Verbond met een valk

Barry Hines in 1975 © British Library Board

Vaak gaat het zo: een ondergesneeuwd boek van decennia terug wordt door een bevlogen uitgever of vertaler afgestoft en (opnieuw) vertaald, men voorziet het van een smaakvol omslag waarop minstens één wervend citaat van een niet al te oude Nederlandse auteur staat, en indien mogelijk wordt de betreffende titel gepresenteerd als ‘herontdekt meesterwerk’. John Williams’ onvoorziene bestseller Stoner geldt als aansprekendste voorbeeld van dit procédé, uitgeverij Cossee wijdt al jaren de fraaie tak Cossee Century aan voorheen veronachtzaamde boeken, en ook via een vertalersinitiatief als Schwob Boeken verschijnen de laatste jaren veel ‘vergeten of onontdekte’ boeken alsnog in het Nederlands.

Toch was Barry Hines’ bekendste roman Kes (1968) hier tot voor kort onvertaald gebleven – uitgeverij Podium heeft zich er nu aan gewaagd en het boek in een bijzonder aantrekkelijk jasje gestoken. Het wervende citaat in casu komt van Alex Boogers (‘Hines heeft met zijn Kes de staat van perfectie benaderd’), de vertaling is overtuigend omdat het volkse en het liederlijke van Hines’ verhaal ook in het Nederlands heel soepel samenvallen, en het belangrijkste: deze geschiedenis van de vijftienjarige Billy, die in een straatarm Brits mijnwerkersstadje opgroeit en omringd wordt door armoede en tegenslag, en daarop stiekem een verbond aangaat met een torenvalk (kes) die hij eigenhandig africht, is ruim vijftig jaar na verschijning nog steeds zeer de moeite waard.

Waarom? Bij zulke herontdekkingen is dat meestal lastig vast te stellen, en ook bij Kes staat de gedurende decennia opgebouwde (cult)status van het verhaal een beetje tussen de lezer en het eigenlijke boek: veel mensen die de roman nu oppakken, zoals ikzelf, zullen onvermijdelijk iets weten van het inmiddels klassieke, bijna allegorische verhaal van Billy, of anders wel van de beroemde Ken Loach-verfilming die al in 1969 verscheen, met als poster een opgeklopte tekst waarbij ik die strakke, gedateerde filmtrailer-voiceover in gedachten meteen hoor: ‘They beat him. They deprived him. They ridiculed him. They broke his heart. But they couldn’t break his spirit.’

Hines wrijft ons de armoede van Billy nergens in, smijt niet met Grote Woorden

Maar, en daarin schuilt de kracht van Kes: die slagzin klinkt veel pompeuzer dan de roman zelf is. Veel zoeter ook. Kes is namelijk een verhaal dat uitblinkt vanwege de sobere rauwheid waarmee alles beschreven wordt. Barry Hines (Barnsley, 1939-2016) wrijft ons de armoede van Billy nergens in, er wordt niet gesmeten met vulgaire details of Grote Woorden. Zijn moeder is schrijnend ongeïnteresseerd (een van de eerste vragen die ze stelt: ‘Jij hebt niet toevallig een peuk voor me, hè schat?’) en zijn reeds volwassen maar toch nog thuiswonende broer is een onvervalste etter, grofgebekt en hardhandig – maar dat wordt feitelijk beschreven, zoals Hines alles feitelijk en vaak bijzonder gedetailleerd beschrijft. ‘Langzaam liep Billy over het pleintje naar het hek. Hij schudde eraan en keek snel om zich heen toen het vervaarlijk rammelde. Hij ging naar een hoek van het gebouw en keek langs de zijmuur. Achter de voorgevel ging een langwerpig bakstenen gebouw schuil. Hij liep langs de zijmuur.’

Enzovoort. Zulke taal heeft iets droogs, zeker als los citaat oogt het weinig sprankelend. En toch maakt juist deze toon de harde scènes uit Kes zo schrijnend: de lijfstraffen, de ruzies, ze worden onopgesmukt en zonder effectbejag beschreven. Op andere momenten, zeker in de soms wel erg minutieuze schoolpassages, hoopte ik op een versnelling die niet kwam, ik wilde Billy of eigenlijk de verteller die als een registrerende camera met Billy meebeweegt een activerende schop geven, maar gaandeweg besefte ik: nu krijgt Hines me wel precies waar hij me hebben wil. Ik ga mee in Billy’s isolement. Ik raak bedwelmd door het ritme van de zinnen, door de treffende en soms bijzonder uitgebreide manier van vertellen, die het geduld op de proef stelt maar ook subtiel impliceert dat niets ertoe doet behalve deze wereld. Dat dit alles is wat voor Billy telt.

Handelingen en dialogen: dáár bestaat een leven aan de onderkant van dit armoedige Britse milieu doorgaans uit, zonder diepe analyses van de tijdgeest, eindeloze heroverwegingen of nuances. En precies met die bouwstenen heeft Hines Kes opgebouwd: deze roman wordt verteld in een taal die gestript is van metaforen en andere beeldspraak, het gaat meestal sec om wat er gebeurt, verdere duiding is aan de lezer.

Wat deze werkwijze in de handen van Hines oplevert: een bijzondere roman die hier en daar wat voortkabbelt maar toch moeiteloos de aandacht vasthoudt. Vooral omdat Billy te midden van zijn overgave aan zijn kes gelukkig niet uitgroeit tot een heilige die ploeterend zijn weg vindt in een egale, kansarme wereld (‘uit die wijk zijn ze allemaal hetzelfde’). Precies daarom is deze titel ongetwijfeld in dat rijtje vertalingen gevoegd: ja, Billy blijkt in dit verhaal ongewoon sensitief, de zwaarte die hem omringt wordt pas verteerbaar wanneer hij zich terugtrekt in de natuur en een verbond sluit met kes – maar tegelijkertijd jat hij er zelf ook op los, verschilt hij weinig van zijn omgeving. En wat de valk nou daadwerkelijk aan hem verandert, blijft tot het einde de vraag. Gelukkig: ook dit kauwt Hines ons niet voor. Je moet als lezer maar fantaseren of dit tijdelijke verbond met zijn valk de opmaat is voor een leven waarin Billy breekt met wat hij kent of – waarschijnlijker – een uitzondering vormt binnen een milieu dat hij toch niet zal ontvluchten, en waarvan hij hooguit kortstondig afstand kan nemen.