Verdaasd

De Tweede Kamer zou zich moeten afvragen of de wooneis aan bestuurders - wonen waar je bestuurt - nog wel nodig is en praktisch haalbaar.

Het nieuwe jaar wil ik maar eens beginnen met het op te nemen voor Co Verdaas, de PvdA-politicus die maar kort staatssecretaris van Economische Zaken was omdat hij zou hebben zitten sjoemelen met zijn reisdeclaraties toen hij nog gedeputeerde in Gelderland was. Verdaas schiet er niet veel meer mee op, zijn reputatie is al aangetast, maar misschien hebben andere bestuurders er nog wat aan.

Want toen het gedoe rondom Verdaas in de nationale media losbarstte, zal menige burgemeester, wethouder en gedeputeerde zich angstig hebben afgevraagd of hij (of zij) zijn woon-werkverkeer wel goed heeft gedeclareerd. Of hij, net als Verdaas, niet ook in de knel kan komen met zijn reizen naar dat andere huis in die andere gemeente of provincie, het huis waar zijn partner en kinderen nog wonen, zijn eigenlijke thuis. Met daarna de angstige tweede vraag: wat is in deze eigenlijk ‘goed’ declareren?

Als komende week de Tweede Kamer terugkomt van het kerstreces is er een hoorzitting over integriteit in het openbaar bestuur. Misschien zouden Kamerleden en deskundigen het tijdens die hoorzitting niet alleen moeten hebben over nevenfuncties en belangenverstrengeling, maar ook over de eis dat burgemeesters, wethouders en gedeputeerden in de gemeente of provincie moeten wonen waar ze bestuurder zijn, terwijl menigeen van hen om uiteenlopende redenen niet aan die eis kan voldoen. Dus daar niet woont, of maar half woont, of althans… Wanneer woon je eigenlijk ergens?

Ik ken een oud-wethouder die - zijn eigen woorden - niet woonde in de plaats waar hij bestuurder was. Een deelgemeenteraadsbestuurder uit diezelfde gemeente zag ik tijdens zijn bestuur jaren dagelijks bij zijn huis bij mij in de straat, maar ik woon in een andere gemeente. Ik zie een wethouder uit weer een andere stad vaak in de plaats waar hij eerder wethouder was, omdat hij daar ook woont. Ik kan drie burgemeesters noemen die hun huis in hun oude woonplaats hebben aangehouden en daar in de weekends naartoe gaan, en doordeweeks soms ook.

Ik wil hen niet beschuldigen, integendeel. Maar zouden ook zij niet af en toe onhandig hun woon-werkverkeer declareren of hebben gedeclareerd? Zijn het dan meteen graaiers? Stel, een burgemeester heeft op maandagochtend als eerste een afspraak in Den Haag op een van de ministeries. Hij is dat weekend echter in die andere stad geweest, niet zijn werkstad, verder weg van Den Haag, waar hij ook een huis heeft en graag is in de weekends, al was het maar omdat hij daar niet de burgemeester is. Hij gaat die bewuste maandag rechtstreeks vanuit die woning naar het ministerie. Als hij voor dat werkbezoek de reis vanuit zijn werkstad naar Den Haag zou declareren is hij formeel verkeerd bezig, maar hij declareert niet te veel kilometers. Is hij dan niet integer?

U denkt nu misschien: wat een geneuzel, moeten we ons daarmee bezighouden? Maar dit soort geneuzel heeft Verdaas de das om gedaan. Of was het omdat hij tijdens zijn gesprek met formateur Mark Rutte - voorafgaand aan zijn beëdiging als staatssecretaris - dit geneuzel heeft ‘verzwegen’? Interessant zou zijn om te weten of Verdaas er mogelijk niet eens aan heeft gedacht het er met Rutte over te hebben, omdat hij niet de reiskosten vanaf het huis van zijn vriendin in Zwolle naar Arnhem declareerde, maar die vanaf het dichterbij gelegen Nijmegen waar hij formeel als ingezetene stond ingeschreven.

Maar daarmee verbloemde hij weer niet dat hij als gedeputeerde niet in de provincie Gelderland had overnacht. In de wet staat overigens dat je in de gemeente of provincie moet wonen waar je bestuurder bent, er staat niets in over het aantal nachten dat je er als bestuurder ook daadwerkelijk moet slapen. Dus als we dan toch formeel gaan doen!

Dit klinkt toch gaandeweg meer als de grove opzet voor politiek cabaret dan als een stuk over serieuze politiek. Toch is hier een staatssecretaris over gestruikeld. Dat zegt iets over de politiek en over de samenleving. We nemen makkelijk woorden in de mond als graaien, niet integer zijn, of verzwijgen, maar lijken niet meer te weten wanneer die woorden te groot zijn. En ook niet meer wanneer we niet voor dat soort woorden moeten zwichten. Al de bestuurders die ik hierboven aanduidde, hebben net als Verdaas redenen voor hun dubbele ‘woongedrag’. De een heeft een prachtig huis, dat geef je niet op als je elders bestuurder wordt, dus huur je een flatje voor doordeweeks. De ander wilde dat zijn jongste kind de middelbare school nog kon afmaken, daarom hield hij zijn eerste huis nog een jaar aan, en toen zakte de woningmarkt in. Een derde heeft een partner die werkt en daarom niet mee wil verhuizen, te meer niet omdat het politieke leven van een bestuurder onzeker is. Een volgende weet al dat deze bestuurdersbaan zijn laatste voltijdsbaan is en wil daarna terug naar de Randstad.

De Tweede Kamer zou zich moeten afvragen of de wooneis aan bestuurders nog wel praktisch haalbaar is. Uiteraard komt die eis voort uit de idee dat een bestuurder moet weten wat er speelt in de stad of provincie die hij bestuurt. Maar zijn daar geen andere oplossingen voor te vinden? Spreekt dat niet uit de daden van een bestuurder? En als de bestuurder ook ergens anders woont, is er dan niet een eenduidige afspraak te maken over het woon-werkverkeer, zodat we in de toekomst van het geneuzel af zijn en oppositiepartijen de kans is ontnomen politici daarmee pootje te lichten?

Kamerleden van andere partijen moeten niet te snel denken dat hun partijgenoten in het land een Verdaasje niet kan overkomen. Ook niet-PvdA-bestuurders wonen niet altijd waar ze formeel wonen.