film: In Darkness

Verborgen onder de stad

De nieuwe film van de Poolse regisseur Agnieszka Holland vertelt het waargebeurde verhaal van Leopold Socha, een arbeider die joodse vluchtelingen bijstond die zich tijdens de oorlog in het rioolnetwerk van de door de nazi’s bezette stad Lvov hadden verscholen.

De rode draad in de film is de vraag waarom Socha dat deed. Eerst lijkt zijn motivering geld te zijn, temeer doordat hij al in de eerste scène een dief blijkt en daarna ook nog wekelijks geld van de vluchtelingen opstrijkt, maar langzamerhand wordt duidelijk dat er meer bij hem speelt, misschien zelfs de ontdekking van zijn eigenlijke menselijkheid.

Holland, bekend van onder meer Europa Europa (1991) waarin een joodse jongen zich voordoet als een lid van de Hitlerjugend, werkt de laatste jaren vaak in Amerika, en dat is te zien in In Darkness. De film is visueel imponerend, met een grauwe beeldtextuur afgewisseld met slim kleurgebruik. Bijvoorbeeld lippen met rode lippenstift of lichtblauw gekleurde schoenen die tussen de ratten en het menselijk afval in het rioolwater aanvankelijk alleen een wrange betekenis lijken te hebben, maar die later vooral hoop symboliseren. Want de vluchtelingen, een bonte verzameling rijken en armen en zelfs een drugsverslaafde, blijven vastklampen aan wat ze belangrijk vinden: praten over Heinrich Heine, zich houden aan religieuze gewoonten, de liefde bedrijven en het bijwonen van een toneelstukje van een kind dat daarvoor zelfs kaartjes maakt en verkoopt. En dit alles in het duister van de rioolgangen waar de afwisseling van licht en schaduw een constante sfeer van gevaar schept.

Socha (Robert Wieckiewicz) heeft ook een gezin, en misschien is dat zijn eerste prioriteit. Immers, het geld dat hij van de joodse ver­stekelingen krijgt die zich verbergen onder de stad gebruikt hij ook om eten voor vrouw en kind te kopen. Dat wekt de argwaan van de andere stadsbewoners en uiteindelijk die van een Poolse soldaat en oud-collega van Socha die met de Duitsers heult. Socha’s dilemma wordt erger wanneer de bezetters Polen liquideren als ‘straf’ voor de moord op een Duitse soldaat. Socha moet kiezen: hoe ver moet hij nog gaan om ‘zijn joden’, zoals hij ze noemt, te beschermen nu zijn vrienden worden vermoord en zelfs zijn vrouw hem wantrouwt.

Dat de film alle clichés over oorlog en de mogelijkheid van verlossing onder zulke mensonterende omstandigheden mijdt, is de verdienste van de regisseur, die geen middel schuwt om daden van de bezetters in beeld te brengen. Eén scène ergens aan het begin van de film zal mij nog lang bijblijven: Socha en zijn collega hebben zojuist een overval gepleegd op een landhuis van een Duitse familie ergens in het bos. Wanneer ze met hun buit vluchten zien ze in de verte tussen de bomen door hoe een groep naakte vrouwen probeert te ontkomen aan soldaten met automatische geweren. De witte lichamen in het donkere bos staan in schril contrast met de duisternis die de hele film kenmerkt, ook wanneer Socha en de collega de lichamen later levenloos aantreffen op een open plek. Ze kijken ernaar, en vertrekken zonder iets te zeggen. Wat ze denken of voelen komen we niet te weten. Of misschien kunnen we dat wel raden.

Te zien vanaf 2 mei