Duizend schitterende zonnen

Verbogen levens

Khaled Hosseini
Duizend schitterende zonnen
De Bezige Bij, 400 blz., € 19,90

Na het droomsucces van De vliegeraar van Kabul (wereldwijd meer dan vijf miljoen exemplaren verkocht) schreef de Afghaanse Khaled Hosseini Duizend schitterende zonnen. Deze keer verweeft Hosseini de levensverhalen van twee vrouwen, de bedeesde Mariam, die de schande draagt als bastaardkind door het leven te gaan, en de jongere, temperamentvolle Laila, dochter van een assertieve vrouw en een zachtaardige, intellectuele leraar. Na de zelfmoord van haar moeder wordt Mariam uitgehuwelijkt aan de schoenmaker Rasheed. Wanneer Laila’s ouders omkomen bij een aanslag wordt Laila door Mariam en Rasheed opgevangen. Rasheed wil met haar trouwen en Laila, die net gehoord heeft dat haar grote liefde is omgekomen en zijn baby draagt, stemt in zonder te aarzelen. Ze baart een dochter, Aziza, en laat iedereen geloven dat het Rasheeds kind is.

Net als in De vliegeraar van Kabul wordt het verhaal met ogenschijnlijk gemak neergezet. Die simpelheid is schijn, hier is duidelijk een rasverteller aan het woord. De taal is doeltreffend en zonder opsmuk, de zinnen vloeien. Maar toch, zo nu en dan bekruipt je het gevoel dat het té makkelijk is, een maniertje bijna. Het is soms alsof je de schrijver aan het werk ziet. Was het een film, dan zou je zeggen dat de regisseur af en toe in beeld is. Ter illustratie: je leest het verhaal van de jonge Laila die in de straat woont bij Mariam, ze kennen elkaar dan nog niet. Laila ziet een Mercedes bij het huis van Rasheed en Mariam staan. De lezer weet dat dat de auto is van Mariams vader, die haar uit Herat verstoten heeft. Later kom je erachter wat die scène betekent. Een simpele vooruitwijzing waar de roman vol mee zit en die het verhaal voorstuwt. Doeltreffend, maar weinig subtiel. Bovendien heeft de plot een minder schokkend karakter dan in De vliegeraar van Kabul, wat nu juist de kracht van dat boek was. Het draaide om verraad en een niet weg te wassen schuldgevoel. Er was een geheim dat weer een heel nieuwe slinger aan het verhaal gaf. Ook in deze roman duikt een verrassing op waardoor de kaarten opnieuw worden verdeeld, maar echt spectaculair wordt het niet.

En ook nu draait het om de manier waarop mensenlevens verbogen worden door de ramvaste culturele codes in Afghanistan. De voornaamste code waar het in Duizend schitterende zonnen om gaat is dat een vrouw weinig tot niks waard is. Dit gold vooral maar zeker niet alleen ten tijde van de Taliban, de periode die een deel van het verhaal beslaat. De twee vrouwen hebben karakters die van elkaar verschillen als dag en nacht, waardoor het vrouwelijk verzet tegen de onderdrukking tweestemmig vertolkt wordt. Mariam, die al niet geboren had mogen worden, draagt haar lijden in stilte. Laila, gevoed door de verwachtingsvolle liefde van haar vader die wilde dat ze zou gaan studeren, zoekt de strijd op. Zij is degene die regelmatig buiten bewustzijn wordt geslagen. Een grimmige wending is dat Mariam uiteindelijk de meest gewelddadige daad pleegt.

Misschien is de beschrijving van het geweld een van de belangrijkste verdiensten van deze roman, en met name de terloopsheid waarmee dit beschreven wordt. De gewelddadigheden van het grote verhaal (de bezetting door de sovjets, de burgeroorlog, de Taliban, de Amerikaanse inval) sijpelen volkomen natuurlijk door in het kleine verhaal. Ook de manier waarop geweld van generatie op generatie wordt doorgegeven omdat mensen gevangen lijken te zitten in erecodes die hen dwingen tegen hun gevoel in te handelen, wordt voelbaar gemaakt. Een vader die zijn dochter verstoot, een moeder die zichzelf ophangt uit verdriet omdat haar dochter is weggelopen, een vrouw die bijna abortus pleegt met een ijzeren spaak van een fietswiel omdat ze het niet kan verdragen het kind van een man die ze haat op de wereld te zetten, een vrouw die een man doodt omdat ze niet bij hem weg kan.

De stijl waarin de pijn en het geweld worden beschreven is ijzersterk. Door niet te beschrijven wat er wél is, klinkt dat wat niet beschreven wordt des te luider. Dat maakt het lezen van sommige scènes een bijna fysieke ervaring. Zoals wanneer Laila een keizersnee krijgt zonder verdoving omdat het vrouwenziekenhuis ten tijde van de Taliban geen middelen heeft. Als ze wordt opengesneden door de vrouwelijke arts in haar met bloed besmeurde boerka staat er dit: ‘Mariam zou Laila altijd blijven bewonderen voor de spanne tijds die voorbij ging voordat ze begon te gillen.’ In deze stiltes krijgen de talloze levens die zijn verpletterd door de bloederige en eindeloos gewelddadige geschiedenis een stem. Het verdriet schuilt in de afwezigheid, net zoals de verhalen van de Laila’s en Mariams afwezig zijn in de Afghaanse geschiedenis van stammentwisten, krijgsheren, buitenlandse machten, de moedjahedien, de Taliban. Iedereen weet dat ze er zijn, maar ze zijn nauwelijks in beeld. Met Duizend schitterende zonnen ontsluiert Hosseini ze voor een ogenblik.