Verdeeld

Bij deze verkiezingen hadden brede volkspartijen het zwaar, winst was er voor het deelbelang. Dient de nieuwe Tweede Kamer ook het algemeen belang?

De woorden bleven hangen: ‘We zien nu, meer dan in de afgelopen jaren, dat de Kamer een afspiegeling is van wat er speelt in de samenleving.’ d66-leider Alexander Pechtold nam ze in de mond tijdens het debat in de Tweede Kamer over de verkiezingsuitslag en de betekenis van die uitslag voor de kabinetsformatie. Wat zien we dan als we naar die Kamer kijken?

Bij de vraag of de Kamer een afspiegeling is van de samenleving kun je aan vele categorieën denken: mannen en vrouwen, grote stad en kleinere gemeenten, de provincies Holland en de omliggende provincies, hoog- en laagopgeleid, jong en oud. Op geen van deze punten is de Tweede Kamer een afspiegeling van de samenleving: meer mannen, meer grote stad, meer Holland, meer hoogopgeleid en meer oud, ook al is het dan niet heel oud.

Daar had Pechtold het dus niet over. Hij refereerde aan dat waar de mensen zich zorgen over maken, aan de onderwerpen in de samenleving die bij de kiezers de doorslag hebben gegeven in het stemhokje. Daar is de huidige Tweede Kamer een afspiegeling van. Met depvv als partij die de mensen vertegenwoordigt die minder migranten willen. Met DENK die met name de Turkse Nederlanders vertegenwoordigt die zich niet thuis maar gediscrimineerd voelen in Nederland. Met 50Plus die opkomt voor de ouderen die zich zorgen maken over de aow-leeftijd en de hoogte van hun pensioen. Met GroenLinks die kiezers aan zich wist te binden door hun zorgen over het klimaat te adresseren. Met d66 als partij van kiezers die de wereld graag groot en open willen houden en bezorgd zijn over de roep om de grenzen te sluiten.

De nieuwe Tweede Kamer is een afspiegeling van een verdeeld land. Dat is wat we zien. Samen vertegenwoordigen de partijen dan mogelijk wel het gehele Nederlandse volk, zoals staat in artikel 50 van de grondwet, maar de vraag is of die partijen het algemeen belang voor ogen hebben of toch eerder het deelbelang van de eigen achterban?

Dat de brede volkspartijen van vroeger het moeilijk hebben, is niet een plotseling opgedoken, nieuw fenomeen. Wel maakt het gigantische verlies van de pvda, die bij de verkiezingen van 38 naar negen zetels ging, dat des te zichtbaarder. Samen met het verlies van acht zetels van die andere volkspartij, de vvd, heeft de derde volkspartij – het cda – dat met een winst van zes zetels niet goedgemaakt. De Brede Volkspartij, om het zo maar even te noemen, ging op 15 maart van 92 naar 61 zetels, het laagste ooit sinds de oprichting van het cda.

Het is beter politieke partijen in te delen via de criteria gesloten of open

De drie volkspartijen, waarvan er altijd twee in de regering zaten, hadden en hebben verschillende visies en vandaaruit verschillende ideeën over inkomensverdeling, mobiliteit of uitkeringen en werk, maar ze vertegenwoordigen niet een deelbelang. Hun achterbannen bestonden uit hoog- en laagopgeleiden, rijken en armen, stedelingen en plattelanders, jongeren en ouderen. Maar alleen vvd en cda kunnen zich nog een volkspartij noemen, met kiezers uit meerdere lagen van de bevolking. De pvda niet meer, en andere partijen zoals pvv, GroenLinks of d66, zijn het nooit geweest.

Het cda heeft verwoord hoe complex het is om een volkspartij te willen zijn. ‘Het klinkt tegenstrijdig, maar juist om de ambitie als brede volkspartij waar te maken, moeten we kiezen voor een duidelijke doelgroep. Het cda is er voor gewone mensen.’

In dat woordje gewoon ligt de oorzaak verscholen van de teruggang van de volkspartijen. Veel mensen voelen zich niet gewoon. Ze zijn óf succesvol, willen dat vieren en hun succes niet delen met hen die het niet hebben gemaakt. Of ze behoren juist tot die laatste groep, voelen zich in de steek gelaten door de volkspartijen en zoeken eveneens hun heil bij een andere politieke partij. De groep die daar tussenin zit, voelt zich onzeker en is bang tot de laatste te gaan behoren, waardoor ook deze mensen zich niet gewoon voelen, zij voelen zich kwetsbaar.

Van die samenleving is de nieuwe Tweede Kamer een afspiegeling. Vier partijen uit de Kamer proberen nu een regeringscoalitie te vormen. Wat d66 betreft zijn die vier – vvd, cda, d66 zelf en GroenLinks – het politieke midden. Pechtold denkt dat deze coalitie kan samenwerken met zowel links als rechts. Maar een indeling tussen links en rechts past niet goed meer bij deze tijd. Het is beter politieke partijen in te delen via de criteria gesloten of open en gericht op de eigen groep of op het geheel.

Kijk je er met die bril naar, dan zie je dat deze vier partijen een open Nederland voorstaan, ook al streeft het cda naar een stringenter immigratiebeleid. Op dat punt zijn deze vier dus niet het politieke midden. Ook hebben deze partijen het geheel voor ogen en niet alleen het belang van één specifieke bevolkingsgroep, ook al zijn d66 en GroenLinks dan geen volkspartijen. Op dat punt vertegenwoordigen ze dus eveneens slechts een kant van het politieke spectrum.

Als Pechtold echt wil dat veel Nederlanders zich in het nieuwe kabinet herkennen, dan zal het kabinetsbeleid de zorgen weg moeten nemen van hen die denken dat gesloten grenzen beter zijn voor hun baan en veiligheid, evenals de zorgen van hen die gekozen hebben voor het eigen belang omdat ze zich in de steek gelaten voelen door de overheid. Anders is het streven te verbinden bij voorbaat mislukt. Wat rest is een dan nog verdeelder land.