Essay: is er nog verschil tussen links en rechts?

Verdachte gelijkenissen

Na de protesten rond de globaliseringsbijeenkomsten in Seattle, Davos en Praag lijken links en nieuw (extreem) rechts steeds meer trekken van elkaar te vertonen.

«We hebben de kracht de wereld te veranderen!» stelt de website van Seattle99, een coalitie van protestgroepen tegen de internationale economische orde. De coalitie was medeorganisator van het protest tegen de World Trade Organization (WTO) in Seattle vorig jaar. «We groeten degenen die naar Seattle kwamen om mee te doen aan de roep om de Civil Society te betrekken bij het beoordelen van de invloed van de WTO op mensen, regeringen en het milieu. Degenen die geen deel konden uitmaken van deze historische gebeurtenis raden we aan het werk voort te zetten in jullie eigen gemeenschappen.»

De slogans en oproepen van de huidige linkse anti-wto-beweging bestaan uit een hutspot van traditioneel marxisme, ecologisch bewustzijn en regionalisme. In een los verband van vakbonden, consumentenorganisaties, milieupartijen, studenten, pressiegroepen en radicalen wordt onvrede geuit over de huidige economische globalisering die milieu en mens zou vernietigen. Tegenover de economische wereldspelers worden groepen en individuen ten voorbeeld gesteld die hun wortels in lokale gemeenschappen koesteren. In de beweging is geen strakke leiding, geen eenheid en geen alomvattende ideologie. Wel zijn er gemeenschappelijke thema’s: naast de afkeer van ongrijpbare, multinationale instituties is er een algemene eis tot decentralisatie en democratisering.

De website van S26, een verwijzing naar de recente anti-wto-protesten in Praag op 26 september, levert meer theoretische teksten. Een van de geschriften is het concluderende hoofdstuk van de opstellenbundel Terms for Endearment, geschreven door Jem Bendell. Bendell meent dat «echte democratie» is gebaseerd op het recht om het eigen leefmilieu te bepalen. De mens heeft het fundamentele recht om «zorgzame, duurzame gemeenschappen te vormen en de eigen hulpbronnen, economie en bestaansmiddelen te controleren. Vanuit deze benadering van mensenrechten en democratisch bestuur volgt dat organisaties of personen die jou en jouw gemeenschap aantasten door jou en jouw gemeenschap beïnvloed moeten kunnen worden, zeker als ze de materiële basis van jouw zelfbeschikking aantasten.»

Omdat volgens Bendell nationale overheden hebben bewezen dat ze tekortschieten in de bescherming van hun burgers tegen multinationals, moeten lokale gemeenschappen zichzelf verdedigen. De analyse van Bendell sluit aan bij ultralinks en bij regionalisten als de Franse boer José Bové die vorig jaar een vestiging van McDonald’s in zijn streek afbrak om zo te protesteren tegen Amerikaanse maatregelen die zijn regio benadeelden. De anti-wto-beweging is een federale stroming die klein en divers stelt tegenover groot en uniform.

De rechtse, Italiaanse Lega Nord van Umberto Bossi laat er op haar website geen misverstand over bestaan: «Federalisme is boven alles een concept van soevereiniteit waarin cultureel sterke lokale gemeenschappen alleen op contractbasis noodzakelijke macht afstaan (zoals defensie en buitenlandse zaken) aan hogere niveaus van politieke lichamen.» Politieke macht moet worden gedecentraliseerd tot het regionale niveau. De natiestaat is door hebzuchtige elites «zo gecorrumpeerd, verrot en verkeerd georganiseerd» geraakt dat deze uit de weg moet worden geruimd. Ook Europa mag geen centrale natiestaat worden maar dient te worden opgebouwd als «een Europa van de regio's», een federaal Europa dat bestaat uit een verzameling van samenwerkende lokale gemeenschappen.

In dezelfde geest maar minder uitgesproken stelt de Oos t enrijkse fpö van Jörg Haider zich op. De partij verklaart in Tien punten (voor een Europa van de Burger): «Een grotere eenheid kan beter functioneren als ze zich concentreert op vitale taken, en beslissingen die beter lokaal gemaakt kunnen worden, overlaat aan het lokale niveau.» Het fpö-program rept van etnische Oostenrijkse «volksgroepen» die met hun «tradities, prestaties en verworvenheden als cultuurdragers beschermd moeten worden» en geen «speelbal van internationale speculanten en bedrijven» of van internationale instellingen mogen worden.

Waar traditioneel ultrarechts zich richtte op het nationale niveau is binnen nieuw extreem rechts een duidelijke trend te zien van regionale aanspraken eerder dan nationale aanspraken. De Lega Nord bloeit in Lom bar dije, de fpö in Karinthië, het Vlaams Blok in Vlaanderen. Het is salonfähig binnen nieuw ex treem rechts om op te komen voor de rechten van lokale in heemse volkeren als de indianen. Maar niet alleen de lokale culturele identiteiten zijn een punt van rechtse zorg, ook de lokale leefomgeving is dat. Het fpö-program schrijft: «De zorg voor komende generaties verlangt dat de verdere vernietiging van natuurlijke leefgrond een halt wordt toegeroepen en grondvest de plicht om een intact milieu te behouden.» In het program wordt opgeroepen tot een ecotax en tot een ecologisch generatieverdrag dat de bescherming van het milieu regelt. De Lega Nord bewijst lippendienst aan de milieubescherming ten gunste van latere generaties maar besteedt er geen aparte geschriften aan. Het Vlaams Blok daarentegen toont zich in Programma 2000 betrokken: «De mens maakt deel uit van zijn gemeenschap die alleen kan bloeien als zijn leefsituatie wijs beheerd wordt. De mens en zijn gemeenschap maken integraal deel uit van de natuur die fundamenteel respect verdient en vereist. De milieustandpunten van het Vlaams Blok steunen volledig op deze basisprincipes.»

De overeenkomsten in trends tussen de twee vernieuwde uitersten zijn opvallend. Hoewel beide stromingen verre van eenvormig zijn en intern grote variaties kennen, zijn in alle twee veel groepen te herkennen met gelijkvormige belangstelling en visie. In de twee extremen is de strijd tegen de internationale economische orde een centraal thema. Multinationale, kapitalistische organisaties zijn het mikpunt van beide. Veel anti-wto- en nieuw extreem rechtse groeperingen wijzen de natiestaat af als achterhaald en richten zich op het lokale niveau, ofschoon een partij als het Vlaams Blok van Vlaande ren juist een natiestaat wil maken. In veel geschriften en programma’s is de toon bovendien radicaal: de voosheid van de globale spelers wordt geplaatst tegenover de «pure» lokale gemeenschappen.

Hoe sterk de twee uitersten op elkaar lijken, bleek in 1998 toen een linkse anti-globaliseringscampagne een reader samenstelde en daarin ook een stuk opnam van de nieuw rechtse ideoloog Edward Goldsmith. De Leidse organisatie De Fabel van de Illegaal, die deel uitmaakte van de campagne, beschrijft dat de acties en teksten van Goldsmith aansloten op de eigen visie. Pas toen duidelijk werd dat Goldsmith extreem rechts was, distantieerde men zich van hem. Niettemin meent De Fabel dat de anti-globaliseringsbeweging zich steeds meer ontpopt als een coalitie van vernieuwd links en nieuw extreem rechts. Op de website verklaart De Fabel uit de beweging te stappen: «De Fabel wil niet meedoen aan een campagne die door gebrek aan linkse positiebepaling bijdraagt aan de acceptatie en het draagvlak voor nieuw rechts, en heeft daarom besloten om te stoppen met de campagne.»

Hoe duidelijk de overeenkomsten ook mogen zijn, een gelijksoortige thematisering en belangstelling maakt nog geen gelijksoortige beweging. Het Vlaams Blok wenst bijvoorbeeld een gekozen burgemeester, maar het is onzinnig de partij daarom te koppelen aan D66. Om een link te leggen tussen de twee nieuwe politieke uitersten is een samenwerkingsverband of tenminste wederzijds respect nodig. Het is onduidelijk hoe ver dit gaat. Een aanwijzing voor verbondenheid is te vinden op de website van het Zwitserse persbureau Savanne. Daar staat een overzicht van bronnen die nieuw anti-kapitalistisch links en nieuw extreem rechts aan elkaar koppelen. «Dit is een selectie van WWW-pagina’s die bewijsmateriaal en hulpbronnen leveren voor invloed van (extreem) rechts op ‹linkse›/‹emancipatie›-politiek en campagnes, voor slordig geformuleerde argumenten in linkse campagnes die door extreem rechts kunnen worden hergebruikt en voor geheime verstandhouding en directe allianties tussen linkse en rechtse groepen.» Harde bewijzen voor een formele coalitie zijn echter moeilijk te vinden.

Ook in het politieke midden is er een steeds groter verzet tegen grote, schijnbaar oncontroleerbare verbanden als een uniforme Europese Unie. Met name in Groot-Brittannië pleiten zowel de Conservatieven als Labour tegen een Europese eenheidsworst. Een vooraanstaand Labour-man, Mark Leo nard, leider van Tony Blairs politieke denktank Foreign Policy Institute, stelt in zijn geschriften de technocratie van de Euro pese Unie en anti-democratische focus en besluitvorming van de Unie aan de kaak. Hij bekritiseert de enorme kloof tussen het beleid en de cultuur van de Unie en die van de Euro pese burgers. In Duitsland voert de CSU het anti-EU-debat aan.

In tegenstelling tot de standpunten van de politieke uitersten blijft het verzet van het politieke midden tegen politieke uniformiteit zich baseren op de natiestaat. Niet de regio’s maar de bestaande landen moeten de basiseenheid van de politiek blijven. Ook in Midden-Europa kiest het verzet tegen een uniform Europa in de regel de nationale staat en de nationale identiteit als uitgangspunt. De Hongaarse intellectueel Victor Segesvary verwoordt een ruim gedeeld denkbeeld: «De nationale gemeenschap, gebaseerd op etnische oorsprong en cultureel toebehoren, zal altijd het fundamentele kenmerk blijven van het menselijk bestaan.» In de kandidaat-lidstaten voor de Unie is eerder sprake van een herbezinning op de eigenheid van de natie dan van een beweging naar regionalisering. Welis waar komen er steeds meer groepen op die het milieu, de economie en de cultuur van specifieke regio’s willen beschermen, maar tot heden zijn deze groepen nog niet sterk gepolitiseerd.

De onvrede met de grote internationale verbanden loopt door het gehele politieke spectrum en kent vele variaties. Wat de onvrede van de uitersten onderscheidt van de mainstream-politici is de nadruk op het regionale niveau: de regionale identiteit, politiek en economie. De vraag is of deze nadruk problematisch is. Het feit dat beide uitersten van het traditionele politieke spectrum zich op dezelfde manier positioneren, zegt in principe niets over de waarde of de gevaren van de positie. De voetangels van het regionalisme dienen los van de aanhangers te worden bekeken.

Een van de grote trendsetters in de hernieuwde aandacht voor het regionalisme is de Italiaanse schrijver Claudio Magris. In zijn romans en essays gaat hij op zoek naar regionale identi teiten. Hij opent zijn roman Microcosmi met een passend citaat: «Ook al is de wereld nu volledig bekend en bestaan er talrijke boeken die haar als geheel beschrijven en onder onze ogen brengen, als het om een enkele Provincie gaat, blijkt het uiterst moeilijk daarvan een behoorlijke beschrijving te vinden.»

Aangespoord door het citaat gaat Magris op zoek naar regionale identiteiten rond de Donau en naar de eigenheid van zijn eigen streek, de regio rond Triëst. Met een scherp oog voor detail legt hij microcosmi, kleine lokale ruimten en geschiedenissen, vast. Voor Magris is het lokale de onderlaag van de geschiedenis, het trage element dat nauwelijks door de snelle decorwisselingen aan de oppervlakte van het strijdtoneel wordt beroerd. Het grote dat geen respect heeft voor de regio’s, voor de particuliere microcosmi, verwordt volgens Magris tot een nietszeggende abstractie. Het grote moet het kleine in ogenschouw nemen om niet volledig inhoudsloos te worden.

Andersom schuilt er echter eveneens een gevaar, volgens Magris. Hij meent dat de lokale identiteit, indien zij anderen uitsluit, tot een particularistisch geweld leidt waarin de verschillen tussen mensen worden verabsoluteerd en afwijkende meningen worden vervolgd en vernietigd. Volgens Magris heeft zich in Europa het etnische karakter van de lokale identiteit op de voorgrond gedrongen. In «het Europa van het plaat selijk particularisme en chauvinisme» wordt de lokale iden titeit gedefinieerd binnen het kader van de etnische zuiverheid. Deze zuiverheid is het resultaat van een aftreksom van identiteiten waarbij het doel is: «het veronderstelde ondeelbare atoom te ontdekken». De zuivere identiteit is exclusief: zij sluit anderen buiten. «De obsessie van de eigen identiteit, die zich temeer met grenzen omringt naarmate zij meer gepaard gaat met een streven naar onmogelijke regressieve zuiverheid, leidt tot geweld, daarvan is de gruwelijke en stompzinnige oorlog in ex-Joegoslavië een extreem voorbeeld, zij het niet uniek in Europa.»

Magris meent dat de uitweg uit het enge regionalisme een particularisme is dat het universele als referentiekader heeft. Zonder aansluiting op het universele verdort het particuliere vanwege een gebrek aan vernieuwingen van buitenaf en een gebrek aan podia. De analyse van Magris stelt grenzen aan het regionalisme. Om niet te verworden tot gewelddadigheid of bekrompenheid mag regionalisme niet zijn gebaseerd op uitsluiting of op een streven naar etnische zuiverheid. Meer nog dan op het nationale niveau dreigt in de gerichtheid op de regio een verheerlijking van de enge monocultuur.

De anti-wto-beweging baseert zich niet a priori op etnische zuiverheid en uitsluiting, zoals nieuw extreem rechts dat in de regel wél doet. Ideologisch gezien ligt precies hierin het fundamentele verschil tussen de twee extremen. Niettemin zijn er ook in de anti-globalistische beweging losse groepen en individuen te herkennen die zich richten tegen invloeden van buiten op de eigen regio en die bijvoorbeeld Amerikaanse bedrijven of cultuuruitingen uitsluiten. De boer Bové is een voorbeeld van een dergelijk eng regionalisme. De Leidse groep De Fabel van de Illegaal citeert een passage uit het boek Stemmen van de aarde van de links georiënteerde journaliste Stella Braam, waarin een verband wordt gelegd tussen cultuur en aarde: «De grond is de basis van het bestaan. Deze bewaart de wortels van hun beschaving en de heilige plaatsen van de voorouders», en concludeert dat de passage extreem rechts doet watertanden.

De koppeling tussen lokaal en «zuiver» wordt ook door andere linksen gemaakt. In een speciaal voor S26 geschreven tekst stelt David Korten: «Een authentieke cultuur is het product van het actieve gemeenschapsleven van individuen die in contact staan met de spirituele energie die zich door hen manifesteert. De gedeelde waarden, symbolen en geloofsuitingen van een authentieke cultuur zijn op hun beurt de basis waarop de formelere politieke en economische instituties van de Civil Society zijn gebaseerd. De levensbevestigende waarden van een authentieke cultuur leiden op natuurlijke wijze tot de schepping van een authentieke democratische politiek.»

Magris’ universele waarden fungeren als rem op het gevaar van uitsluiting als gevolg van de nadruk op zuiverheid of authentieke verbondenheid met de grond. Openheid, tolerantie en geweldloosheid sluiten discriminatie en gewelddadige zuiveringen uit. De noodzaak van democratisering, openheid en geweldloosheid wordt door vrijwel de gehele anti-wto-beweging onderschreven. In de meeste geschriften wordt een nadruk gelegd op decentralisatie, transparantie, geweldloosheid en de noodzaak van politieke en economische organisaties om verantwoording af te leggen. David Korten beschrijft direct na de hierboven geciteerde passage dat het authentieke politieke bestel moet zijn gebaseerd op «een diepe toewijding aan openheid, actieve bijdragen aan het politieke debat en gelijkheid». Hij staat geweldloosheid voor en een beslismodel waarin naar consensus wordt gezocht. Ook de meer radicale organisaties als Ruckus, die activisten trainen om effectiever te protesteren, zeggen geweldloosheid voorop te stellen.

Niettemin bevinden zich tussen de oproepen om tegen de WTO te demonstreren ook aansporingen tot geweld. Zo roept Andreas Rockstein op tot actievormen als «tuinen maken, gratis voedsel uitdelen, nep-handelsbeurzen houden» maar ook «bezetting van kantoren, blokkaden en sluitingen, saboteren, slopen of hinderen van kapitalistische infrastructuur, toe-eigening van kapitalistische rijkdom en deze teruggeven aan de arbeidersklasse» — actievormen die in Duitsland en Engeland veelvuldig worden toegepast.

In de grotere beweging worden de vernielingen, in Seattle aangericht door splintergroeperingen als Black Bloc, veelal vergoelijkt terwijl het politiegeweld wordt geschetst in de zwartste termen. De oproep tot consensusgerichte discussies binnen de beweging strekt zich bovendien niet uit tot de gewraakte internationale organisaties. Bijvoorbeeld met betrekking tot de demonstratie tegen de bijeenkomst van economische leiders (WEF) in Davos stelde een van de organiserende groeperingen: «We zullen geen dialoog aangaan. We ontkennen elke vorm van legitimiteit van de WEF, politieke en economische elites verantwoordelijk voor oorlog, ellende en honger.»

De mildste evaluatie van de demonstraties en de eigen teksten is dat de eigen spelregels niet altijd even consequent worden nageleefd door alle groeperingen en dat schendingen van de spelregels niet altijd worden veroordeeld.

Niet alleen de anti-wto-coalitie betuigt haar sympathie aan de universele waarden van democratie, geweldloosheid en openheid, ook nieuw extreem rechts doet dat. De fpö stelt zich in haar program pal achter de democratische vrijheden als de vrijheid van meningsuiting en persvrijheid (hoofdstuk 1). Het individu dient zich volgens de fpö te ontplooien in een «open, pluralistische samenleving» waarin man en vrouw gelijk zijn. Alle vormen van discriminatie moeten worden uitgesloten, evenals elke vorm van dwang om de mens om ideologische redenen te veranderen (hoofdstuk 2). Het geweldsmonopolie berust bij de rechtsstaat (hoofdstuk 9). Het Vlaams Blok schrijft over zichzelf in het partijprogram: «Het is een politieke partij die democratie hoog in haar vaandel voert.» De partij wenst volledige openheid in het bestuur om zo corruptie en vriendjespolitiek te kunnen tegengaan in een «Grote Kuis»: «Enkel in een echt democratisch bestuurde gemeente — waarin het democratisch controlerecht van de oppositie in elke instelling en over elke beslissing mogelijk is — is een ‹Grote Kuis› mogelijk.» En, de partij wenst haar beleid uit te voeren binnen het raamwerk van de democratische rechtsstaat. Zo schrijft zij over de wens van een onafhankelijk Vlaanderen: «Het is duidelijk dat die onafhankelijkheid er kan komen op een vreedzame en democratisch gelegitimeerde wijze.»

De verknochtheid aan democratische waarden en normen van nieuw extreem rechts wordt algemeen betwijfeld. De deelname van de fpö van Haider, op papier een partij die zich verbindt aan de universele waarden waarop de westerse democratie steunt, aan de Oostenrijkse regering kwam het land een tijdlang op een EU-boycot te staan. Ook het democratisch gehalte van het Vlaams Blok staat stevig ter discussie, gezien de politieke boycot van de partij door de overige Belgische politieke partijen.

De oproep van de anti-wto-regionalen tot openheid, een verantwoordingsplicht, democratisering en op consensus en respect gebaseerde besluitvormingsprocessen dient ook op hun beweging te worden toegepast. Om te kunnen beoordelen of de grote voetangels van het regionalisme — uitsluiting, etniciteit, negeren van universele waarden — door de beweging worden vermeden, en of de beweging zich inderdaad niet verenigt met nieuw extreem rechts, dient op de een of andere manier een check op de beweging te worden uitgevoerd. De grote vraag is echter hoe deze check kan worden toegepast op een beweging zonder hiërarchie, zonder formele structuur en zonder gedeeld programma.

Een tweede grote vraag is wie deze check zou moeten uitvoeren. Het nationale en internationale niveau kunnen deze check niet uitvoeren omdat zij zich in een hiërarchisch hogere positie bevinden en juist door de regionalen worden aangevallen. Niettemin dient er antwoord te komen op deze twee vragen. Zonder antwoord blijft de verdenking bestaan dat vernieuwd links niets anders is dan nieuw extreem rechts in een ander jasje. Mogelijk kan het hiërarchisch platte internet uitkomst bieden. Een initiatief als de bronnenlijst van het Zwitserse persbureau Savanne over de mogelijke verwantschap tussen vernieuwd links en nieuw extreem rechts is een begin.