Verbeter de wereld, eet geen vlees

Waren de eerste mensen nu wel of geen planteneters? En doet het antwoord op die vraag er toe? Dat was een van de kwesties die tijdens het International Vegetarian Congres, vorige week in Den Haag, aan de orde kwamen. Gastheer was de honderdjarige Nederlandse Vegetariers Bond.

DE AFGELOPEN maanden hingen ze in elke abri: de affiches van het Nederlands Produktschap Vlees waarop stripheld Obelix moedeloos over een bordje groente gebogen zit. ‘Zonder vlees blijf je iets missen’, verduidelijkt de begeleidende tekst.
Het Produktschap probeert met deze campagne het teruggelopen vleesgebruik in Nederland weer wat op te krikken. Dat lijkt echter onbegonnen werk, want er zijn steeds meer consumenten die helemaal niet vinden dat er zonder vlees of vis iets op hun bord ontbreekt. Begin jaren tachtig schommelde het aantal vegetariers in Nederland nog rond de 250 duizend. Volgens een onderzoek uit 1992 loopt het aantal vegetariers in Nederland tegen de 750 duizend personen. En daar komen nog honderdduizenden parttime vegetariers bij, kritische consumenten - vooral vrouwen - die een paar keer per week een vleesloze dag instellen. Vooral de laatste groep groeit sterk.
Van deze tendens hebben tot dusver vooral de producenten van allerlei soorten sojaburgers geprofiteerd. De Nederlandse Vegetariersbond heeft van de onstuimige groei van het vegetarisme nog niet zoveel gemerkt. Het ledental van de bond, die dit jaar honderd jaar bestaat, schommelt al decennia rond de vierduizend. Het imago van de vegetarier als niet- rokende, homeopathisch-antroposofische obscurantist op sandalen maakte de bond jarenlang onaantrekkelijk voor andersdenkenden. Vorig jaar trad er echter een nieuw bestuur aan, dat de bond wil hervormen tot een moderne consumentenorganisatie.
De Nederlandse Vegetariersbond werd opgericht in september 1894 in navolging van de British Vegetarian Society, die al sinds 1847 bestond. In de eerste jaren deed de bond vooral aan directe belangenbehartiging; zo zorgde zij ervoor dat de leden via de bond olijfolie en zuidvruchten konden bestellen. Later kwam de nadruk meer op het propageren van het vegetarisme te liggen. De oprichters waren afkomstig uit dezelfde kringen als de leiders van de in het zelfde jaar opgerichte SDAP: Tolstojanen, vrijdenkers, christen- anarchisten en geheelonthouders. Het vegetarisme was voor veel activisten een echte tegencultuur. Bondsleden waren te vinden bij de Theosofische Vereeniging en in communes als Walden van Frederik van Eeden.
De Vegetariersbond bemoeide zich met alle facetten van het leven; zij was tegenstander van gedwongen vaccinatie, voorstander van de in die tijd opkomende homeopathie en pleitbezorger van zaken als frisse lucht in treincoupes. In tegenstelling tot de SDAP zou de bond nooit tot een massabeweging uitgroeien, maar de organisatie bestaat nog altijd, sinds 1988 zelfs geprofessionaliseerd met een directeur en een kantoor in Hilversum.
De bond zette vorige week het honderdjarig bestaan luister bij door in Den Haag het eenendertigste congres te organiseren van de International Vegetarian Union, de overkoepelende internationale organisatie van vegeta riers, die vijf dagen enthousiast congresseerde over 'de rechten van de natuur’. Op het wereldcongres blijkt hoe universeel het vegetarisme is. De Engelssprekende wereld is ruim vertegenwoordigd, evenals vrijwel alle Europese landen. Daarnaast zijn er gedelegeerden uit Azie aanwezig. Niet ieder van de vierhonderd aanwezigen houdt er dezelfde eetgewoonten op na. Bondsdirecteur Hans van Boven: 'Wij bieden op het congres vier keuzemenu’s. Vegetarisch, veganistisch, alleen rauwkost en het fruitariersdieet - alleen fruit. Zelf vinden wij dat het eten van alleen rauwkost of alleen fruit niet zoveel meer met het vegetarisme te maken heeft, maar als mensen dat graag willen, moet het kunnen.’
Voorzitter Bert de Raaf van de Vegetariersbond werkt als management consultant. Hij werd tien jaar geleden vegetarier. De Raaf: 'Ik had iemand ontmoet die vegetarier was. Dat boeide me. Een paar dagen later vroeg een client of ik een rondleiding wilde door zijn bedrijf. Het bleek om een slachthuis te gaan. Ik heb sindsdien nooit meer vlees aangeraakt.’ Voor anderen gaven medische argumenten de doorslag, zoals het feit dat bepaalde vormen van kanker bij vegetariers statistisch veel minder voorkomen en dat vegetariers een kleinere kans op hart- en vaatziekten hebben. De huidige generatie vegetariers hanteert ook argumenten die betrekking hebben op het milieu. De vleesproduktie brengt de natuur veel schade toe; de mest vervuilt het water en voor de produktie van veevoedsel worden bossen gekapt in de derde wereld. Directeur Van Boven: 'Iemand die elke dag vlees eet, is een grotere vervuiler dan iemand die elke dag in een auto rijdt.’
Een vierde kwestie, het wereldvoedselprobleem, wordt op het congres aan de orde gesteld door milieu-hoogleraar Lucas Reijnders. Zijn stelling luidt dat het wereldvoedselprobleem niet bestond als graanprodukten niet werden verbouwd voor westerse koeien, maar in de derde wereld zelf werden opgegeten.
HET VEGETARISME komt zelden alleen. Een actieve vegetarier is meestal sterk begaan met de wereld en met zichzelf. De eerste georganiseerde vegetariers waren voornamelijk sociaal-liberalen. Er waren ook socialistische vegetariers, die meenden dat socialisme zonder vegetarisme niet mogelijk was - en dat het socialisme een natuurlijk uitvloeisel was van een vegetarische leefwijze.
Tegenwoordig is de georganiseerde vegetarier zeer geinteresseerd in de eigen spirituele groei. Op het congres hebben twee uitgeverijen stands ingericht met boeken van Madame Blavatsky, de kracht van etherische olien en 'de occulte aspecten van de hardrock-muziek’. Aan de advertenties in het bondsblad Leven en Laten Leven te zien, gaat een vegetarisch dieet goed samen met healing, bodywork en andere New-Age-activiteiten.
Het Angelsaksische feministisch-vegetarische gedachtengoed heeft in Nederland echter weinig weerklank. Het feministische vegetarisme gaat ervan uit dat vrouwen en dieren op dezelfde manier worden onderdrukt door manlijke slagers/verkrachters en dat de vegetarische levenswijze uiteindelijk een algemene bevrijding dichterbij zal brengen.
Het blijkt een rode draad die door het vegetarische gedachtengoed geweven is, dit verlangen naar een tijd waarin mens en dier in harmonie met elkaar leven. De idee van de Gouden Tijd, het verloren paradijs, heeft veel vegetarische aanhangers. Om hun verlangen naar het vegetarische verleden wetenschappelijk te onderbouwen, baseren vegetariers zich op bewijsmateriaal uit de biologie en de paleontologie, waaruit zou blijken dat de mens oorspronkelijk een planteneter was.
Tijdens het congres haalt de Nederlandse bioloog en wetenschapsfilosoof Frank Reiss deze mythe van de Gouden Tijd echter volkomen onderuit. Hij is redacteur van het bondsblad en een protagonist van de nieuwe, nuchtere benadering van het vegetarisme. Reiss: 'Als we kijken naar de mensapen met wie wij het meest verwant zijn, dan blijkt dat gorilla’s zich voeden met bladeren, maar chimpansees wel degelijk ook vlees eten. Paleontologisch onderzoek heeft aangetoond dat de eerste mensen omnivoren waren. Maar is het voor ons relevant te weten wat de voedingsgewoonten van de eerste oermensen waren? Nee. Was het leven toen beter? Nee. Het is onjuist terug te willen naar een zogenaamde natuurlijke situatie, toen mens en dier nog in harmonie met elkaar leefden, want er bestaat geen harmonie in de natuur.’
Voor ongeorganiseerde vegetariers zijn deze filosofische kwesties niet bijzonder relevant. De vegetarische tegencultuur is aan hen amper besteed. De moderne, ongeorganiseerde vegetarier rookt, drinkt en rijdt auto. De bond wil de poorten openen voor deze tot dusver ongeorganiseerden. Voorzitter Bert de Raaf: 'Vroeger waren vegetariers aan het evangeliseren. De bondsleden zochten steun bij elkaar, omdat zij zich tegenover de buitenwereld moesten verdedigen. Tegenwoordig is het vegetarisme geaccepteerd. De vegetarier is ook individualistischer ingesteld dan vroeger, heeft geen behoefte aan een zuil.’
De taak van de bond ligt daarom meer op het vlak van de belangenbehartiging, voorlichting en service, aldus De Raaf. Men biedt dit jaar voor de tweede maal in samenwerking met restaurants een vegetarisch kerstdiner aan. De bond heeft een keurmerk voor vegetarische produkten ingesteld, een v-tje in een cirkel. Op het bondskantoor zijn boekjes te koop als De vegetarische gids voor New York. Redacteur Reiss heeft zijn doelgroep helder voor ogen: 'Wij willen ons gaan richten op de Opzij-lezeres, de kritische consument.’
'Het stigma is verdwenen’, meent voorzitter De Raaf. Als jonge manager, goed in het pak, verpersoonlijkt hij de nieuwe vegetarier. 'Tien jaar geleden werd ik nog meewarig bekeken. Als ik met klanten uit eten ging, voelde iedereen zich opgelaten. Mensen konden zich niet voorstellen dat een vegetarier een goede consultant kon zijn. Nu zit iedereen begerig naar mijn eten te kijken omdat dat er zo lekker uitziet.’
De argumenten die vegetariers gebruiken, worden ook door vleeseters opgepikt. Hans van Boven: 'Ook vleeseters zijn veel gevoeliger geworden voor de wreedheid jegens dieren. Bij de slager zie je dat het produktieproces steeds meer achter gesloten deuren plaatsvindt. De vleeseter wil niet langer herinnerd worden aan de herkomst van het vlees. Dat is de eerste stap naar het vegetarier-worden.’