Met name fijnsparren vallen ten prooi aan de letterzetter. Lage Vuurzsche, 29 juni 2020 © ANP / Hollandse Hoogte / Sander Koning

De beste technologie om klimaatverandering tegen te gaan is nog steeds het planten van een boom. Bomen leggen koolstof vast, in hun cellen en in de grond, ze brengen verkoeling en ze zijn ook nog eens een wapen in de strijd om het behoud van soorten. Bomen groeien vanzelf, ze leveren economische waarde en ze zijn gezond voor de mens. Win-win-win dus.

Het is dus cruciaal dat de wereld de trend van de ontbossing gaat omkeren, zoals de leiders deze week beloofden. In een wereld die steeds warmer wordt, kunnen we het niet maken om nog langer schade te berokkenen aan de ‘longen van de aarde’. Het slechte nieuws was dat deze belofte in 2014 ook al is gedaan, zonder resultaat. Het goede nieuws was dat nu ook de landen met veel bos meetekenden, zoals Brazilië, Congo, Rusland en Indonesië. Er is miljarden aan hulp beloofd.

Nederland heeft zelf ook een prachtige ambitie als het gaat om bosuitbreiding. Vorig jaar werd afgesproken dat het Nederlandse bos in tien jaar tijd met een tiende moet worden uitgebreid. Er moet maar liefst 37.000 hectare bij komen, nog los van 50.000 hectare aan houtwallen, boomweiden en andere landschapselementen.

Het lastige met zo’n doelstelling is natuurlijk dat de overheid Nederland niet is. Grond is van heel veel verschillende partijen: overheden, bedrijven en particulieren, en je kunt niet even van bovenaf bepalen wat zij met hun grond moeten doen. De druk vanuit de landbouw en vanuit de stad is enorm. Niemand is tegen meer bos, iedereen applaudisseert. Maar wie gaat het doen? En met welk geld?

Aan Gert van den Oetelaar zal het in elk geval niet liggen. Zijn baan is namelijk bosuitbreider. Namens ARK Natuurontwikkeling, met geld van de provincie Noord-Brabant, drinkt hij koffie bij boeren en ambtenaren en probeert hij slim kavels te ruilen en te kopen om het Groene Woud bij Boxtel te vergroten. ‘Kijk, dit was tot voor kort een weiland’, zegt hij, met zijn voeten in een plas water. ‘We hebben hier fladderiepen aangeplant, want die groeien snel en zorgen zo voor een goed bosklimaat.’

Er is nog heel veel ruimte voor bos in het zogenaamde Natuur Netwerk Nederland (NNN), zegt hij. Dat is het gebied dat is aangewezen om natuur te worden. ‘Maar een groot deel daarvan is nog steeds niet gerealiseerd, omdat het nog eigendom van boeren is bijvoorbeeld. Daar is dus uitbreiding van het bos mogelijk!’ Daar moet je wel moeite voor doen. ‘Toen ik begon, was er niet één hectare te koop. Maar ik stap gewoon naar boeren en ik vraag wat ze ervoor willen hebben. Soms is dat geld, soms is dat betere grond en willen ze percelen ruilen.’ Dat lukt hier in Brabant omdat het voor boeren helemaal niet zo’n makkelijk gebied is, het is veel te nat. ‘Van de twintig boeren die hier zaten, wilden er negentien grond verkopen.’

Een deel van de nieuwe aanplant moet buiten het NNN geschieden. En daarom zijn allerlei partijen, van Staatsbosbeheer tot Trees For All en van landschapsbeheerders tot boeren, bezig om stukjes grond te zoeken die ze kunnen omzetten in bos. Toch gaan al die initiatieven samen nog maar om enkele honderden hectaren bos per jaar.

Nieuw bos kost heel veel geld. Aankoop van landbouwgrond, aanplant en verzorging kost maar liefst 70.000 euro per hectare. Als we serieus meer bos in Nederland willen, moet wel iemand een pot geld opentrekken.

Van den Oetelaar lacht hier hard om: ‘Geld kan geen probleem zijn! Er is niks zo van elastiek als geld. Ik ben wethouder geweest en weet hoeveel overheden op de bank hebben staan. Het begint met willen. Als de wil er is, dan is het mogelijk.’

Maar het bos dat we al hebben, blijft dat eigenlijk wel staan? Niet iedereen is daar zo zeker van. Want precies de klimaatverandering die we aan het bestrijden zijn, ondermijnt ondertussen het bestaande bos. Er voltrekt zich een ware natuurramp, volgens bosbeheerders, niet in Californië, niet in Australië, maar hier, recht onder onze neus. Zoals hier, op de Utrechtse Heuvelrug net buiten Bilthoven. Een prachtig bos, met afwisselende percelen beuken, eiken en grove dennen. Een zwoele bries met de warme, zoete geur van hars kondigt de overgang naar naaldbos aan. Maar in plaats van donkergroen duister ligt hier een zonovergoten perceel, met bruine, kale stammen waar bijna geen naald meer aan zit. Overal stervende sparren en lariksen, hoe ver je ook kijkt.

De ramp wordt veroorzaakt door de letterzetter, het beruchte kevertje dat in heel Europa al vier keer (!) de oppervlakte van Nederland aan bos heeft kaalgeknaagd. Maar die letterzetter kwam niet alleen. ‘Dit soort plagen krijgen pas een kans door klimaatverandering’, zegt Martijn Boosten van Stichting Probos. ‘Deze boomsoorten staan op de rand van hun klimaatzone. Als het hier warmer en droger wordt, zoals in de afgelopen jaren, raken ze verzwakt, en krijgen allerlei plagen een kans.’

Het probleem is niet dat het bos hier kleiner van wordt, maar wel dat de kwaliteit een enorme knauw krijgt. ‘Er leven honderden diersoorten op één boom. Als belangrijke soorten zoals deze uitvallen, dan wordt het hele ecosysteem zwakker.’ Bijna een tiende van het bos in Nederland bestaat vooral uit spar of lariks en er staat dus veel op het spel. Boosten houdt zijn hart vast voor erger. ‘In Duitsland beginnen ook dennen al ziek te worden. Dennen vormen een derde van het bos in Nederland.’

Terwijl we nieuw bos nodig hebben, moeten we er keihard aan blijven werken om het oude bos in leven te houden en diverser te maken. En zo zien we weer heel duidelijk dat klimaat en biodiversiteit innig met elkaar zijn verstrengeld. Zonder bos geen stabiel klimaat, en zonder stabiel klimaat geen bos.