Economie

Verbeeldings­killer

Op 1 maart is het weer zover: het Centraal Planbureau (CPB) presenteert zijn doorrekening van de verkiezingsprogramma’s. Net als de vorige keren doen alle grote partijen mee. Ook de SP, ook al twijfelt die partij al jaren aan nut en noodzaak ervan, en heeft ze de vorige keer geprobeerd samen met GroenLinks en de PvdA het CPB te boycotten. Alleen kleinere partijen als de Partij voor de Dieren, Bij1, Forum voor Democratie en, als enige grote, de PVV weigeren om door de econometrische hakselaar van het CPB te gaan.

Het levert de bekende, slaapverwekkende taferelen tijdens verkiezingsdebatten op. Lijsttrekkers die elkaar aftroeven met volkomen illusoire cijfers in de verre toekomst (2045!) en die, uiteraard, volledig het gevolg zijn van de unieke beleidsmix die het partijkader, in de maanden ervoor, in nauwe samenspraak met de economen van het CPB in het verkiezingsprogramma heeft weten te werken. En dat in antwoord op vragen van presentatoren die het vuistdikke Keuzes in kaart, zoals het boekwerk heet waarin het CPB zijn bevindingen optekent, als wijwater hebben opgelepeld.

De rol van het CPB is ongekend. In de meeste ons omringende landen is het rekenwerk in handen van ambtenaren van ministeries van Financiën die partijen een grove inschatting geven van de economische effecten van hun plannen. In houtskool, niet met twee cijfers achter de komma zoals het CPB doet. En als er externe denktanks aan te pas komen, zoals in Duitsland, is er geen monopolie maar strijden er maar liefst vijf om de eer.

De gevolgen van dit monopolie zijn groot. Niet alleen omdat de uitspraken van het CPB zijn gebaseerd op modellen waarop steeds meer kritiek klinkt. Niet alleen omdat ze allerlei normatieve keuzes bevatten. En niet alleen omdat de voorspellingen van het CPB over groei, werkgelegenheid, tekorten en schuld daardoor matig zijn: goed als iedereen het kan, en flink mis als niemand het kan.

Maar vooral omdat het leidt tot wat je ‘sacralisering’ van expertkennis zou kunnen noemen. Als de expert spreekt, zwijgt de demos. Daarmee verdwijnt uit beeld dat expertkennis altijd betwistbaar is. Om met de wetenschapsfilosoof Karl Popper te spreken: wetenschappelijke kennis is altijd feilbaar, is altijd alleen maar tijdelijk ‘waar’, bestaat altijd uit hypothesen, en is dus altijd onderhevig aan weerleggingen en herroepingen – en behoort dat ook te zijn.

De econometrische modellen van het CPB: funest voor democratie

In een democratie is het van groot belang dat burgers dat weten. En dat er in het publieke debat dus meerdere scholen van experts aan het woord komen. En dat politici en journalisten dus verschillende experts afkomstig uit verschillende scholen tegen elkaar kunnen uitspelen.

Dat gebeurt niet met economisch beleid. En ook niet – moet ik helaas zeggen – met de coronamaatregelen. Als tegenstemmen worden gesmoord, leven we niet langer in een democratie maar in een econocratie (of medicocratie). Dan zijn burgers overgeleverd aan hyperspecialistische technocraten, die monomaan streven naar economische groei (of verlagen van ‘R’) zonder te kijken naar de gevolgen voor welzijn en milieu.

Het belangrijkste gevolg is echter depolitisering. Voorstanders van het CPB wijzen erop dat de doorrekening van partijprogramma’s de politiek ‘rationaliseert’. Dat het gedeelde probleemdiagnoses ‘afdwingt’. Dat het tot budgettaire controle op politieke wensen en dus tot beter beleid leidt. Dat het politici ‘disciplineert’ die zijn gegijzeld door deelbelangen.

Voor de democratie is het funest. Het verschraalt het politieke debat doordat alle deelnemende partijen dezelfde probleemdiagnose stellen en hun oplossingen allemaal uit dezelfde nauwe bandbreedte hebben gehaald die de econometrische modellen van het CPB open laten. Daardoor zijn ze, om met de Rotterdamse socioloog Willem Schinkel te spreken, allemaal varianten op D66 geworden. Het doodt de politieke verbeelding, die juist in periodes van crisis nodig is om andere wegen in te slaan.

Programmatisch hebben we daardoor nauwelijks iets te kiezen. En daarmee hebben de gevestigde belangen niets te vrezen van een wisseling van de macht: politici van door het CPB goedgekeurde partijen zijn inwisselbaar. Of er nu een sociaal-democraat, christen-democraat, een conservatief of een sociaal-liberaal in het Torentje zit, het jargon, de stijl, het uiterlijk en het beleid zijn hetzelfde. Alleen de retoriek verschilt.

Denk daaraan als u straks tijdens verkiezingsdebatten de ene na de andere lijsttrekker half verteerde economische cijfers hoort opboeren die allemaal uit de koker van verbeeldingskiller CPB komen.