Verboden de Rode Khmer te ontkennen

Phnom Penh – De Cambodjaanse premier Hun Sen had de vergelijking met de holocaust snel gemaakt. Het is in Europese landen toch strafbaar om te ontkennen dat Hitler miljoenen doden op zijn geweten heeft? Cambodja zou dan ook zo’n wet moeten hebben, maar dan om personen te berechten die misdaden ontkennen die gepleegd werden door de Rode Khmer. De militaire tak van de communistische partij was tussen 1975 en 1979 immers verantwoordelijk voor de dood van naar schatting 1,7 miljoen mensen en de bewijzen daarvoor zijn onweerlegbaar.

Vooral voor mensen die de genocide wisten te overleven, klonk Hun Sens voorstel aanvankelijk als een uitstekend plan. Maar de aanleiding tot het wetsvoorstel blijkt verre van zuiver te zijn. In een radiofragment zou een van de belangrijkste tegenstanders van de premier, oppositieleider Kem Sokha, gezegd hebben dat martelingen en moorden in Tuol Sleng – een naargeestige Rode Khmer-gevangenis die tegenwoordig als museum dient – een verzinsel zijn.

Volgens Sokha zijn de uitspraken volledig uit hun verband gerukt. De oppositieleider sprak namelijk niet zijn eigen gedachten uit, maar citeerde een van de Rode Khmer-leiders, om aan te tonen hoe belangrijk het is dat hun misdaden grondig worden onderzocht. Maar daarmee lijkt de zaak verre van afgedaan. Volgens de premier is Sokha’s massamoordontkenning overduidelijk en moet er een massaal protest komen mocht het oppositielid niet bereid zijn excuses aan te bieden. De premier heeft daarbij de steun van Chum Mey, een van Cambodja’s bekendste genocide-overlevenden en voorzitter van een invloedrijke organisatie voor slacht­offers van de Rode Khmer.

Onafhankelijke analisten en mensenrechtenactivisten wijzen erop hoe absurd de beschuldigingen feitelijk zijn. ‘Ik ben nog nooit iemand tegengekomen die ontkent dat de Rode Khmer genocide heeft gepleegd’, zegt Youk Chhang, directeur van het Documentation Center of Cambodia, dat zich volledig toelegt op het onderzoeken en vastleggen van de gebeurtenissen tussen 1975 en 1979. ‘Wel zijn er meningsverschillen over het hoe en waarom van de genocide, maar dat zouden we als de vrijheid van meningsuiting moeten zien. Een wet als deze is totaal onnodig en belemmert Cambodja juist in zijn ontwikkeling tot een democratisch land.’

De Cambodjaanse premier legt de kritiek naast zich neer. Het wetsvoorstel ligt al klaar en moet alleen nog worden goedgekeurd in het Lagerhuis. Met de overgrote meerderheid van Hun Sens partij daar moet dat snel kunnen. Zeker voor 28 juli, zodat een vermeende genocide-ontkenner als Kem Sokha nog voor de parlementsverkiezingen tot twee jaar de cel in kan.