Verdachte bruidsparen

NIETSVERMOEDEND wandelt mevrouw K. met haar geliefde naar het stadhuis van haar woonplaats Almere. Het is een mooie ochtend in april. De twee willen in ondertrouw. Eerder hebben ze de functionaris van de vreemdelingendienst moeten overtuigen van hun liefde, want K.‘s geliefde is illegaal in Nederland. Nu nog het boterbriefje.

Maar dat gaat niet door. ‘Ik wil u niet trouwen, daar ik u van een schijnhuwelijk verdenk’, deelt de ambtenaar van de burgerlijke Stand mee.
De ambtenaar mag weigeren op grond van de Wet Voorkoming Schijnhuwelijken die op 1 november vorig jaar van kracht is geworden. Een schijnhuwelijk is een huwelijk dat enkel en alleen voor iemands verblijfsvergunning wordt gesloten. Dat is in strijd met de openbare orde, stelt het Openbaar Ministerie. En dient dus hard aangepakt te worden.
Door de nieuwe regels (uit de koker van voormalig staatssecretaris Kosto van Justitie) kunnen alleen twee Nederlanders nog ongehinderd trouwen. Elk trouwlustig paar waarvan een partner geen Nederlands paspoort heeft - dus ook bijvoorbeeld een Belg, of een legale Turk uit Amsterdam - wordt gescreend op zijn motieven. Ze beginnen met het invullen van een formulier dat door de vreemdelingendienst wordt bestudeerd, al dan niet in combinatie met een gesprek. Dan geeft de vreemdelingendienst advies aan de burgerlijke stand: 'positief’ (onverdacht huwelijk, ga je gang), 'negatief’ (vermoedelijk een schijnhuwelijk, liever niet sluiten) of 'twijfel’ (zoek het zelf maar uit). De ambtenaar van de burgerlijke stand hoeft zich overigens niet aan het advies te houden.
Mevrouw K. heeft drie dingen tegen, zegt haar advocaat H. Dondorp. Haar partner is jonger en illegaal en c mevrouw K. heeft al eerder van een niet-Nederlander gehouden. 'Heeft de Nederlandse partner al meerdere kortdurende huwelijken met vreemdelingen achter de rug?’ zo luidt een van de vragen op het formulier dat de vreemdelingendienst en de burgerlijke stand gebruiken ter ontmaskering van het schijnhuwelijk. Verder: 'Veranderen de vreemdeling en/of zijn Nederlandse partner ongewoon veel van adres?’, 'Vertonen de huwelijkskandidaten bijzonder veel haast met de gewenste huwelijkssluiting?’, 'Geeft de Nederlandse partner en/of de vreemdeling aan per se niet naar het land van herkomst van de vreemdeling te willen?’
Een potentiele verdachte van een schijnhuwelijk zou een Nederlandse man kunnen zijn die snel met een Braziliaanse wil trouwen, doch al eerder met een exotische dame was getrouwd, regelmatig is verhuisd en niet in Brazilie wil wonen. Is de Braziliaanse bovendien een stuk jonger? Dan moet hij helemaal uitkijken. 'Wij letten ook op de leeftijd. Een groot leeftijdsverschil tussen de partners kan voor ons een item zijn’, zegt J. Noteboom, chef bij de vreemdelingendienst in Den Haag.
HET LIEFDESLEVEN is ook een criterium, vermoeden hulpverleners en advocaten in Den Haag. Een greep uit de vragen die op de vreemdelingendienst aan aanstaande echtparen werden gesteld: 'Welke kleur onderbroek heeft uw man aan?’, 'Bent u gisteren met elkaar naar bed geweest?’, 'Waarom trouwt u met een vrouw die twee jaar ouder is?’ Onlangs werd aan een vrouw gevraagd of ze bereid was ter plekke uit de kleren te gaan voor haar partner (en voor de functionaris van de vreemdelingendienst). Nee? Dan is er misschien wel sprake van een schijnrelatie.
Ook de burgerlijke stand in Den Haag moet verdachte huwelijken controleren. Men lijkt daar vooral te letten op 'zotte culturele combinaties’. J. Jansen Verplanke, coordinator van het Bureau Schijnhuwelijken waar ambtenaren voor advies terecht kunnen, vindt bijvoorbeeld een Surinaamse vrouw met Marokkaanse man 'vrij bizar, als je het cultureel bekijkt’. Hij vervolgt: 'Er worden bijzonder zotte combinaties gevormd, zoals twee homoseksuele mannen, de een Marokkaan, de ander Surinaams, die zich in het samenlevingsregister inschreven. Dan denk je: “He, da’s typisch.” Zeker in Marokko is homoseksualiteit niet bespreekbaar.’
Natuurlijk is een zotte combinatie nog geen indicatie voor een schijnhuwelijk, benadrukt Jansen Verplanke: 'Het gaat om een combinatie van verschillende factoren. Bijvoorbeeld de combinatie van eerdere kortstondige huwelijken met buitenlanders, veelvuldige verhuizingen, valse adressen, valse documenten, plus een groot leeftijdsverschil. En soms valt een vreemdeling door de mand omdat hij eerlijk toegeeft dat hij trouwt omdat hij in Nederland wil blijven.’
HET AMSTERDAMSE stadhuis is minder openhartig over de criteria die tot de ontmaskering van een schijnhuwelijk leiden. 'Als wij onze vragen en criteria bekend zouden maken, dan kunnen vreemdelingen die een schijnhuwelijk willen, daarop inspelen’, zegt E. van Benthem van de Amsterdamse burgerlijke stand. Ook bij een tweede telefoontje houdt hij voet bij stuk. Er is sprake van 'broos beleid’ dat gemakkelijk 'vertrapt’ kan worden: 'Er staat nou eenmaal veel op het spel: grote financiele belangen. Verblijfsstatussen. Daar hebben mensen alles voor over.’
Van Benthem doet de registratie van huwelijken waarbij een niet-Nederlander is betrokken. Het Openbaar Ministerie heeft de gemeenten verzocht zulke huwelijken van een speciale code te voorzien, opdat de evaluatie van de wet in het najaar vlotjes kan verlopen. Gevolg is dat in gemeentelijke administraties achter een gemengd huwelijk het advies van de vreemdelingendienst komt te staan - 'negatief’, 'positief’ of 'twijfel’. 'Zo'n code is echt niet bedoeld als brandmerk’, zegt Van Benthem, 'maar heeft een louter administratief doel.’
Zijn directeur mr. J. Geuzinge heeft zich vlak voor de invoering van de wet kritisch uitgelaten. In Het Parool van 28 oktober 1994 liet Geuzinge weten te vrezen voor stigmatisering. 'De goeden lijden onder de kwaden’, zei hij.
Maar hoeveel kwaden? Over hoeveel schijnhuwelijken hebben we het nou eigenlijk? Is de omvang nou zo groot dat er zulk zwaar geschut moet worden ingezet? De schattingen varieren van vijf tot tien procent van alle huwelijken, maar het blijft natte-vingerwerk. 'In Amsterdam zijn ongeveer 120.000 vreemdelingen die hier gewoon legaal verblijven’, zei Geuzinge in Het Parool. 'Twee hier geboren en getogen vreemdelingen die hier willen trouwen, geef je nu dus een andere behandeling dan hun Nederlandse buren (…). Het is moeilijk vast te stellen of het om een schijnhuwelijk gaat. Je grijpt in in een van de belangrijkste beslissingen in het leven van twee mensen die een gezin willen stichten.’
Staat Van Benthem achter de uitspraak van zijn directeur? Daar mag hij zich niet over uitlaten. Wel wil hij kwijt dat het een hele moeilijke taak is: 'Wij zijn er niet op getraind.’
Ook Den Haag is niet blij met de opsporingstaak, zegt Jansen Verplanke: 'Wij worden opgezadeld met taken van de vreemdelingendienst. Wij hebben ertegen geageerd, maar tevergeefs.’
Rotterdam maakt veeleer een opgetogen indruk. Eindelijk, zegt H. Vat, woordvoerder burgerzaken, kunnen wij iets doen tegen schijnhuwelijken. 'Wij hadden daar last van. Soms merkte je dat de betrokkenen elkaar niet eens kenden. Dan dacht je: wat sta ik hier te doen?’ Hij vindt niet dat de nieuwe taak oneigenlijk is: 'Wij controleren slechts of het huwelijk aan de wet voldoet.’
Zo'n besluit heeft wel verregaande gevolgen voor de toekomst van zo'n stel. 'Dat is ons pakkie-an niet’, reageert Vat.
Haagse ambtenaren worstelen wel met hun geweten. Een Surinaams echtpaar was gaan scheiden, na dertig jaar huwelijk. Eentje ging naar Nederland, de ander bleef achter. Zij legden het bij en besloten weer samen in Nederland verder te gaan. 'Schijnhuwelijk’, constateerde de politie.
'Bij de ambtenaar gaan toch andere gevoelens meespelen’, zegt Jansen Verplanke. 'Alle kinderen en kleinkinderen van dat echtpaar zitten hier. Moet zo'n echtgenoot dan echt naar Suriname terug?’ Het negatieve advies van de vreemdelingendienst ten spijt is het huwelijk toch voltrokken.
Het gevaar van willekeur - elke ambtenaar beslist naar eigen inzicht en geweten - wordt erkend door de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken. De vereniging laat weten dat dit nadeel echter wegvalt tegen het voordeel dat 'wij eindelijk wat kunnen doen tegen huwelijken waarbij de kluit belazerd wordt’.
Maar wordt de kluit wel honderd procent zeker belazerd? Het bewijs is zelden waterdicht, zeggen de ambtenaren die ik spreek. In Rotterdam plaatste de vreemdelingendienst kanttekeningen bij sommige huwelijken, maar de burgerlijke stand beschikte over te weinig harde feiten om zo'n huwelijk te weigeren. Er is niet een huwelijk geweigerd in deze stad.
Er liggen wel wat twijfelgevallen op onze bureaus, laat de burgerlijke stand Utrecht weten. Maar tot een echte weigering is het nog niet gekomen. Ook in Amsterdam is niet een huwelijk geweigerd, terwijl er twintig negatieve verklaringen van de vreemdelingendienst kwamen. 'Als onze ambtenaren gesprekken moesten voeren’, zegt Van Benthem, 'kwam het merendeel van deze mensen niet opdagen. Sommigen liepen boos weg tijdens het gesprek.’ Als mensen niet komen of weglopen, zo meent hij, is indirect sprake van weigering.
In Den Haag ligt het anders. Daar zijn acht huwelijken geweigerd.
De screeningsprocedure, zeggen ambtenaren, heeft vooral een afschrikwekkende werking. 'Hoewel we bij sommige huwelijken onze twijfels blijven houden’, zegt Vat uit Rotterdam. 'De brutalen durven die drempel nog steeds over.’
HOE EFFECTIEF is de Wet Voorkoming Schijnhuwelijken? Het antwoord op stadhuis en vreemdelingendienst lijkt wel ingestudeerd: 'De wet is bijzonder effectief, want het aantal huwelijken met vreemdelingen daalt.’ Een keihard verband met de wet is daarmee nog niet aangetoond. Maar toch. In Den Haag neemt bovendien het aantal kosteloze huwelijken af, en dat is, zegt Jansen Verplanke, toch ook een duidelijk signaal: 'Voor schijnhuwelijken wil men natuurlijk niet te veel kosten maken.’
Juristen zijn beduidend minder te spreken over deze wet. Mr. C. Everaert, vreemdelingenadvocaat in Amsterdam, noemt de maatregel een schoolvoorbeeld van zinloze wetgeving. Een schijnhuwelijk, licht Mr. Everaert toe, komt meestal voort uit economische motieven: de wens om in Nederland te kunnen werken. Het schijnhuwelijk is als fenomeen een logisch gevolg van het rigide toelatingsbeleid van Nederland: 'Het huwelijk is de enige methode om nog een verblijfsvergunning te regelen. Iemand die wil werken, moet wel honderd hordes nemen, terwijl de deuren opengaan als hij gaat trouwen of samenwonen. Dat is bezopen.’
Neem de arts uit een voormalig Oosteuropees land die zich onlangs bij Mr. Everaert vervoegde. Hij wil hier graag zijn vak uitoefenen. Dat krijgt hij alleen voor elkaar, zegt Everaert, als hij gaat samenwonen of trouwen. 'Als hij een verblijfsvergunning als arts zou aanvragen, moet hij vele moeilijke procedures door. En dan nog is hij niet zeker van succes.’
De maatregel is bovendien overbodig, meent de advocaat. Justitie heeft al eerder maatregelen tegen schijnhuwelijken getroffen. Sinds 1 april 1994 moet de illegaal die hier wil trouwen, eerst terug naar het eigen land om daar een Machtiging tot Voorlopig Verblijf aan te vragen. Dat leek enig effect te sorteren, volgens Everaert. Maar ruim een jaar later haalde de rechter deze maatregel onderuit.
EN DAN IS ER nog de 'inkomenseis’ die wordt gesteld aan het huwelijk (of samenwonen) met een vreemdeling. Getrouwd zijn in Nederland wil nog niet zeggen dat het echtpaar in Nederland mag wonen. Daarvoor moet het stel over een inkomen beschikken. De meeste mensen met bijstand kunnen niet met hun buitenlandse partner in Nederland verblijven. Everaert vindt de inkomenseis een prima instrument om schijnhuwelijken te beperken en tast in het duister over de noodzaak van de Wet Voorkoming Schijnhuwelijken. 'Hoeveel mensen vang je door een ambtenaar die zegt dat je niet mag huwen? De overheid onderschat volkomen de creativiteit van vreemdelingen. Natuurlijk werpt die procedure een drempel op. Maar wie zijn toneelstukje goed instudeert, kan nog steeds trouwen.’
De zinloze wetgeving leidt tot uitwassen, zoals voor een ex-Nederlands echtpaar dat in 1948 in Djakarta trouwde, uiteindelijk naar Zuid-Afrika vertrok en daar de Zuidafrikaanse nationaliteit aannam. Het echtpaar wil de oude dag graag in het moederland Nederland doorbrengen. 'Ze zijn bijna vijftig jaar getrouwd, maar ze moeten toch naar de vreemdelingendienst om te laten checken of er sprake is van een schijnhuwelijk’, verzucht Everaert.
Aan een gemengd stel dat met elkaar het leven wil delen, maar opziet tegen alle rompslomp van de screening, adviseert Everaert tegenwoordig om te gaan samenwonen. 'Met de invoering van de inkomenseis is het verschil tussen samenwonen op basis van een relatie of samenwonen op basis van een huwelijk bijna weggewerkt. Waarom zou een vreemdeling die wil trouwen met een Nederlandse partner met voldoende inkomen, nu eerst gaan trouwen, als op basis van het samenwonen ook al een verblijfsvergunning kan worden verstrekt, met veel minder rompslomp?’
Volgens hem is er slechts een kruid gewassen tegen het schijnhuwelijk: een ander toelatingsbeleid. Simpel gezegd zou het er zo uit kunnen zien: iedereen mag komen, op een voorwaarde: je moet zelf in je levensonderhoud voorzien. Wie geen geld verdient, moet er weer uit. Everaert kan de reactie van beleidsmakers nu al voorspellen. Dat het jaren zal duren voordat je de buitenlanders die niks verdienen, er weer uit krijgt. Everaert: 'Dat is de schuld van de beleidsmakers zelf. Zij bedenken allerlei regelgeving met langdurige procedures om iemand uit te zetten, terwijl het toch zeker mogelijk is efficiente en korte uitzettingsprocedures te ontwerpen.’ Dat krijg je ervan, verzucht hij, als beleidsmakers vanuit een ivoren toren maatregelen bedenken. 'Deze wet- en regelgeving bezorgt iedereen, vooral advocaten, veel extra werk.’
Maar ook hulpverleners maken overuren. De Haagse stichting Sjaam begeleidt migranten naar de vreemdelingendienst, en sinds kort ook naar het stadhuis. 'Velen durven niet meer alleen te gaan’, zegt hulpverleenster A. Gupta, 'omdat ze door de vreemdelingendienst zo grof behandeld worden.’ Ze gelooft zelfs dat soms opzet in het spel is, 'dat men onze clienten opzettelijk nerveus wil maken, opdat zij in de war raken en de verkeerde dingen gaan zeggen’. Ter ontmaskering van schijnhuwelijken wijkt elk respect voor privacy en de normale omgangsvormen. 'Elk huwelijk van een niet-Nederlander lijkt wel verdacht.’
Trouwen om in Nederland te kunnen werken heet in strijd met de openbare orde. Er dient getrouwd te worden uit liefde. Maar hoe zit het dan met trouwen voor het pensioen of fiscale voordeel? Is dat eigenlijk ook niet in strijd met de openbare orde? Jansen Verplanke vraagt zich af waarheen deze ontwikkeling zal leiden voor ambtenaren van de burgerlijke stand: 'Moeten wij soms ook gaan controleren op pensioenen en verzekeringen? Op zulke zaken is een huwelijk immers ook van invloed.’
En mevrouw K. in Almere die niet mocht trouwen? Het is haar uiteindelijk toch gelukt. Op advies van haar advocaat ging zij de volgende dag terug en vroeg de ambtenaar zijn beslissing, omkleed met redenen, op papier te zetten.
Dat durfde de ambtenaar, bij nader inzien, niet aan.