjeesde promovendus met dreadlocks en een Braziliaanse dansschool die via een WhatsApp-groep BN’ers uit het voorraadkastje aanstuurt in de hoop de regering tot aftreden te dwingen en het volk te bevrijden.