beste Boeken 2011

Verdampt

Hoewel ik een hartstochtelijk classicus ben, die niets liever doet dan de Griekse en Latijnse literatuur tot in al haar uithoeken bestuderen, onderhoud ik een moeizame verhouding tot de aloude klassieke filologie.

We hebben de wetenschap nodig om de teksten te ontsluiten, anderzijds ontstaat daardoor een dikke mist van gewichtigheid die de oorspronkelijke werken aan het zicht onttrekt. Het gros van de publicaties is zielloos, saai of voorspelbaar trendy. Het schitterende proza van filologen als Richard Bentley, A.E. Housman, Erich Auerbach en Ernst Robert Curtius heeft plaatsgemaakt voor tenenkrommende studies over genderproblematiek bij Propertius, het sociale netwerk van Plato en de narratieve structuur van derderangs anekdotes.
Toch zijn ze er nog, de grote geleerden die hun vakgebied overzien en levendig kunnen schrijven, zonder daarbij de nauwkeurige analyse van details achterwege te laten. Afgelopen jaar verscheen het langverwachte magnum opus van de Brits-Amerikaanse filoloog Alan Cameron (1938). Maakte Cameron in 1970 naam met een boek over de briljante dichter Claudianus, dat nog altijd hét standaardwerk is, na zijn emeritaat heeft hij zich weer gestort op de fascinerende periode omstreeks 400, toen de Romeinse bestuurlijke en intellectuele elite in hoog tempo de traditionele goden vaarwel zei en overging tot het christelijk geloof. Sinds Edward Gibbons Decline and Fall of the Roman Empire werd er altijd van uitgegaan dat de laatste ‘heidenen’ in een tragische strijd ten onder waren gegaan, maar Cameron fileert zwierig en genadeloos al het bewijsmateriaal en laat zien dat er, op wat gesputter na, nooit zo'n clash heeft plaatsgevonden. Het klassieke heidendom is roemloos verdampt. In ruim achthonderd pagina’s demonstreert Cameron in The Last Pagans of Rome (Oxford University Press, € 72,99) op weergaloze wijze wat het kan opleveren als je je leven wijdt aan grondige lectuur.