Een week reli-tv

Verborgen verleiders

Reeds vijftig jaren lang is de televisie in Nederland vooral bezig met zieltjes winnen. Ouders van nu, hoedt u voor de EO! Logboek van een week reli-tv.

Zou er al zoiets op de markt zijn als een reli-filter voor de beeldbuis, net zoals D66 nog niet zo lang geleden een anti-geweldknop bepleitte? Ik zou er meteen eentje aanschaffen. Als ouder van nu durf je je kroost ook op klaarlichte dag niet meer onbewaakt voor de treurbuis neer te planten. Voor je het weet, loopt je nageslacht met allerlei fundamentalistische wanen uit de school van Andries Knevel rond en slaan ze geen EO-landdag in de Arena meer over.

Vooral de laatste maanden — oogsttijd in reli-land uiteindelijk — loopt het de spuigaten uit. Heel erg is bijvoorbeeld Prinsen en prinsessen, het christelijke sing along-programma voor de allerkleinsten, dat de Evangelische Omroep uitzendt. Ouders, laat u niet bedriegen door al dat vrolijke gezang uit al die zoete keeltjes, en de brede, zalvende grijns van het gekrulde heerschap genaamd Ben Ketting dat hun zingend op de piano voorgaat in deze obscurantistische beatmis. Er wordt hier met man en macht gebruld tegen de evolutieleer en alle andere pilaren van de Verlichting. Ik volg dit bedenkelijke programma na een openbare etherwaarschuwing van Jan Mulder in Barend & Van Dorp al enige tijd met argusogen, maar de uitzending van deze week sloeg werkelijk alles.

Er werd een jongen van een jaar of tien aan de zijde van de presentator geroepen. De jongen, zo vertelde de presentator, had twee jaar geleden (!) een brief geschreven aangaande zijn traumatische ervaringen rondom de scheiding van zijn ouders. Het klaaglijke relaas van de jongen klonk behoorlijk authentiek en welgemeend, juist door het ingehouden leed dat uit zijn optreden sprak. De pianodominee had daar dan na al die tijd uiteindelijk een compositie uit het klavier weten te persen, en die moest natuurlijk onverwijld ten gehore worden gebracht. Al snel kwam de aap uit de mouw: alleen de Lieve Heer biedt een levenslange garantie op een verbintenis, want — aldus het einde van het lange, uitzichtloze refrein — «echte vrienden scheiden niet».

Ik viel in een dalendiepe kloof van medelijden met de kleine jongen die zich daar zo manmoedig en uiterlijk onbewogen staande hield, terwijl die helse melodie — genre Marco Borsato goes gospel — over hem werd uitgestort. Minder stabiele leeftijdgenootjes hadden allang het deksel van de vleugel neergeslagen in een poging hun kwelgeest voor eens en altijd het zwijgen op te leggen.

De persdienst van de EO meldt trots dat Prinsen en prinsessen een enorme hit is. Cd’s van het programma zijn niet aan te slepen. Toch werkt het programma qua missie arbeid onder de heidenen contraproductief. Paul de Leeuw liet zich als tv-criticus al eens ontvallen (na te zijn onthaald op het R&B-psalmpje «Jezus trekt je skaters aan, om rollend over ’t water te gaan/Hi ha halleleeluu, Jezus is je paraplu») opeens veel meer begrip op te kunnen brengen voor de oude Romeinen en hun christenbeleid.

Prinsen en prinsessen behoort stellig tot de agressievere gelederen van het brede spectrum aan reli-tv dat de kijker heden ten dage krijgt voorgeschoteld. De befaamde Britse schrijver — en christen — Malcolm Muggeridge mocht dan wel beweren dat «de tv-kanalen de duivel de grootste gelegenheid hebben geboden sinds Adam en Eva werden verdreven uit de hof van Eden», ondertussen wordt diezelfde televisie wel onophoudelijk gebruikt voor werving van nieuwe zieltjes door kerken en gezindten van allerlei slag. Het christelijke volksdeel houdt alweer vijftig jaar moeiteloos het hoofd boven water in de poel van zonde en zedenbederf die de vaderlandse tv volgens hemzelf is geworden. Eigenlijk, zo bedacht ik me na een zelfopgelegde kwelling bestaande uit het een week lang intensief en systematisch bezichtigen van de hedendaagse reli-tv, is de televisie nog steeds als een oud-bijbelse marktplaats waar profeten, zieners en godsdienstwaanzinnigen van allerlei snit elkaar proberen te overschreeuwen.

Het direct rekruteren van nieuwe zieltjes is de moderne christen-tv tegenwoordig te min. Dat wordt overgelaten aan de kleine Pinkster gemeenteachtige sektes die in Amsterdam hele middagen televisietijd opkopen op het lokale kabelnet. Het is in elk geval eerlijke televisie. Er is een kerkgemeenschap met wortels in Brazilië waarvan de voorgangers zich niet alleen de longen uit het lijf zingen, maar ook nog eens huilend van religieuze extase kond doen van hun magische bekering. «Ik dronk, ik rookte, ik sloeg mijn vrouw, maar toen ontmoette ik Jezus!» schreeuwt de ene na de andere religieuze standwerker vanaf het podium. Hier zijn nog heel ouderwetse methodes in zwang, zoals de magische genezing. Trouwe kijkers van het programma melden dat ze al diverse keren dezelfde vrouw uit haar rolstoel hebben zien stappen, maar dat mag de pret niet drukken. Het programma heeft uiteindelijk maar één doel: het spekken van de verenigingskas, en daartoe moeten bij tijd en wijle nu eenmaal paardenmiddelen worden ingezet.

De gevestigde christenheid in televisieland haalt haar neus op voor dergelijke primitieve strijdmethodes. Natuurlijk, het doel is hetzelfde, maar de gevolgde methoden zijn in het algemeen subtieler geworden. Zo is er het bloeiende instituut van de christelijke talkshow. Koning daarvan is natuurlijk Andries Knevel, Gods eigen grootinquisiteur. Knevel doet precies datgene wat zijn naam suggereert: hij knevelt zijn slachtoffers — dat wil zeggen de heidenen die de euvele moed hebben om aan zijn tafel plaats te nemen. Dat doet hij met zijn indringende blik, veel nadrukkelijk zwijgen, en vooral veel retorische trucs die regelrecht lijken te zijn overgenomen uit het grote instructieboek van de Zaanse verhoormethode. Een interview van Knevel is natuurlijk ook helemaal geen interview in de klassieke journalistieke betekenis van het woord. Het is een gevecht tussen Goed en Kwaad, en daarbij mag er maar één overwinnaar zijn. Het enige doel van Knevels verhoor is het vinden van het zwakke punt van zijn tegenstander, een Achilleshiel, en als hij die heeft gevonden, blijft hij er tot bloedens toe op trappen.

Een fraai voorbeeld van zo’n knevelpartij was een recent gesprek met Leefbaar Nederland-godfather Jan Nagel, voorheen als chef agitprop van de Vara een natuurlijke tegenstander van de EO. Het was Knevel ter ore gekomen dat Nagel aandelen had in KPN. Zijn ogen lichtten in verrukking op toen hij dat gegeven in de strijd wierp, en uit heel zijn houding sprak zijn premature overwinningskoorts. Nagel mocht zich vervolgens in welke bocht dan ook wringen, het centrale thema bleef rotsvast zijn aandelenportefeuille, die in de mond van Knevel uitgroeide tot een faustiaanse deal met het grootkapitaal, het ultieme bewijs voor de fundamentele onbetrouwbaarheid van zijn opponent. «Dit is niet leuk meer», protesteerde Nagel nog zachtjes, toen Knevel voor de zoveelste keer was teruggekomen op de KPN-waardepapieren, maar dat had al lang geen zin meer. In de ogen van Knevel was reeds die matte glans van de zoete overwinning zichtbaar; uit zijn triomfantelijke en al half naar het publiek gerichte blik straalde de overtuiging dat Nagel allang per exprespost op weg was naar het vagevuur. Uiteindelijk slofte Nagel beteuterd en lichtelijk ontgoocheld weg. Je zou er onmiddellijk Leefbaar van worden.

In het kielzog van Knevel zijn er nu tal van andere christelijke talkshows gekomen. Ze stemmen nog droefgeestiger dan het origineel. De christelijke talkshow is een vorm van collectieve catechisatie, met precies dezelfde stemming — uitzichtloos vervelend. De ernst is overdonderend. In de christelijke talkshow wordt Bekende Nederlanders meestal gevraagd naar hun levensbeschouwelijke inzichten. Als je er een paar achter elkaar hebt gezien, begint er een sonore brom in je hersenen op te doemen die nog lang nadat de tv is uitgezet, blijft voortduren. Vaste klanten in de christelijke talkshow zijn Paul Rosenmöller, Antoine Bodar, Pim Fortuyn en Angela Groothuizen. Die reizen per toerbeurt de studio’s van EO, NCRV en KRO af om vragen te beantwoorden als: «Wat drijft jou?», «Wat is geloof voor jou?» dan wel «Wat betekent God voor jou?». Daarop volgt in de regel een lange stilte, veel gekuch en gemompel, met altijd als loden slotconclusie dat de betrokkene «ergens, best wel een beetje, als je het zo noemen wilt, gelooft dat er iets is aan gene zijde».

Echt onversneden religie zie je tegenwoordig zelden meer op de kijkbuis. Daarvoor voelen de makers zich te goed. Toch is het pas daar dat reli-tv echt de moeite van het kijken waard is. De christen-tv durft dat echter niet meer aan. Daar moet telkens de dubbelslag van het algemeen levensbeschouwelijke worden gemaakt. Zo moet de liefhebber van het genre zich tevreden stellen met vooral buitenlands aanbod. De meest recente tape uit het oeuvre van de Saoedische videokunstenaar Bin Laden was wat dat betreft natuurlijk een schot in de roos. Zelden werd de schaduwzijde van de religieuze extase zo frontaal in beeld gebracht.

Van een geheel ander kaliber was de documentaire die de kersverse Boeddhistische Omroep Stichting op zondagmiddag liet zien. Een portret van de Vietnamese monnik Thân, vredesactivist tijdens de oorlog in Vietnam, nu directeur van een instelling die zich ontfermt over de verscheurde persoonlijkheden van de Amerikaanse Vietnamveteranen. De kalmte, de humor en de bovenmenselijke wijsheid van de kleine monnik werden zo aansprekend in beeld gebracht dat je er stante pede boeddhist van zou willen worden. En de Nederlandse Moslim Omroep bracht een portret van de voormalige Griekse popzanger Cat Stevens, tegenwoordig door het leven gaand als Yusuf Islam. De voormalige LSD-slikkende troubadour bleek een wandelende reclamezuil voor de koran te zijn geworden. Zelden kreeg men zo’n vrolijke gelovige te zien. Met dat soort concurrentie zit de christen-tv behoorlijk in de verdrukking.