Toneel

Verblijf der gesneuvelden

Toneel: Walhalla door het Zuidelijk Toneel

Wachten helpt. Ik wachtte tot het project van het Zuidelijk Toneel, Walhalla (drie nieuwe toneelteksten over wereldverbeteraars en idealisten, regie: Matthijs Rümke) naar mij toe kwam. In de oude Stork-fabriek, Amsterdam, op wandelafstand van mijn huis. Een toneelruimte (met collegebanken voor het publiek) in een grote hal. De ruimte geurt als een oriëntaalse keuken, waar hemels eten wordt opgediend. Een plaats voor hardop denken. Na Amsterdam verhuist het project naar een fabriekshal in Hengelo. Ook van Stork. Het woord «walhalla» zocht ik op: «het verblijf der gesneuvelde helden». Germaanse mythologie.

Het project Walhalla (er komen in de komende jaren twee vervolgen, Babylon en Utopia) heeft als onderwerp: idealisten en wereldverbeteraars. In dit eerste deel zijn de idealisten gesneuveld. Ergens aangekomen. Maar waar? Eindstation? Idealist 1 is een psychiatrisch wrak geworden, onderwerp van wetenschappelijk onderzoek. Hij zit in feite in de verpleging. Idealist 2 heeft een daad gesteld: hij heeft zijn geslachtsorgaan afgesneden. Als antwoord aan zelfmoordterroristen. Die hij «watjes» noemt. Hun zelfbedachte hemel met maagden hoont hij op hun fundamentalistische televisiezender. Met zijn geamputeerde lul maakt hij hun hemel tot een karikatuur van elk geloof in ijle lucht. Idealist 3 is een schrijver die voor visionair wordt versleten. Hij wordt bedreigd, ook beschermd door mannen met «oortjes». En hij staat toe dat hij onderwerp wordt van een John-de-Mol-achtige show over de vrijheid van meningsuiting. Dat heet hier anders. Verklap ik niet. Er vallen in ieder geval «Arabieren» binnen.

De drie wereldverbeteraars in Walhalla zijn protagonisten van wat Bertolt Brecht ooit «een negatief model» noemde in toneelvertellingen. Personages die mensen voorstellen die helemaal niks leren van de toestand waarin ze zich bevinden. Ze doen gewoon wat ze menen te moeten doen en kijken niet of nauwelijks achterom. Dat is een intrigerend perspectief in dit project over idealisten en wereldverbeteraars: het verhaal start op het punt waarop ze lijken te falen. Idealist 1 (een tekst van Erik-Ward Geerlings) heet Maatkamer. Hij schokte me het meest en hij raakte me uiteindelijk het minst. Hij schokte me omdat hij ooit leraar was, de idealist pur sang. Hij raakte me niet omdat hij zijn falen etaleert, hij kan niet over zijn eigen schaduw springen. Idealist 2 (in een tekst van Peter de Graef) zwijgt. Hij is een «geval» voor de psychiatrie. De verbijsterden in zijn persoonlijke omgeving kwebbelen er op los, ze hebben vooral gelijk. De idealist komt pas tegen het eind aan het woord. Zijn epiloog is onthutsend. Hij heeft gekeken, hij heeft gezien, hij heeft waargenomen. En hij heeft zíjn beslissing genomen als antwoord op gekken die de wereld willen opblazen. De wereldverbeteraar is een geslachtsloze man geworden. Een verdwaalde hond heeft zijn pik waarschijnlijk opgevreten.

Idealist 3 is een schrijver die met zijn boek De kloof een aanval doet op de democratie. De schrijver lijkt in zijn argumentatie op Pim Fortuyn. Dat is in de mooie tekst van Marijke Schermer (Laat de Arabieren binnen) niet belangrijk. Ze laat de idealist/wereldverbeteraar aan ons zien door de ogen van zijn dochter Alexandra, een meisje van elf dat van haar vader heeft geleerd om almaar vragen te blijven stellen. De vragen van de dochter zijn socratisch slim, ze is een erg goeie leerling. Als er aan het slot veel vragen onbeantwoord blijven, heeft de dochter haar eigen slotgedachten: «De woorden zijn gevangen door de mensen en de mensen zijn gevangen door de woorden. Want de woorden lijken iets te betekenen maar alles wat je vangt doe je te kort. Alles wat vaststaat gaat pijn doen.» Als Matthijs Rümke het toneel wil ombouwen tot een oord van hardop denken – en dat willen hij en zijn ensemble erg graag, dat voel je aan alles in Walhalla – dan doet-ie met dit project een mooie worp.

Walhalla door het Zuidelijk Toneel, nog tot en met zaterdag 13 mei te zien in Stork-fabriek, Amsterdam, vanaf 17 mei tot en met 27 mei te zien in Stork-fabriek, Hengelo. Inlichtingen: www.hetzuidelijktoneel.nl