Matchfixers en het Nederlandse tennis

Verdachte backhands

Medium hh 52856470
Bij elk tennistoernooi zouden twee tot drie wedstrijden verkocht worden © Vincent Thian / AP Photo / HH

‘Come on’, schreeuwt Matwé Middelkoop als hij de bal snoeihard langs zijn tegenstander serveert. Het is 3 september 2014, rond het middaguur op het challengertoernooi van Alphen aan den Rijn. Op de tribune klappen senioren met petjes en korte mouwen, over het gravel holt een ballenjongen in een te groot shirt. Zojuist heeft Middelkoop, de Davis Cup-held die vorig jaar tennislegende Roger Federer in het dubbelspel versloeg, zich naar een voorsprong geknald in de tweede set.

Aan de andere kant van het net staat de Chileen Hans Podlipnik-Castillo, Zuid-Amerikaan in de polder, de nummer 215 van de wereldranglijst, gravelspeler en een vriend van Middelkoop die zichzelf terugvindt rond plek 730 in het mondiale singletennis.

Gelaten laat Podlipnik-Castillo het servicegeweld van Middelkoop over zich heen komen. Bám, return, kreun. Podlipnik maait de bal ver over de achterlijn. De game gaat naar Middelkoop. Het staat 3-3 in de tweede set, nadat de Chileen de eerste set verloor met 6-2. Tien minuten later gaat de wedstrijd in twee sets naar de Nederlander.

Podlipnik speelt in Alphen 440 euro bij elkaar, de prijs van een professioneel tennisracket. Middelkoop slaat 730 euro op zijn bankrekening, amper genoeg voor vliegtickets naar Marokko en Bosnië-Herzegovina, waar hij later in september zal uitkomen in het enkel- en dubbelspel. Met zijn prestaties sprokkelt hij tweeduizend euro aan maandsalaris bijeen. Exclusief transport, materiaalkosten, hotelovernachtingen en trainingsuren met een coach.

Drie dagen na de wedstrijd praat Middelkoop over de aantrekkingskracht van gokgeld. ‘Meestal sta ik rood na een toernooi’, zegt de tennisser in een artikel in de Volkskrant waarin matchfixing centraal staat.

De combinatie van laag prijzengeld, behoorlijke onkosten en blessurerisico’s maakt het lage profniveau kwetsbaar. Bijna overal ter wereld kan namelijk voor veel geld gegokt worden op deze wedstrijden, terwijl de tennissers zelf soms de touwtjes aan elkaar moeten knopen om in het kostbare internationale circuit mee te draaien.

‘Ik heb gehoord dat bij elk toernooi wel twee tot drie wedstrijden worden verkocht’, zegt Middelkoop. ‘Laat tien berooide tennissers kiezen tussen stoppen met hun sport of een partij verkopen en ik vrees dat een meerderheid het laatste doet.’

Of de tennisser zelf wel eens benaderd is voor matchfixing laat hij in het midden. Hij bekent er wel eens over nagedacht te hebben. ‘Dan denk ik: wow, dat is verleidelijk. Zoveel geld! Als iemand me twintigduizend dollar aanbiedt? Ik ben een watje, ik zou van angst nooit kunnen slapen. Ik zou het nooit doen.’

In de Antwerpse randgemeente Merksem belt op een zaterdagavond in het najaar van 2014 een medewerker van sportgokkantoor Cash Win Bet naar zijn baas. Het is urgent, want voor de zoveelste keer is er door een louche figuur ingezet op een tenniswedstrijd.

In Charleroi wordt de auto gestart. Anderhalf uur later staan vijf mannen in een achterafkamertje van het gokkantoor. Daar kijken ze in de ogen van een Armeense jongeman uit Brussel die tegen een muur leunt. Eerder die avond kwam hij stuntelend als een beginnende gokker het kantoor in lopen. Nu moet hij zich verklaren voor een woest gezelschap.

‘Er werden wat vragen gesteld om hem een beetje te intimideren’, zegt een medewerker van het kantoor. ‘Terwijl hij gefilmd werd met een mobieltje vroegen we hem waarom hij op die wedstrijden veel geld had ingezet en namens wie hij dat moest doen. Daarop antwoordde hij dat het geld niet van hem was, maar dat hij het had gekregen van superieuren om in te zetten op bepaalde tenniswedstrijden. Na een tijdje brak hij en gaf hij toe dat de wedstrijden gemanipuleerd waren.’

Na de bekentenis wordt de Antwerpse politie ingeseind en het filmpje overhandigd. Op het bureau beweert de jongeman zijn verklaringen te hebben gedaan na rake klappen. Maar dan is het nieuwste puzzelstukje in een grote matchfixingpuzzel al lang gelegd door de Belgische kansspelrecherche.

Uit dossierstukken, in het bezit van De Groene Amsterdammer, blijkt de Belgische politie in de maanden voorafgaand aan dit voorval steeds meer grip te krijgen op een goknetwerk dat zich ‘mogelijk schuldig’ maakt aan matchfixing, corruptie, omkoping, witwassen en het vormen van een criminele organisatie. Insiders verwachten dat de uitkomst van dit onderzoek binnenkort voor de strafrechter zal dienen. In de Belgische kwaliteitskrant De Tijd werd het onderzoek eerder omschreven als ‘een mogelijke bom’ onder het internationale tennis.

Vanaf Belgisch grondgebied zijn namelijk honderden verdachte weddenschappen geplaatst op tenniswedstrijden wereldwijd. Steeds voldoen de gokkers aan hetzelfde profiel: geen inkomen, geen werk, financieel aan de grond en van de Armeense nationaliteit. Zij worden gerekruteerd tijdens inburgeringscursussen of belanden via familie- of vriendschapsbanden in de klauwen van vermogende criminelen die bulken van de voorkennis over het verloop van tenniswedstrijden.

Bij de politiediensten komt niet alleen het telefoonfilmpje binnen als bewijsstuk. Ook online kantoren rapporteren in toenemende mate over gokkende muilezels van Armeense origine.

Zo blijkt uit de dossierverslagen dat vlak voor de match van Middelkoop een 26-jarige Armeen met de nickname ‘Gregorios’ inlogt op goksite Bwin. Al maanden aan een stuk wint hij met het plaatsen van kleine weddenschappen op verdachte tenniswedstrijden in Zuid-Amerika en Europa. Zo ook in Alphen aan den Rijn. Eerst plaatst hij honderd euro op een overwinning voor Middelkoop, elf minuten later gooit hij er nog eens tachtig euro bovenop. Dubbel succes.

Mensen als ‘Gregorios’ zijn geen individualisten, volgens de Belgische onderzoekers. Ze maken deel uit van hetzelfde maffiose netwerk. Zo vermelden de dossierstukken bijvoorbeeld ook een 55-jarige asielzoekster, ‘Nano885’, met een account ter waarde van veertienduizend euro dat in beslag genomen is op verdenking van matchfixingpraktijken. ‘Hoogstwaarschijnlijk’, zo stellen de rapporteurs, ‘is het geld afkomstig uit criminele activiteiten.’

Om zelf buiten schot te blijven, gebruikt de georganiseerde misdaad hordes voetsoldaten. Als bolletjesslikkers die het vuile werk opknappen bij cocaïnetransporten ‘runnen’ deze ‘muilezels’ met crimineel geld en voorkennis van gokkantoor naar gokkantoor. Om niet op te vallen, zetten ze steeds kleine geldsommen in – logisch, want tot een inzet van tweehonderd euro is identificatie niet verplicht in België.

‘Hoe sporters benaderd worden kunnen we nog niet concreet zeggen. Mogelijk via bedreiging of vriendschap’

Dat ging lang goed – tot de camerabeveiligers van gokfilialen de nogal onwennig opererende muilezels in de smiezen kregen. Uit politiestukken blijkt dat ze wapperend met spiekbriefjes en hardop telefonerend met hun bazen door Waalse en Vlaamse gokkantoren banjerden.

En zo liepen in de voorbije maanden mannen en vrouwen als Alic, Artak, Hayk, Marat, Svetlana en tientallen anderen tegen de lamp. Nooit eerder had een justitieel orgaan in de Lage Landen zo’n unieke mogelijkheid om een volledige criminele gokstructuur in kaart te brengen.

Medium 3000459
Antal van der Duim (l) en Boy Westerhof tijdens een dubbelfinale in Den Haag, 2013 © VI-I mages / HH

Het hoofdkwartier van de Belgische Kansspelcommissie is gevestigd in een multi-bedrijvenpand aan de Kantersteen, de brede tweebaansweg die station Brussel Centraal scheidt van de Kunstberg. De commissie werd in 1999 opgericht voor het beschermen van Belgische gokkers, het vergunnen van gokkantoorhouders en terugfluiten van schuinsmarcheerders in de kansspelindustrie. Als extraatje bevat de commissie een speciale ‘controlecel’, uitgerust met opsporingsbevoegde politiemensen die de rotte plekken van de gokwereld aanpakken.

Deze cel heeft na maanden van ondervragen, dossiers doorspitten en datasets bestuderen ruim honderd verdachte wedstrijden, tientallen muilezels en een handvol matchfixers op de korrel. Niet alleen vanuit Merksem kwamen berichten over een ‘zekere groep’ die onderling verbonden lijkt. Ook gokkantoren uit Gent, Turnhout, La Louvière en Montignes-Sur-Sambre belden verdachte zaken door. Mensen van tussen de twintig en zestig jaar. ‘We roken onraad’, verklaart Peter Naessens, directeur van de Kansspelcommissie. ‘Vandaar dat we alle operatoren hebben gevraagd alert te zijn. Sindsdien krijgen we regelmatig meldingen binnen.’

De contouren van de matchfixingsmaffia worden langzaam maar zeker duidelijk. Volgens de Kansspelcommissie tekent zich een piramidevormige organisatiestructuur af met verschillende rangen en lagen. Muilezels staan onderaan in de pikorde en leuren met geld. Daarboven staan mannetjes met contacten in zowel de gok- als de tenniswereld. Zij netwerken met tennissers en trainers en gaan op de koffie bij gokprofessionals. Naessens: ‘Hoe die top van de piramide eruitziet, onderzoeken wij nu. We zijn benieuwd hoe het netwerk zich organiseert over verschillende landen in Europa en Zuid-Amerika. In ieder land zullen er kernpersonen zijn, is ons idee. Anderzijds richten we ons ook op de fixers. Hoe sporters door hen benaderd worden kunnen we nog niet concreet zeggen. Mogelijk via bedreiging of vriendschap.’

Het doel is uiteindelijk justitiële vervolging van de top. ‘We gaan dit tot in de diepte uitspitten’, belooft Naessens. ‘We gaan naar het hart, naar de financiële transacties, en dan zullen we zeldzaam ver komen in het blootleggen van structuren. Nu is het zaak om de omschakeling te maken van guilty by circumstances naar de harde feiten waardoor strafvervolging mogelijk is.’

Naessens en zijn collega’s onderhouden frequent contact met instanties als Europol, Interpol en de Tennis Integrity Unit (tiu, de anti-corruptieorganisatie van de tenniswereld) die ruimere en grensoverschrijdende opsporingsbevoegdheden bezitten. Wat verder opvalt in de diverse politiestukken is de steun van commerciële partijen in dit dossier. Krantenkiosken, gokfilialen en online gokkantoren zijn leveranciers van belangrijke informatie. Een bijzondere partner is Sportradar, een bedrijf dat inzetcijfers opstelt voor bookmakers, maar ook detectiesystemen beheert die verdachte gokbewegingen in kaart brengen.

Het is dankzij deze surveillance dat gokcriminelen voorzichtiger moeten opereren. Lomp gokgedrag valt vrijwel direct op bij de analisten van Sportradar die dagelijks vijf miljard datasets over gokevenementen verzamelen van zo’n 450 kansspelaanbieders. Een voorbeeld. Vlak voor de kerstperiode van 2014 krijgt de Belgische Kansspelcommissie bezoek van een ‘sales director’ van Sportradar, zo beschrijven de dossiers. De man wil praten. Zijn koffer zit vol bewijsstukken over ‘een mogelijk geval van matchfixing’.

Direct steekt hij van wal. Sportradar heeft vreemde dingen zien gebeuren op de gokmarkt rond een vrouwentoernooi in het Turkse Antalya. Vanuit Valencia zou namelijk veel zijn ingezet door een Armeense man, die onwaarschijnlijke inzetten deed, maar alles won. Ook in België zou hierop gegokt zijn, was zijn suggestie. Volgens Alex Inglot, Sportradars woordvoerder, zat er een commercieel motief achter dit bezoek. Via het proactief aanbieden van matchfixing-aanwijzingen wil het bedrijf zich profileren op de tennismarkt. ‘We hebben de historie van veel voetbalwedstrijden in onze database en slaan – hoewel niet onze corebusiness – ook tenniswedstrijden op. Als we verdachte tips krijgen, dan kunnen we via onze eigen database checken of de woorden stroken met de cijfers.’

Op donderdag 21 mei 2015 staat een zaaltje in de Tweede Kamer in het teken van de gokwereld. Of preciezer: er wordt tijdens een hoorzitting gesproken over de nieuw te vormen gokwet die de Nederlandse gokmarkt (liefst dit jaar nog) moet opengooien en moet laten aansluiten bij de modernste online ontwikkelingen.

Zo’n hoorzitting is een miniwereld op zich. Hier wordt het spel der belangen zichtbaar: ministeries zien bergen belastinggeld binnenstromen, mediabedrijven verlekkeren zich aan toekomstige reclame-inkomsten, gokkantoren zien een nieuw afzetgebied met miljoenen spelers en er zijn partijen die strijden tegen gokverslaving.

Vlak voor de middaglunch is matchfixing het gespreksthema. Aan het woord is Robert Jan Schumacher, de woordvoerder van de Nederlandse tennisbond. Beknopt pleit hij voor het beschermen van tennisspelers door toernooien uit de lagere regionen van het proftennis van de huidige goklijsten te schrappen. ‘Zo halen we een heel grote, kwetsbare groep tennisspelers uit het aanbod waar nu veel voorvallen van gokgerelateerde matchfixing zijn.’

In een analyse over matchfixing in de tenniswereld constateerde de tennisbond al eerder dat er een ‘correlatie’ bestaat tussen het enorme aantal tenniswedstrijden waarop over de hele wereld gegokt kan worden en matchfixinggevallen bij challenger- en futuretoernooien. Alleen al vorig jaar zouden zo’n 1500 toernooien en 93.000 wedstrijden zijn gespeeld onder de vlag van de internationale tennisfederatie. Jaarlijks gaat naar schatting circa vijf miljard euro om in het gokken op de racketsport. Bovendien kan er naar hartelust van Shanghai tot Sint-Niklaas ingezet worden op een eindeloos scala van gokspelletjes. Legaal en illegaal.

Schaduwkanten zijn daar inherent aan. Oud-speler Raemon Sluiter onthulde ooit dat de gokmaffia hem eens (zonder succes) belde op zijn hotelkamer. Tennistalent Sander Arends kreeg verzoekjes om een wedstrijd te laten lopen voor ‘veel geld’. En sinds 2014 staat de partij tussen Antal van der Duim en Boy Westerhof, waarop fors gegokt zou zijn, publiekelijk onder verdenking van gokfraude.

Op het moment dat Schumacher zich uitspreekt, luisteren verschillende kopstukken uit de matchfixingscene met gemengde gevoelens en chagrijn. Zij bezoeken jaarlijks talloze vergaderingen, werkgroepen, hoorzittingen, sessies en rondetafelgesprekken. Telkens stuiten zij, na alle zorgwekkende constateringen en ragfijne analyses, steevast op één onbeantwoorde vraag: wie zet zijn schouders nu eens onder grensoverschrijdend matchfixingonderzoek? Er gebeurt namelijk niet genoeg, vinden zij.

Dat frustreert. Zij zien dat sportbonden, opsporingsinstanties, academici, gokkantoorhouders en gokwaakhonden in verschillende snelheden over matchfixing denken. Daarbij spelen vooral imagoschade, commerciële belangen, durf, bevoegdheden en verantwoordelijkheid een grote rol, zo blijkt uit anonieme gesprekken.

De woorden van de tennisbond zijn typerend, wordt gesteld. Niet dat inhoudelijk de verkeerde punten worden aangedragen. Zeker niet. Wel heeft de tennisbond met betrekking tot matchfixing verschillende gezichten. Er zou een fors verschil zijn tussen woorden en daden.

Het meest treffende voorbeeld: volgens de kopstukken zou de tennisbond geen aangifte willen doen naar aanleiding van het Belgische ‘muilezeldossier’, ondanks het nadrukkelijke verzoek vanuit de Nederlandse politie, die daarmee ook aan de slag wilde gaan.

Een van de betrokken politiemensen: ‘Waarom de bond zich zo opstelde? Dat is een goede vraag. Wellicht speelt angst een rol. Door matchfixing wordt de naam van tennissers, de tennissport en de tennisbond besmeurd. Daar zit niemand op te wachten. Ik kan me voorstellen dat je zulke zaken vertrouwelijk wilt behandelen en binnenskamers wilt houden.’

Matchfixing in Nederland? Ook volgens Naessens valt het niet uit te sluiten. Twee wedstrijden met een Nederlands tintje (Van der Duim versus Westerhof en Podlipnik-Castillo versus Middelkoop) staan immers in het Belgische dossier.

Naessens, tevens aanwezig als panellid bij de hoorzitting in Den Haag: ‘De wedstrijd in Alphen aan den Rijn hebben wij voorgelegd aan een tennisexpert van de Belgische tennisbond. Hij zei na het zien van de beelden: “Ja, hier is een probleem.” Vandaar ook dat wij de diepte in willen met die zaak. Er zijn verschillende nationaliteiten betrokken die je niet zomaar eventjes kunt verhoren. Daar heb je je internationale collega’s voor nodig, maar ik merk dat iedereen op een eilandje zit.’

‘Kijk. Daar zijn die muilezels. Let eens op hun kleding. Let eens op de tijd. We hebben het allemaal op camera’

Als de samenwerking tussen België en Nederland op het gebied van matchfixing aangeroerd wordt, kan Naessens een cynische lach nauwelijks onderdrukken. ‘Via de Benelux is de Nederlandse minister van Justitie akkoord gegaan met méér aandacht voor een gezamenlijke matchfixingaanpak, dat wil iets zeggen nietwaar? Desondanks horen wij enkel dat men “politiek neutraal” staat tegenover dit onderwerp. Dat betekent: geen prioriteit. Het ministerie van Financiën, de Kansspelautoriteit, het OM en de tennisbond… Ze trappen allemaal op de rem of kijken naar elkaar. Iedereen houdt vast aan zijn eigen informatie en is bang te delen of écht samen te werken.’

De Belgische en Nederlandse politie hebben deze zomer overlegd over de wedstrijd van Middelkoop in Alphen, melden anonieme bronnen. Maar dat heeft niet geleid tot concrete stappen in Nederland.

In Amersfoort, op een industrieterrein vlak naast klaverbladknooppunt Hoevelaken, zetelt de Koninklijke Nederlandse Lawn Tennis Bond (knltb). Het is een pand zonder franje. Woordvoerder Robert Jan Schumacher dient geregeld als vooruitgeschoven pion van de tennisbond, zoals tijdens de hoorzitting in de Tweede Kamer over de nieuwe Kansspelwet. ‘We voeren discussies met de Kansspelautoriteit, noc*nsf en hoogleraren om helder te krijgen wat er wel en niet in de wettekst komt. Welke kant het op gaat, blijft ongewis.’

Over de Belgische muilezelzaak las hij voor het eerst in het Belgische tijdschrift Humo. ‘Maar dat ging niet per se over Middelkoop, meer over zijn tegenstander Podlipnik-Castillo. Voor mij was dat niet voldoende reden om een onderzoek te starten. Wel stuurde ik het artikel door naar de Tennis Integrity Unit, omdat ik de taak heb signalen van matchfixing te melden. Zij zeiden er volledig van op de hoogte te zijn en ermee bezig te zijn. Daarna was mijn rol uitgespeeld. Ik ben geen politieagent. Zeker niet over de grens.’

Beheerst spreekt Schumacher over zijn rol in de matchfixingscene. Maar soms doorbreekt een spatje verontwaardiging zijn kalme tred. Bijvoorbeeld als de aangiftekwestie ter sprake komt. Schumacher, giftig: ‘Aangifte waarvan?! Kijk… Ik weet precies waarover dit gaat – en ik vertel je wat ik kán vertellen. Dit had alles te maken met de zaak-Antal van der Duim versus Boy Westerhof in het Duitse Meerbusch. Daar toonde zowel de tiu als de Nederlandse justitie interesse in. Destijds (zomer 2014 – red.) droegen wij de zaak over aan de tiu omdat Nederland zo’n instantie niet had.’

Pas in de loop van 2015 is er vanuit de politie interesse gekomen om die zaak óók te onderzoeken, onderstreept Schumacher. ‘Toen werd mij gevraagd aangifte te doen. Ik zei: “Ja, jongens, leg me dan ook uit waar ik aangifte van moet doen?” Maar zij zeiden: “Tja, dat weten we ook niet…” Dus hebben wij uiteindelijk gezegd: “Gá met de tiu praten en probeer dat onderzoek gezamenlijk te doen, los het met elkaar op.”’

Over de voortgang van het tiu-onderzoek blijft het gissen, ook voor de tennisbond. ‘Nee, wij krijgen geen signalen, maar het is ook niet in een doofpot terechtgekomen. De afspraak is dat ik verder niet op de hoogte word gehouden. Zo werken zij nou eenmaal. Of we hiermee niet een blackbox creëren? Ja. Maar de Nederlandse justitie is voor mij ook één grote blackbox. Die zeggen mij ook niet wat ze doen en waarom.’

Het is juist deze afwachtende houding die in België grote irritatie veroorzaakt. Een anonieme onderzoeker: ‘Dit is funest als je weet dat er maffia actief is. Die hoppen gewoon van land naar land en zijn ontzettend goed georganiseerd. Zet dat eens af tegen de trage informatiestromen en de eilandvorming binnen de opsporing en je weet: op momenten dát er eindelijk iets over de brug komt, zijn die gokcriminelen al lang weg en kun je opnieuw beginnen.’

Voor treinstation Charleroi-Zuid wacht een Turks ogende jongeman met baardje en zwart jack. Met een peuk in zijn mond leunt hij tegen zijn stralend grijze Mercedes A-klasse, nét uit de wasstraat. Hij stelt zich voor als Hakim Yildirim en blijkt geen Turk, maar een Turkse Koerd. Een essentieel verschil.

Met zijn familie runt hij Cash Win Bet, een gokbedrijf verspreid over tientallen vestigingen in België. Hakim en zijn neven zijn de klokkenluiders die de Belgische Kansspelcommissie (mede) op het spoor hebben gezet van het verdachte netwerk rond de muilezels. Ook zijn zij officiële getuigen in het onderzoek.

‘Zeg eens’, zegt Yildirim, terwijl hij soeverein uit een parkeervak stuurt. ‘Hoe staat het eigenlijk met die nieuwe gokwet van jullie? Als de markt opengaat zien wij wel kansen…’

We zijn op weg naar Fleurus, een gehucht zo’n vijf kilometen van Charleroi. Kort geleden is daar een pand aan een nondescript bedrijventerrein omgetoverd tot het hoofdkwartier van Cash Win Bet.

Gokbedrijven worden geassocieerd met luxe, geld en mannen in maatkostuum. Maar niets van dat alles in Fleurus. Hier regeert de eenvoud, met kale ramen, half lege kamers, meubilair van Ikea en Senseo-koffie. Geen romantiek, geen uiterlijk vertoon. Gewoon een bank, wat houten bureaus en ordnermappen achter de half geopende rolluiken van een kast. Telgen van de familie Yildirim druppelen één voor één binnen. Naast Hakim verschijnt Murat, die de beveiligingszaken doet, ook een zusje schuift aan. Ten slotte komt de grote baas Ayhan Yildirim zelf binnenwandelen. Zijn vurige ogen vallen op, net als zijn ongeduld – hij houdt een telefoon vast.

Direct steekt hij van wal. ‘Wij zijn het voorbeeld van een operator die zijn zaakjes op orde heeft. Logischerwijs bevechten wij die getruckeerde matchen, want ze tasten onze business aan. Bij ons lopen de lijntjes kort. Ik ken al mijn medewerkers. Vandaag heb ik dertienhonderd kilometer afgelegd, kriskras door België, en heb ik al mijn kantoren bezocht. Als er iets speelt – of als er muilezels gezien worden – dan hoor ik dat via mijn personeel. Vervolgens checken we op welke wedstrijden ze gokken en trekken we het na via onze softwareleverancier. Binnen een paar minuten heb je het door als op een of andere manier wordt valsgespeeld.’

Volgens Yildirim viel zijn aanpak tijdens de ondervraging binnen de grenzen van het toelaatbare. ‘Er was niks aan de hand. Ik heb hem niet geslagen. Met mijn mobieltje filmde ik die gast, terwijl hij bekende dat deze wedstrijden gefixt zijn. Dat materiaal heb ik naar de politie gestuurd. C’est ca.’

Dan gaat Yildirims telefoon – niet voor de eerste keer dit gesprek. Hij excuseert zich en loopt naar een plek waar hij onverstaanbaar is. Op dat moment staat Murat op. Hij wil iets op zijn computer laten zien. Een lijst met tientallen filmpjes verschijnt op het scherm. Op het eerste exemplaar is een gewapende overval te zien. ‘Kijk eens goed’, grijnst Murat. ‘Die man daar achter de toonbank werkte ooit voor ons, maar die hebben we eruit geflikkerd. Hij zette deze overval in scène en ik ontdekte dat na het bestuderen van de beelden.’

‘Of, wacht, kijk dit eens.’ Murat klikt op een drietal filmpjes en speelt ze simultaan af. ‘Daar zijn die muilezels. Kijk, ze hoppen van kantoor naar kantoor. Let eens op hun kleding. Precies hetzelfde. Let eens op de tijd. Alles sluit op elkaar aan. En we hebben het allemaal op camera’, glundert Murat.

‘Natúúrlijk is het maffia’, zegt Hakim Yildirim. ‘Al onze vertrouwelijke kanalen en informanten vertelden ons hetzelfde: Armeense maffia. Na verloop van tijd zochten zij ook contact met ons, via Duitse en Nederlandse telefoonnummers. Of we hun verloren inkomsten even via iban konden terugstorten… Dat gaat zomaar niet, hè. Laat ze eerst maar naar ons, in Charleroi, komen. Laat ze mij en m’n neef maar persoonlijk uitleggen waarom ze ons wilden belazeren met die gefixte wedstrijden.’

‘Matchfixing maakt de sport kapot’

‘Het is onthutsend dat het ministerie van Veiligheid en Justitie niet met het OM in België wil samenwerken en geen prioriteit geeft aan de aanpak van matchfixing in het tennis’, zegt Kamerlid Tjeerd van Dekken (PvdA). Hij pleit voor het instellen van een speciale justitiële eenheid om matchfixing bij de bron aan te pakken. ‘Dat is urgent. Matchfixing maakt de sport kapot.’

Op 15 februari is er in de Tweede Kamer een hoorzitting over matchfixing. ‘Een mooi moment om de Nederlandse tennisbond, de Belgische Kansspelcommissie en justitie te confronteren met dit onderzoek’, vindt Van Dekken. Hij dringt aan op snelle behandeling van de nieuwe Gokwet. ‘Het kabinet moet elk signaal van matchfixing onderzoeken. Zo niet, dan vrees ik dat criminele organisaties nog verder doordringen in de sport.’


De in dit stuk anoniem opgevoerde bronnen zijn bij de redactie bekend.