Idfa: ‘The Miracle of the Little Prince’

Verbonden door een boekje

The Miracle of the Little Prince, regie Marjoleine Boonstra © Pieter van Huystee Film & TV

De kleine prins landde op aarde en was verbaasd dat hij niemand zag. Verkeerde planeet? De slang legde hem uit dat dit woestijn was, vandaar. ‘Wat kom je doen?’ ‘Ik heb moeilijkheden met een bloem.’ ‘O’, zei de slang en ze zwegen. Een intrigerende, geestige tekst. Die we in fraai Frans horen dankzij de stem van de verteller (Johan Leysen), oftewel Antoine de Saint-Exupéry die zijn filosofische sprookje in 1943 schreef. Vliegenier was hij en misschien zien we daarom in de opening van The Miracle of the Little Prince adembenemende luchtopnamen van woestijngebergte. Of is het de aanvliegroute van het prinsje zelf die het heelal, waaronder de aarde, verkent.

De camera van regisseur Marjoleine Boonstra landt bij een Berbertent in de Marokkaanse woestijn. De zon komt op, de dromedaris wordt gemolken, kinderen lopen acht kilometer naar school. Daar leren ze Arabisch en sinds 2003 ook hun eigen Tamazight. Toen tolk/vertaler Lahbib Fouad voor het eerst naar school ging was daar nog een meester die de kinderen uitsluitend aansprak in het vreemde Arabisch. Fouad heeft De kleine prins in en naar het Tamazight vertaald. ‘Naar’, omdat het woord ‘waterkraan’ Berberkinderen niets zegt. Dat werd ‘waterput’.

Hier ligt de sleutel tot deze documentaire: het boek is ontelbare malen vertaald, ook in bijna uitgestorven talen. Vier daarvan vormen dit beeldschone, melancholieke vierluik. Alle vertalers zijn hoeders van uniek cultuurgoed en daarmee van de mensen die de taal nog spreken of zelfs schrijven (het Tamazight kent een eigen schrift in zand of op rotsen geschreven/gekrast). Uit de tekst van het humanistische sprookje halen ze elementen die ze van toepassing verklaren voor eigen taal, cultuur, volk. Een tweede Tamazight-tolk ziet in De kleine prins een spiegel van de Berbercultuur die geen strijd en oorlog kent maar respect voor natuur en andere culturen – sympathiek maar ook wishful, vrees ik.

Vier miniaturen, verbonden door een boekje. We belanden in het uiterste Noorden van Europa, waar de rendierhouders Sami spraken/spreken. En een indrukwekkende vrouw samen met haar inmiddels dementerende moeder vertaler en schatbewaarder is. In El Salvador, waar na een opstand van de oorspronkelijke bevolking in 1932 niet alleen dertigduizend mensen werden afgeslacht, maar ook hun taal, Nawat. Gebruik ervan was levensgevaarlijk. Een man leerde het van zijn oma, die zelfs de hond de kamer uit stuurde bij de les. Een linguïst probeert daar samen met drie oudere vrouwen tot een Nawat-vertaling te komen. In zijn ogen is de ijdele, stekelige roos waar het prinsje op zijn eigen planeetje problemen mee had het land Salvador zelf – waar De Saint-Exupéry’s echtgenote vandaan kwam(!).

En we belanden in Parijs. Why? Daar wonen twee Tibetaanse ballingen, wier taal vermorzeld wordt onder het Chinees. We horen van collectieve en individuele tragedies. En we zien schitterende landschappen, vaak met dieren die immers in De kleine prins ook spreken en filosoferen. Een juweel. Alles van waarde is weerloos, maar niet helemaal.


The Miracle of the Little Prince draait op de Groene Amsterdammer-dag op IDFA. Bekijk het complete programma en bestel kaarten.